Mysterie

Een mysterie is voor mij het werken aan een roman. Ik bedoel, je loopt jaren met ideeën in je hoofd en op zekere dag ga je naar je kamer, je draait een vel papier in de schrijfmachine en begint aan een verhaal, en je weet dat het maanden gaat duren en dat het nergens goed voor is.

Want laten we wel wezen, mensen gebruiken boeken zoals ze een maaltijd gebruiken, om van de ene dag naar de andere te komen, en je hoeft maar één blik in een boekhandel te werpen om te zien dat er boeken genoeg zijn. En de kans op nog een meesterwerk is uiteraard gering. Maar aan het werk. Om de kost te verdienen. Om van de straat te zijn. Om van de ene dag naar de andere te komen. En op zeker moment ben je over de helft. Dan begint een roman zo'n beetje op zijn eigen benen te staan. Je loopt een uurtje door de polder en je roman, die spreekt je toe. Het ziet ernaaruit, zo zegt het boek, dat ik iets heel bijzonders kan worden; nu komt het eropaan dat ik geniaal word afgemaakt en jij, mijn schrijver, jij bent de enige, van alle mensen de enige, op heel de wereld de enige, die dat kunt. Dus dat je uit jezelf een idee creëert, dat dat idee zich min of meer zelfstandig maakt en dat het zegt: jij bent onmisbaar en uniek, de zin van mijn bestaan. Dan is het geen mysterie meer, dan is het een vorm van genade, mystiek.