METEOROLOGEN

R. van Beek, directiesecretaris van Rijkswaterstaat Directie Limburg, suggereert dat Nederlandse meteorologen niet kunnen tippen aan de exactheid van de weersvoorspellingen van het Belgische KMI. Mede hierdoor zou Rijkswaterstaat verrast zijn door de hoge waterstand van de Maas (NRC Handelsblad, 24 december).

Door de wijze waarop dit aspect van de wateroverlast naar voren is gebracht krijgt de lezer een negatief beeld van de Nederlandse meteorologen. Op basis van één voorbeeld wordt de suggestie gewekt dat het Belgische KMI met een afwijking van 1 à 2 procent neerslaghoeveelheden zou kunnen verwachten. De meteorologen van het KNMI zouden dat slechts met een absolute afwijking van circa 50 procent kunnen.

De argeloze lezer zal concluderen dat Rijkswaterstaat verrast is, omdat de meteorologen van het KNMI er een potje van hebben gemaakt, terwijl de meteorologen van het KMI te Ukkel juist een nagenoeg exacte verwachting hadden gemaakt.

De ervaring leert dat verwachtingen van de neerslaghoeveelheid met de exactheid van het KMI die gesuggereerd wordt, niet realistisch zijn. In de praktijk zullen er nauwelijks verschillen zijn tussen de kwaliteit van de weersverwachtingen van de meteorologen van het KMI en die van de Nederlandse beroepsmeteorologen.

Het kenmerk van een (meteorologische) ramp is een grote mate van onvoorspelbaarheid. Rijkswaterstaat gebruikt computermodellen die de waterstanden van de rivieren voorspellen op basis van meteorologische waarnemingen. Een model, hoe geavanceerd ook, is altijd een sterk vereenvoudigde voorstelling van de werkelijkheid, met als doel het proces zo goed mogelijk te beschrijven. Met zo'n modelmatige benadering is de gemiddelde toestand van het proces meestal goed te beschrijven, extreme toestanden, zoals de recente overstroming, worden altijd minder goed beschreven.