Meer vuurwerk verkocht dan vorig jaar

ROTTERDAM, 31 DEC. Nederland heeft dit jaar meer vuurwerk ingeslagen dan vorig jaar. “De omzet van 44 miljoen van vorig jaar wordt net niet gehaald maar er is wel meer vuurwerk verkocht omdat de prijs is gedaald”, constateert de voorzitter van de Federatie Vuurwerkhandel Nederland W. Broekhoff.

Door de grote concurrentie tussen vuurwerkproducenten in China is de prijs dit jaar met ruim vijf procent gedaald. Of de grotere hoeveelheid vuurwerk net als vorig jaar tot smogvorming zal leiden, is twijfelachtig. “Vorig jaar waren de weersomstandigheden extreem”, aldus dr. D. Onderdelinden van het Laboratorium voor Luchtonderzoek van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne. “Mistig, windstil en koud waardoor een hoge concentratie stoffen ontstond die niet snel weg kon.”

Het vuurwerkbesluit heeft dit jaar een wijziging ondergaan. Voor het eerst zijn de verkoopdata en het tijdsbestek waarin vuurwerk mag worden afgestoken landelijk hetzelfde. Verkoopdagen zijn 29, 30 en 31 december, zo bepaalde staatssecretaris Simons (volksgezondheid), en op oudjaarsdag mag om tien uur 's morgens worden begonnen met het afsteken van de projectielen. Om twee uur 's nachts moet de rust zijn weergekeerd.

Gemeenten konden tot dusver zelf het vuurwerkbeleid regelen door plaatselijke verordeningen. “We wilden een einde maken aan de situatie dat in de ene stad vuurwerk wordt gekocht om dat vervolgens in een andere stad, waar de verkoop nog niet is gestart, af te steken”, verklaart een woordvoerder van het ministerie van WVC. Volgens hem dient de landelijk regeling de rechtszekerheid en de rechtsgelijkheid. “Als er in het verleden al iemand werd vervolgd, dan volgde vrijwel altijd vrijspraak omdat de rechter het logisch vindt dat je niet op de hoogte bent van regels als de situatie overal verschillend is.”

Volgens burgemeester dr. A. Peper van Rotterdam werkt het nieuwe vuurwerkbesluit de overlast en de onveiligheid in de hand. Vooral kinderen en jongeren zijn extra kwetsbaar geworden, schrijft Peper in een brief aan de staatssecretaris. Hij vraagt Simons het besluit zo aan te passen dat gemeenten zelf het beleid kunnen bepalen, in feite een terugkeer naar de oude situatie. De weerstand van Rotterdam richt zich met name op het besluit dat 's morgens om tien uur al met afsteken mag worden begonnen. In Rotterdam gold vorig jaar nog de regel dat 's avonds om tien uur de eerste pijlen de lucht in mochten.

Bij de vaststelling van het nieuwe beleid is te weinig rekening gehouden met de verschillen tussen plattelandskernen en steden, vindt Peper. “Plaatselijke omstandigheden - dichte bebouwing of landelijk gebied - zijn van grote invloed op de mate waarin overlast van het afsteken van vuurwerk wordt ondervonden”, zo schrijft hij.

De woordvoerder van het ministerie verbaast zich over de brief van Peper. Hij vindt dat er voldoende gelegenheid is geweest voor gemeenten om een oordeel te vellen over het vuurwerkbesluit. “Het besluit is de uitkomst van uitvoerig overleg tussen de gemeenten en het Rijk”. Dat daarbij gekozen is voor tien uur 's morgens noemt de woordvoerder een “bestuurlijke afweging”. Hij vermoedt dat Rotterdam vooral bezwaar maakt tegen het verlies van bevoegdheden.

Vuurwerk mag dit jaar krachtiger knallen dan tot dusver. Onlangs werd de geluidsnorm verhoogd van 150 dB(A) naar 153 dB(A) op twee meter. Deze verruiming van de norm is een voorschot op Europese regelgeving die, naar het zich laat aanzien, soepeler zal zijn dan de Nederlandse. Bovendien hoopt de regering op deze manier het illegale vuurwerk terug te dringen. Onduidelijk is hoe groot de illegale vuurwerkmarkt is. De tot nu toe in beslag genomen 25.000 kilo zijn volgens Broekhoff het topje van de ijsberg.