Linguïsten praten weer over de waarheid

TORONTO, 31 DEC. Gespierde kleerkasten met walkietalkies bewaken een grote hotelzaal in Sheraton Centre Inn in Toronto. Alle bezoekers moeten streng geïnspecteerd worden. Er zou wel eens terrorisme kunnen dreigen, zo wordt gevreesd.

Na jaren van relativerend multiculturalisme hebben Amerikaanse professoren in de taalwetenschappen en letterkunde deze week in de Canadese stad Toronto namelijk durven praten over 'universele waarden'. “We zetten het woord waarheid minder tussen aanhalingstekens”, zegt Jeffrey Wallen van Hampshire College.

Voor het eerst heeft de Amerikaanse Modern Language Association in haar jaarlijkse conventie daarom een zitting belegd over de Britse schrijver Salman Rushdie, die door wijlen de Iraanse geestelijk leider imam Khomeiny ter dood is veroordeeld.

Dat is een erkenning dat Westerse vrijheid van meningsuiting gaat boven onderdrukking in naam van de islam. De meeste Amerikanen vinden dit vanzelfsprekend, maar onder veel literatuur-professoren is dit standpunt revolutionair.

Vijftien jaar 'deconstructie' naar klasse, ras, seksuele geaardheid en geslacht heeft de Westerse geestelijke erfenis op losse schroeven gezet. Sommige professoren zeggen in Toronto dat het moeilijk is in hun faculteiten over Rushdie te praten.

,Toen de kwestie bij ons een paar jaar geleden ter sprake kwam, zeiden sommigen dat we ons eerst in de Iraanse cultuur zouden moeten verdiepen voor we tot kritiek zouden overgaan'', zegt Wallen.

Enkele universiteiten hebben zelfs mogelijk beledigend taalgebruik onder de eigen studenten aan banden gelegd.

Pag.5: Shakespeare verdrongen door cursus 'Culturele diversiteit'

De Canadese romanschrijfster Margaret Atwood (onder andere The Handmaid's Tale) vond dat het afgelopen moest zijn met de academische afstandelijkheid. “We kunnen cultureel relativisme niet toepassen op piramides van schedels. Het is geen imperialisme om de holocaust te veroordelen”, zei ze tijdens de sessie over Rushdie. Volgens Wayne Booth, voormalig voorzitter van de Modern Language Association, speelt relativisme de Iraanse mullahs in de kaart. “Dan kunnen de mullahs met recht zeggen 'mijn normen zijn evenveel waard als de jouwe, scheer je dus weg' ”, zei hij.

Deze discussie geeft weer hoever veel Amerikaanse literatuurwetenschappers zijn afgedwaald van hun vroegere missie: het louter bestuderen van literaire teksten. Veel Amerikaanse literatuurwetenschappers hebben zich in de sociologie begeven, zonder de bijkomende wetenschappelijke attributen van statistiek en empirisch onderzoek. Vier jaar na de val van de Berlijnse muur viert aan veel faculteiten 'nieuw historicisme', een combinatie van vulgair marxisme en deconstructie (het afbreken van de betekenis van de woorden), nog hoogtij.

De eigen invalshoek van de criticus is superieur aan de schrijver zelf. “Nu is de geschiedenis van de literatuur deel van de geschiedenis van de kritiek”, aldus Jonathan Culler van de Cornell Universiteit. Een Amerikaanse, universitaire literatuurkritiek begint vaak met een autobiografische opsomming van de familiesituatie van de criticus, de eerste seksuele ervaring om dan over te gaan tot de eigenlijke bespreking van het werk.

Ruim een derde van de 700 lezingen in Toronto gaat over feminisme of homoseksualiteit, tegenwoordig Queer Studies geheten, liefst in combinatie met een niet-blanke identiteit. Dichters uit de 19de eeuw worden naar moderne maatstaven beoordeeld. Was Joseph Conrad geen imperialist en John Milton niet een seksist? Behalve veel traditionele nummers op hoog niveau als 'De esthetiek van het object in Shelley en Byron', gaat het over onderwerpen als 'De bard ontleed, Shakespeare's vrouwelijke lichamen', 'Austen, genre, geslacht', lesbische thema's als 'Lesbische lusten naar de Wet, de knipogende beelden en melodramatische teksten van LA Law', 'Teledildoïsme, virtuele lesbische vrouwen in de fictie van Jeanette Winterson'' of 'Tussen de lakens'.

Cursussen 'culturele diversiteit' verdringen het onderricht in Engelse en Amerikaanse klassieken zoals Shakespeare of Melville. Studenten Engels weten soms meer van Engelse vertalingen van Afrikaanse vertelkunst dan van Faulkner of Austen. “Als ik een marxistische en feministische analyse geef van Chaucer, stellen de studenten daar geen vragen over. Ze denken dat Chaucer zo is”, zegt een docente tijdens een discussie.

Vooral voor professoren Engels valt het steeds moeilijker om te bepalen wat voor soort onderwijs hun studenten moeten krijgen in hun steeds verder expanderende wereldtaal. “Ik kom elke dag in de winkel mensen uit andere culturen tegen”, zegt Barbara Porter van Canisius College. De stad Toronto is een goed voorbeeld. Het Engels wordt er met hard en zacht rollende r, gutturale w, dichtgeknepen of open klinkers en talloze andere varianten uitgesproken. De vijf miljoen inwoners van deze Canadese immigratiestad spreken bij elkaar 200 talen. In de ondergrondse winkelcentra lopen Pakistani's, Chinezen, Mongolen, Ethiopïers, Grieken, Russen en Ieren. Wat hebben deze mensen nog gemeenschappelijk, behalve grondgebied? Het is een dringende vraag voor Amerikaanse professoren in moderne talen en literatuur die aan hun faculteiten worden geconfronteerd met protesten van studenten die zich volgens Aziatische, zwarte of Latijns-Amerikaanse etnische identeit willen organiseren, met even zoveel invalshoeken of mogelijke schrijvers.

“Ik merkte dat ik pas echt genoot van literatuur, toen ik een Afrikaanse schrijver las”, zegt een zwarte student Engelse taal. “Ik begrijp dat niet”, riposteert prof. Norman Fruman van de University of Minnesota. “Zwarten wonen al honderden jaren in Amerika. Maar mijn ouders zijn in Oekraïne geboren. Toch heb ik geen enkele band met Oekraïne en ik heb er ook niets over te vertellen.” De uit Roemenië afkomstige Felicia Bonaparte van de University of the City of New York, valt hem bij: “Men kiest een cultuur. Men wordt niet geboren in een cultuur. We kwamen hier omdat we deze cultuur wilden.”

Bonaparte, die de Britse, Victoriaanse roman doceert, is bang dat de studenten door de algehele versplintering onwetend van de universiteit komen. De universiteit van Harvard was de eerste die het basisprogramma afschafte voor de eerste vierjarige studiefase. Sindsdien zijn vele andere gevolgd. Zo kan een student vele vakken door elkaar doen. Ze bestuderen vergelijkende literatuur zonder andere talen te leren, paren hippe Tao aan Hegel the Spirit Man en de schrijfster Toni Morrison aan de Chinese wijsgeer Confucius. De studenten gaan steeds minder in de diepte. Voor docenten, die liever doceren over hun publikatie-onderwerp dan dat ze zich moeten laten afleiden door algemene inleidende cursussen, komt het goed uit. Ze bepalen zich soms tot schrijvers van het tweede plan.

Van 1964 tot 1989 is het gemiddelde aantal alfa-onderwerpen aan Amerikaanse universiteiten uitgebreid van 230 tot 660. Slechts minder dan een derde van de vakken bouwt nu voort op eerder gegeven cursussen. In 1964 was nog voor 89 procent van de colleges in alfa-vakken het volgen van eerdere cursussen vereist. Bij de beta- en gamma-vakken hebben de docenten minder vrijheid genomen en is dat percentage op 89 procent gebleven.

Donne Raffat, Iraniër van geboorte en hoogleraar Engels aan de University of San Diego, vindt het verlaten van een gedegen basisprogramma over de Engelstalige cultuur geen zegen. Hij heeft ook bezwaar tegen de term multiculturalisme. “Het gaat hier niet om cultuur maar om etniciteit”, zegt hij. “We zijn een multi-etnisch volk. De Chicano's in Californië zijn heel anders dan echte Mexicanen.” Hij ziet Engels als taal van een cultuur en als internationaal communicatiemiddel. Degenen die het als de taal van de eigen cultuur hanteren, moeten er ook de wortels van kennen. Vandaar dat hij grondig Shakespeare doceert aan zijn studenten. “Alle studenten vonden het prachtig. Het was als water op uitgedroogde grond”, zegt hij. Het tweede semester wil hij ook wel ingaan op oude verhalen uit Iran en Egypte.

Het kostte Raffat veel moeite om een zitting over Rushdie te organiseren. “Ik werd gered door de traditionelen, niet door de multiculturalisten”, zegt hij. Het onderwerp “spreekt de traditionelen aan”. “Iemand moet zeggen dat God bestaat. Je kunt iemand niet ombrengen wegens het uitoefenen van zijn individuele rechten”, zegt hij.

De meeste literatuurstudenten gaan overigens geen glorieuze toekomst tegemoet. “Wat succes heeft in de academische wereld - de taal van het slachtoffer - heeft geen succes in de maatschappij”, zegt Wallen. Vandaar dat de literatuurfaculteiten flink krimpen. Maar er is één groeisector, traditioneel noch multicultureel, en dat is communicatie. “Dat is de New Age”, zegt Raffat. “Hoe praten we voor de televisie? Er is geen historische achtergrond. Het leidt tot de wereld van George Orwell. Dan leven we in een samenleving waar we niets kunnen zeggen over onszelf.”