Lawaai verjaagt de kwade geesten in Chinatown; De politie koopt zelf het beste vuurwerk bij de Chinese winkels

AMSTERDAM, 31 DEC. Grijs en nat zijn de stoepen van de Oude Hoogstraat. Vannacht gaat er een deken van rode schilfertjes overheen, als voor alle Chinese restaurants en winkels duizenden rotjes de lucht in knallen. En het is niet eens hun eigen nieuwjaar dat ze daarmee verwelkomen.

“Natuurlijk”, zegt de serveerster in restaurant Golden Chopsticks. Ze draagt twee kommen won ton soep naar een Chinese familie. “Natuurlijk steken we vuurwerk af. Altijd in Chinatown.” De familie knikt. Ze verstaan geen Nederlands. “Het lawaai verjaagt de kwade geesten”, zegt de serveerster nog, dan moet ze echt verder.

Ook al valt het Chinese nieuwjaar in 1994 pas op 13 februari, omdat het maanjaar van de Chinese kalender niet parallel loopt met de zonnemaanden, toch zullen de kwade geesten morgen alvast worden verjaagd van de Zeedijk, de Nieuwmarkt en de Oude Hoogstraat. De Nieuwmarktbuurt is het Chinatown van Amsterdam. Goed, er lopen internationale junks rond, toeristen en hoeren, maar het decor is Chinees. Grote warenhuizen, veel restaurants, een enkele kapper, reisbureaus en wat boekwinkels. Zelfs de Nederlandse vuurwerkhandel in de Oude Hoogstraat adverteert in Chinese karakters: 'Vuurwerk te koop'. Tenminste, dat denkt de eigenaar, want dat heeft hij aan de Chinese schilder gevraagd te schrijven. De voertaal hier is Kantonees. Wie de taal niet spreekt, kan in de toko's alleen op het gezicht boodschappen doen. De prijzen zijn pas leesbaar op de kassabon.

Vuurwerk vind je er niet op de schappen. Het is er wel - dat weten de klanten en de andere buurtbewoners. Onder de toonbank. De politie weet het ook. Die koopt zelf het beste vuurwerk bij de Chinese winkels. Iedereen op de Wallen haalt zijn vuurwerk bij de Chinezen, zegt de jonge verkoper in boekhandel Ming Ya tegenover de Waag op de Nieuwmarkt.

Hj heeft dit jaar niks in de aanbieding. De markt is overvoerd, voor hem valt er geen voordeel meer te halen. Zijn specialiteit: enorme vuurpotten - hij wijst zo'n zestig bij zestig centimeter met zijn handen aan. “Vijftig kilo. Vijf-, zeshonderd gulden.”

Hij is vrijwel de enige die iets wil zeggen over de handel in vuurwerk. “De oudere Chinezen spreken meestal slecht Nederlands en zijn heel erg op de eigen gemeenschap gericht”, veronderstelt hij. In de supermarkten op de Geldersekade wordt degene die naar vuurwerk vraagt met zwaar accent afgeweerd. Bij China Town en Wah Nam Hong bezweren ze dat ze niets hebben. De bedrijfsleidster van Hoi Tin op de Zeedijk weet zelfs niet wat vuurwerk is. “Het is druk”, zegt ze verontschuldigend. Zo uitbundig als ze andermans nieuwjaar vieren, zo zwijgzaam zijn de Chinezen over de herkomst van hun lawaai.

Terwijl ieder jaar meer siervuurwerk schijnt te worden verkocht, houden de Chinezen onverminderd vast aan de rooie lawaaikokertjes, al dan niet aaneengeknoopt in lange matten. Een zo'n mat slaat minutenlang gaten in het trommelvlies en eindigt in een knal die de ruiten laat trillen. “Wit kruit”, zegt een vuurwerkimporteur. Of aluminiumpoeder. Verboden. In Nederland tenminste, hier is alleen zwart buskruit toegestaan. In Duitsland maken ze het, maar mag het niet aan particulieren worden verkocht. In België is het zo verkrijgbaar. Bij de knal-verliefde Chinezen is het de absolute favoriet.

Het geknal jaagt niet alleen de boze geesten op de vlucht, het verwelkomt ook de leeuw. De leeuw, symbool van al het goede, danst op 3 januari door Chinatown. Hij is uit Hongkong gekomen en ligt nu nog in de Amsterdamse sportschool Wu Shu, die elk jaar de nieuwjaarsviering in de Nieuwmarkt organiseert. Met een speciale ceremonie wordt hij 's ochtends tot leven gewekt, vertelt de lerares Tai Chi en Pa Kua van de sportschool. Dan kruipen er twee mannen in het pak en zo gaat hij de zaken af, overal begroet met rood knalvuurwerk. Rood brengt immers ook geluk.