Jaar met opvallend veel leed: affaires, afscheid en de dood; Sport bood in elk geval ook in '93 genoeg afleiding

ROTTERDAM, 31 DEC. Teleurstellingen, affaires, verdriet, afscheid en de dood - ze lijken meer dan ooit het gezicht van een sportjaar te hebben bepaald. Triomfen en records zijn er als altijd geweest, anders zou sport geen sport meer zijn, anders zou sport zijn laatste restje gezonde uitstraling verliezen. Maar wie op de droge feiten van het jaaroverzicht van 1993 afgaat, moet constateren dat sport niet altijd aanleiding geeft voor euforie.

De enorme golven van Oranje-verering, ter meerdere eer en glorie van 's lands beste voetballers, zijn weliswaar nog niet vergeten. En ze zullen weer opstuwen als het Nederlands elftal probeert komende zomer wereldkampioen te worden. Maar ze zijn alweer bijna overspoeld door de 'affaire-Cruijff'. Zoveel verwarring in de voetbalwereld, zoveel opwinding, zoveel ophef in de media, zoveel leed, agressie en complete verdwazing rondom een voetbaltrainer die om een of andere reden niet het nationale elftal op het wereldkampioenschap zal begeleiden.

Erik de Bruin was een nationale held geweest wanneer hij afgelopen zomer op de wereldkampioenschappen zijn discus verder had gegooid dan al zijn buitenlandse tegenstanders. Geen plaats op het erepodium, maar een plaats aan de schandpaal viel hem toe nadat in een laboratorium spoortjes van een verkeerd medicament waren waargenomen. Zoveel aandacht, zoveel opwinding, zoveel verwarring met als voorlopig einde voor De Bruin de rol van martelaar.

Sport wordt niet alleen beoefend door Nederlanders. Een van de meest opmerkelijke prestaties van het afgelopen jaar was de verbetering door een Schotse amateurwielrenner, Graeme Obree, van het werelduurrecord. Hij reed in een uur 51.596 kilometer, dat was zo'n vierhonderd meter meer dan Francesco Moser in 1984 deed. Een niet te onderschatten krachtsexplosie. Opvallend was het dat Obree met zijn borst op het stuur hing en zijn fiets had gemaakt van onder meer onderdelen van een oude wasmachine. Hij spotte met alle theorieën en bestaande sportwetenschap. Kort daarop reed de Engelsman Chris Boardman in een uur zelfs zevenhonderd meter verder dan Obree. En het einde is nog niet in zicht.

Obree en Boardman gaven de wielersport een positieve injectie. Hoe fantastisch Miguel Indurain ook fietste in de Giro en de Tour, zijn kracht en zijn superioriteit zijn te groot om de wielerliefhebbers te blijven boeien. Leuk was daarom ook de wereldtitel op de weg voor de Amerikaan Lance Armstrong. Daartegenover stond de collectieve teleurstelling van de Nederlandse wielrenners. Erik Breukink kan maar niet aan de verwachtingen voldoen. De verwachtingen die veel te hoog gespannen zijn. Maar als we geen nationale held hebben, moeten we er een maken, nietwaar. Desnoods over de rug van Erik Breukink.

Zoals bij Richard Krajicek. Zo blij als we waren met de plaats in de halve finale van Krajicek op het open Franse tenniskampioenschap, zo teleurgesteld worden we iedere keer weer als blijkt dat hij geblesseerd is geraakt of gewoon omdat hij onze verwachtingen niet inlost. Daarom waren we ook zo blij met de wereldtitel van Jacco Eltingh en Paul Haarhuis. In het dubbelspel; voorheen een spel, sinds een maand een topsport. Ze werden door de mediavertegenwoordigers zelfs daarom tot sportploeg van het jaar uitgeroepen. Om de onzin van deze verkiezing te illustreren, werden de prestatie van het duo hoger gewaardeerd dan de bridgeploeg die wereldkampioen was geworden.

De derde plaats van Bert van Vlaanderen op de marathon tijdens de wereldkampioenschappen was zonder twijfel de meest opmerkelijke Nederlandse sportprestatie. Vooral omdat ze verrassend was. Verrassender dan de records en titels van Falko Zandstra en Rintje Ritsma, die werden behaald in het beperkte wereldje van schaatsers. Het zijn atleten die schaatsers, vanzelfsprekend. Maar zonder de Noorse wereldrecordhouder Johann Koss fungeert alleen het ijs als tegenstander. Opvallendste prestatie kwam aan het einde van 1993 in de schaatssport van de Amerikaan Dan Jansen, die als eerste op de 500 meter onder de 36 seconden dook. Maar in de Verenigde Staten weten zich nog minder van schaatsen dan van voetbal.

Arthur Ashe, de eerste zwarte tennisser die Wimbledon en de US Open won, overleed op 49-jarige leeftijd aan aids. Bobby Moore, de aanvoerder van het Engelse elftal dat in 1966 wereldkampioen werd, overleed op 51-jarige leeftijd aan kanker. James Hunt, wereldkampioen autoracen Formule 1 in 1976, overleed op 45-jarige leeftijd aan een hartaanval. De Kroaat Drazen Petrovic, de beste buitenlander in het Amerikaanse basketbal, verongelukte met zijn auto op weg naar zijn vaderland; hij was 29 jaar. De bijna complete selectie van het nationale voetbalelftal van Zambia, kwam om bij een vliegtuigongeluk.

Michael Jordan, één van de beste sporters die de geschiedenis heeft gekend - in elk geval de rijkste - besloot tot verdriet van iedereen die van opwindende sportmensen houdt met basketbal te stoppen. De Tour de France-winnaars Laurent Fignon en Stephen Roche beëindigden hun wielercarrière. Romario de Souza Faria en Dennis Bergkamp verlieten Nederland. Marco van Basten werd geconfronteerd met een mogelijk einde van zijn loopbaan omdat een van zijn enkels zowat in staat van ontbinding verkeert.

Vitesse-speler René Eijer kon niet meer verder voetballen omdat hij aan de spierziekte multiple sclerose lijdt. Monica Seles werd in Hamburg door een tennis-idioot met een mes in de rug getroffen. Lichamelijk heeft ze de aanslag overleefd, geestelijk natuurlijk nog niet helemaal. En op de valreep trof het noodlot shorttrack-schaatsster Monique Velzeboer die voor Nederland naar de Winterspelen zou gaan. Zij kwam zwaar ten val en kan nu nooit meer schaatsen, misschien zelfs nooit meer lopen.

Diego Maradona keerde gelukkig terug op de voetbalvelden, afgeslankt, afgetraind en afgekickt. Ruud Gullit houdt ons elke dag op de hoogte van zijn wel en wee. Bij zijn nieuwe club Sampdoria schittert en scoort hij als vanouds. Nu rest de vraag of hij nog voor het Nederlands elftal wil uitkomen. In april speelde hij voor de laatste maal voor Oranje. Halverwege de tweede helft van het kwalificatieduel tegen Engeland op Wembley moest hij het veld verlaten. Nederland leek toen uitgeschakeld voor het WK, maar een desperate rush van Overmars leidde tot een strafschop, die Van Vossen benutte. Waardoor Nederland in de race bleef voor kwalificatie.

Niet bekend

Feyenoord, dat tot woede van de Ajacieden en tot verbazing van anderen kampioen was geworden, werd de nationale titel weliswaar niet allerwegen gegund, maar de Rotterdammers mochten hem wel behouden. In tegenstelling tot Olympique Marseille, de Franse kampioen, die AC Milan zelfs de Europa Cup had weten af te nemen. De club van de omstreden geldmagnaat Bernard Tapie bleek vlak voor de Cupfinale de diensten van spelers van Valenciennes te hebben gekocht. Een omkoopaffaire die verstrekkende gevolgen had. Olympique moest onder andere zijn titel inleveren en werd in Europees verband geschorst.

Omkoping en doping horen bij de sport, die steeds nadrukkelijk wordt beheerst door de commercie. Vermoedens over frauduleuze praktijken nemen hand over hand toe. In het Nederlandse voetbal werden bij MVV onrechtmatige administratieve handelingen geconstateerd, waarbij zelfs de relatie met omkoping niet wordt uitgesloten. Nog altijd loopt het onderzoek. Nog altijd hebben zaken als deze in Nederland nog niet die omvang bereikt van de 'operatie schone handen' waaraan onder meer de met geld smijtende Italiaanse sportclubs het afgelopen jaar werden onderworpen. Men is gewaargeschuwd.

Vermoedens en verdachtmakingen gelden in de internationale sportwereld vooral de prestaties van de Chinese sportmensen. Hardloopsters als Qu Yunxia, Wang Junxia, Zhang Linli, Ma Lyan en Zhang Lirong bezetten de hoogste posities op de wereldranglijsten de 1500 meter, 3000 meter, 10.000 meter en marathon. Volgens de laatste berichten uit China worden met regelmaat Chinese sportmensen betrapt op doping. Genoemde boegbeelden van de Chinese atletiek gaan (nog) vrij uit.

Misschien omdat het van die 'vreemde Chinezen' zijn, omdat ze net zo vreemd zijn als die Oostduitsers en Russen waren. Misschien omdat hun prestaties te verrassend zijn, net als die van die Oostduitsers en Russen. Wat vreemd is, wat niet te begrijpen valt, dat is verdacht. Daarom hebben we ook niet zo gauw bedenkingen bij de fascinerende WK-finales 100 meter tussen de dames Ottey en Devers en de heren Christie, Cason, Effiong, Mitchell, Burrell en Lewis, bij het fantastische wereldrecord en de wereldtitel 110 meter horden van Colin Jackson.

Het zijn herkenbare prestaties van herkenbare mensen. Ze doen ons het negativisme vergeten, het verdriet in de sportwereld en af en toe het leed in de gewone wereld. Sport biedt in elk geval genoeg afleiding.