India en Pakistan kijken of het al wil dooien in Kashmir

NEW DELHI, 31 DEC. India en Pakistan, de buurstaten die elkaar al ruim 46 jaar met het diepst denkbare wantrouwen behandelen en driemaal tegen elkaar ten strijde zijn getrokken, beginnen het jaar 1994 veelbelovend. In de Pakistaanse hoofdstad Islamabad komen de ministers van buitenlandse zaken van beide staten op nieuwjaarsdag bijeen voor twee dagen van veelomvattende besprekingen.

Het is voor het eerst in 14 maanden dat er een dergelijke ontmoeting plaats heeft, afgezien van een enkel onderonsje bij internationale forums. Voor het eerst ook prijkt op de agenda uitdrukkelijk de kwestie-Kashmir, zonder twijfel het neteligste vraagstuk tussen beide staten. Naar verwachting zullen beide heren elkaar ook aan de tand voelen over hun nucleaire activiteit.

Of minister J.N. Dixit van India en zijn gastheer Shahryar Khan spijkers met koppen kunnen slaan, valt te bezien. Khans rechterhand, staatssecretaris Sardat Aseef Ali, liet onlangs alvast een kille wind waaien door te verklaren dat er van een nieuw compromis over Kashmir geen sprake kon zijn. De oude VN-resoluties die melding maken van een plebisciet waren voldoende, meende hij.

Een zegsman van het Pakistaanse ministerie van buitenlandse zaken verlaagde de temperatuur afgelopen woensdag verder met de mededeling dat Pakistan geen enkele concessie inzake Kashmir zou doen. “Pakistan heeft niets te bieden”, zei hij. “Pakistan heeft de politieke wil om tot een oplossing te komen. Waar wij achter moeten komen, is of India diezelfde wil heeft.” Zoals gebruikelijk liet hij deze woorden volgen door stekelige opmerkingen over het optreden van het leger in het Indiase deel van Kashmir.

Van Indiase zijde wordt officieel nog steeds volgehouden dat Dixit naar Islamabad reist in de hoop op “een voorwaartse beweging” in de wederzijdse betrekkingen. Wel heeft New Delhi zich bezorgd getoond over de weinig tegemoetkomende uitlatingen uit Islamabad. India zelf heeft zich tot dusverre overigens evenmin bereid verklaard tot specifieke concessies.

De kwestie Kashmir vertroebelt de verstandhouding tussen beide staten al sinds hun onafhankelijkheid in 1947. Het vraagstuk ligt zo gevoelig omdat het rechtstreeks te maken heeft met hun raison d'être. India is een seculiere staat, waarvoor het feit dat Kashmir in meerderheid door moslims wordt bewoond onbelangrijk is. De deelstaat vormt een integraal bestanddeel van het Indiase territorium en daarmee uit, aldus New Delhi. Een overweging voor India is voorts dat het opgeven van Kashmir of een deel daarvan tot onrust in andere gebieden met separatistische neigingen zou kunnen leiden.

Pakistan is juist nadrukkelijk ontstaan als islamitische staat en voor Islamabad is de omstandigheid dat het overwegend islamitische Kashmir na de deling van 1947 door toedoen van een hindoe-maharadjah bij India kwam nog steeds onverteerbaar. Afgezien van de islam is er niet zo heel veel dat de Pakistanen verenigt en daarom is de kwestie Kashmir altijd een welkom bindmiddel geweest. Een Pakistaanse politicus kan geen groter ongeluk treffen dan een reputatie van slapheid over 'Kashmir', een gegeven waarvan premier Benazir Bhutto zich ten volle bewust is. Haar ambtgenoot Narasimha Rao verkeert overigens in een soortgelijke positie in India.

Een complicerende factor is dat er sinds eind 1989 een soort intifadah, een volksopstand, woedt in Jammu en Kashmir, zoals de Indiase deelstaat voluit heet. India ontkent dit hardnekkig en zegt dat de onrust louter is te wijten aan door Pakistan opgeleide en bewapende jongeren. Met harde hand poogt het nu al vier jaar tevergeefs de orde te herstellen, de bevolking intussen steeds verder van zich vervreemdend. Naar schatting 10.000 mensen hebben tot nu toe het leven gelaten in het conflict.

Pakistan ontkent in alle toonaarden dat het het vuur in Kashmir aanwakkert. Weinigen twijfelen echter dat het land dat nu juist wel doet. Uit alle macht, en niet zonder succes, poogt Pakistan verder de internationale publieke opinie te mobiliseren voor het leed van de burgerbevolking in Indiaas Kashmir.

Vorige week nog verklaarde premier Bhutto dat het Pakistan slechts is begonnen om het “recht op zelfbeschikking” van de bevolking van Kashmir. Een standpunt dat de Pakistanen steeds hebben gehuldigd in de overtuiging dat de Kashmiri's bij een plebisciet massaal zouden kiezen voor aansluiting bij Pakistan. In dat laatste zouden ze zich echter kunnen vergissen. Bezoekers aan het gebied krijgen steeds vaker van de bewoners te horen dat volledige onafhankelijkheid van zowel India als Pakistan hun grote wens is.

Voor Pakistan is een onafhankelijk Kashmir ontoelaatbaar. Dat zou zich immers ook moeten uitstrekken tot het door Pakistan sinds de oorlog van 1947 bezette deel van Kashmir en de door Pakistan van Kashmir losgekoppelde noordelijke gebieden Gilgit, Hunza en Baltistan. Zonder die gebieden is Pakistan zijn directe verbinding met de grote buurman en wapenleverancier China kwijt. In het bijzonder de machtige Pakistaanse generale staf is hier fel op tegen.

Ook de Indiërs willen niets weten van een onafhankelijk Kashmir. In dit verband zijn ze verontrust over recente verklaringen van hoge Amerikaanse regeringsfunctionarissen. Die hebben de afgelopen maanden nadrukkelijk verklaard dat de schendingen van de mensenrechten in Kashmir moeten ophouden. Voor het eerst ook zinspeelden ze op de zogeheten derde optie, die van een onafhankelijk Kashmir. Elders in de wereld begint men eveneens te beseffen dat het tijd wordt de Kashmiri's zelf eens te vragen wat ze graag willen.

Pakistan heeft een ambivalente relatie met de Amerikanen. Er bestaat vreugde over de toenemende druk uit Washington op New Delhi over Kashmir. Anderzijds blijft Pakistan nog steeds verstoken van broodnodige hulp, omdat de Amerikanen ontstemd zijn over het nucleaire programma van de Pakistanen. Volgens een recent rapport van de CIA zou Pakistan thans over zeven kernwapens beschikken.

India beschikt naar eigen zeggen wel over het vermogen kernwapens te maken maar heeft die niet in voorraad. Onafhankelijke inspectie is er echter niet geweest. India noch Pakistan zijn partij bij het non-proliferatieverdrag tegen kernwapens. Meer dan haar voorgangers oefent de regering van president Clinton druk uit op beide landen om alsnog tot dit verdrag toe te treden.

Gezien deze Amerikaanse opstelling lijkt het geen toeval dat India en Pakistan de koppen bij elkaar steken. Het is duidelijk in beider belang de wereld te laten zien dat ze zelf de toestand meester zijn, anders zou de buitenwereld zich er wel eens meer mee kunnen gaan bemoeien dan hen lief is.

Veel waarnemers houden er daarom rekening mee dat de ministers toch in elk geval symbolische vooruitgang willen laten zien. Dat zou kunnen in de vorm van een akkoord over de omstreden Siachen-gletscher, diep in de Himalaya. Op een hoogte van ruim 6.000 meter liggen militairen van beide landen daar al jaren in stelling. Velen sneuvelen, niet zozeer door de strijd als wel door lawines, bevriezing en uitputting. Een einde aan deze kostbare en lichtelijk absurde exercitie, symbool bij uitstek van de ijzige wederzijdse betrekkingen, zou een eerste stap op weg naar een periode van dooi tussen beide landen kunnen zijn.