Hollands Dagboek: Allan Boesak

Dr. Allan Boesak (1946, Kakamas) studeerde theologie in Zuid-Afrika en in Kampen. Hij was een van de oprichters van het Verenigd Democratisch Front (UDF), predikant van de Nederduits Gereformeerde Sendingskerk en voorzitter van de Wereldbond van Gereformeerde en Hervormde kerken. Hij is nu voorzitter van het ANC in de westelijke kaapprovincie. Boesak is getrouwd met televisie-producer Elna Botha. Zij hebben een dochter, Sarah-Len (2). Deze week was hij met zijn vrouw in Nederland op uitnodiging van de NCRV voor het informatieproject 'Samen in Zuid-Afrika'.

Woensdag 22 december

's Morgens om vijf uur al op Schiphol. We worden er opgewacht door NCRV-voorzitter Herstel en de initiatiefnemer en coördinator van het project 'Samen in Zuid-Afrika', Pieter Schut. KL 594 uit Kaapstad en Johannesburg is de eerste vlucht die op woensdag binnenkomt. Moet je nagaan: de mensen die ons komen ophalen moeten al om drie uur 's morgens hun bed uit! Het moet vast een soort straf voor de naweeën van apartheid zijn. Buiten is het koud, maar het is een graad warmer dan voorspeld was. Thank God for small mercies.

Het is wel een goed idee, dit 'Samen in Zuid-Afrika'-project. Altijd al waren de Hollanders bij Zuid-Afrika nauw betrokken. De banden zijn stevig; via familie, de kerk, de geschiedenis, de taal. Velen hebben deelgenomen aan de strijd tegen apartheid, aan sport- en cultuurboycot, zetten economische druk op de blanke regering. Het staat vast: zonder die wereldwijde druk, samen met de strijd van binnen uit, was de ommezwaai van De Klerk niet denkbaar geweest.

's Avonds Bert en Veronica Boer op bezoek. Om even 'welkom' te zeggen. We hebben ze twee jaar geleden bij ons thuis op bezoek gehad, dus valt er veel te vertellen. Ze mogen ook Sarah-Len zien, op foto's die haar moeder meegebracht heeft. De complimentjes rollen over de lippen en terecht, ze is inderdaad een heel lief kindje. Heerlijk om gewoon met goeie vrienden lekker bij te kletsen over van alles en nog wat. Politiek is ook niet alles.

Donderdag 23 december

Nog een keer met Pieter Schut over het project praten. Hij is erg zorgvuldig en degelijk, een beetje trots op dit project en een heel klein beetje nerveus. Van mij mag dat. Als er iets fout gaat, zal het aan hem niet liggen. Dan de stad in. Een beetje winkelen, maar vooral gewoon wandelen, naar mensen kijken.

In de winkels valt het op: Zuidafrikaanse wijnen te koop. Toch gek, dat. Na zoveel jaren boycotten zijn ze er ineens. En niet eens altijd de beste. Ik sta een beetje te reflecteren: in de wijnlanden van de Kaap zijn er nog steeds talloze boeren die hun arbeiders als drek behandelen; ze betalen slavenlonen en op veel boerderijen is het gehate 'dopstelsel' nog niet weg. Het is toch onwelriekend dat juist deze mensen (als eersten?) zouden profiteren van de opheffing van de sancties? Nederlanders zouden het recht moeten hebben om te mogen weten of de Zuidafrikaanse wijnen die ze drinken van een 'wynplaas' komen waar menselijke waarden tellen. Thuis doe ik het namelijk zelf. Bert heeft gelijk: op het etiket zou eigenlijk een tekentje moeten staan: dit is een goeie!

Door Amsterdam lopen. Niet voor 't eerst denk ik: wat een heerlijke stad. Het leeft hier. Wanneer worden onze steden in Zuid-Afrika weer zo? De groepsgebiedenwet heeft allen die niet wit zijn de steden en dorpen uitgedreven. De blanken waren blij: hun alleenrecht op Zuid-Afrika was verzekerd, het dorp was 'schoon', alle 'black spots' waren buiten, en het lekkerste van alles: geen zwarte buren meer. Maar of ze echt gelukkig waren, echt gerust? Nee toch? Zo'n puur blanke stad in Afrika is toch een illusie, om niet te zeggen onnatuurlijk? Daar mist toch iets?

We verkijken ons op de mensenmassa. In Johannesburg en New York vind ik een massa mensen die elkaar verdringen dreigend; in Amsterdam is het gezellig. Van alle culturen en achtergronden, van alle talen en kleuren. En dan te bedenken dat in Amsterdam al die mensen ergens vandaan geëmigreerd zijn. Bij ons zijn ze er geboren, horen ze er zo bij.

Het zijn niet alleen de mensen, het zijn ook de geuren. Ze zijn niet van de lucht. Hier oliebollen, daar poffertjes; hier kroketten en frites, daar pannekoeken. En meteen, in de grijsheid van de regen, een bos helderrode tulpen. Iemand kijkt me heel stipt aan, dan glimlacht ze breed en zegt: 'Beyers Naudé?'' 'Nee'', zeg ik, 'Desmond Tutu.'' 'Oh'', zegt ze, 'natuurlijk!'' Elna viel bijna om van het lachen.

Ze wijst naar twee vriendinnetjes, de een blank, de ander zwart, die hand in hand kerstinkopen doen. 'So what'', vraag ik, de stommerik. Niet dat die twee er zijn, legt ze uit, maar dat ze er zo natuurlijk bij zijn. Wanneer denk je dat het bij ons zover komt, dat zoiets zo mooi, zo natuurlijk, zo gewoon is? Nu, dat duurt nog wel even, maar het komt. De terugkeer van de natuurlijkheid in Zuid-Afrika is niet meer tegen te houden. Er zijn al kleine tekentjes van. In Kaapstad begint het te leven, de stad krijgt weer kleur in het gelaat, het hart klopt sterker, de berg en de zee zijn weer van ons allen.

Vrijdag 24 december

In de tijd dat ik in Nederland studeerde, zeiden mensen altijd als het over Zuid-Afrika ging: je moet er geweest zijn. Dat werd, moet ik erbij zeggen, meestal gezegd door de verdedigers van de apartheid. Daarmee bedoelden ze meestal: je kunt toch niet precies weten hoe het er is; hoe je je als blanke bedreigd voelt; hoevéél blanken wel voor zwarten deden. Als je je dat eens bedenkt, zul je anders oordelen. Zo ongeveer ging het. Ben van Kaam heeft er indertijd een heel scherp boekje over geschreven en heel effectief het racistische van dit argument aan de kaak gesteld.

Christine en Hennie zijn medewerkers aan 'Samen in Zuid-Afrika'. Ze zijn pas in Zuid-Afrika geweest en we hebben ze het laatst gezien in Guguletu, met de opname van de kerkdienst voor aanstaande zondag. We zitten in een vergadering naar hun ervaringen te luisteren. Het verbaast me altijd dat Zuid-Afrika op iedere bezoeker zo'n grote indruk maakt. Het valt me ook steeds weer op welk verschil het maakt hoe je er komt, met wie je praat. Een discussie met blanken in een blanke buurt is onherroepelijk anders wanneer je eerst in de townships geweest bent.

Christine en Hennie zijn teruggekomen in Nederland, rijk aan ervaring, aan vrienden, aan hoop en geloof in de toekomst van Zuid-Afrika. We zouden eigenlijk dit project in het Afrikaans moeten vertalen en aan de SABC schenken. Als ze ze maar willen beluisteren.

Zaterdag 25 december

We zijn gisteravond heel laat naar bed gegaan. Eerst nog naar de kerstnachtdienst in de Westerkerk. We stonden er wel een beetje versteld van. Ruim twee uur voor de dienst begon, stonden de mensen al in de rij, in de regen en de kou. Wij waren bevoorrecht: twee gereserveerde plaatsen recht voor de kansel. Wij werden verwelkomd door dezelfde vriendelijke mevrouw van de KLM die ons zo gastvrij op Schiphol ontving. Wij mochten naar de kamer van ds. Nico ter Linde, voor wie ik al lang een grote bewondering koesterde. Hij mag het wel weten: Elna wilde dolgraag een echte kerstnachtdienst bijwonen, maar ik wilde nog iets extra: een goeie preek. We kregen allebei onze zin. Bovendien - de verrassingen houden niet op! - kwamen we naast hele goeie vrienden te zitten, Albert van den Heuvel en Noortje van Oostveen. We zien elkaar wel later in de week, maar het is leuk alvast tegen elkaar aan te lopen.

Een schare van mensen die anders nooit op een zondag in de kerk komt. Een joodse meneer die de evangelielezing doet en een gedicht voordraagt. Solisten die heel mooi zingen en een orgel dat alles kan. De organist weet dat ook wel en hij laat het horen. Zouden ze alleen daarvoor komen? To be fascinated by the fascination of it all? Ik denk het niet. Ik hoop het niet. Ze zijn hier toch niet, omdat er in Amsterdam niets anders te doen is. Misschien is er toch iets zoals 'gedreven door de Geest zijn'. Ik hoop van harte dat ze vanavond meer vinden dan alleen maar entertainment. Hoe dan ook, het was een fijne dienst en we gingen vol vreugde weg.

Rustig nakaarten bij een hapje en fles goeie Franse wijn. Kerst mag toch gevierd worden? Het is inderdaad heel laat geworden.

Zaterdag was rustig. Naar huis gebeld om de familie een goede kerst toe te wensen. Met Sarah-Len gepraat. Haar vrolijke 'Merry Christmas, Mummy and Daddy!'' is duidelijk door oma aangeleerd en Elna huilde even.

Verder de rest van de dag bij Bert en Veronica. Naar muziek luisteren en heerlijk Indonesisch eten dat Bert zelf gekookt heeft. Het is geen witte kerst geworden, maar wel gezellig.

Zondag 26 december

Vanmorgen terug naar de NCRV, het wordt werken. We luisteren samen met de rest van het team naar de kerkdienst uit Guguletu. Het is toch wel mooi geworden. Het is jammer, zeiden we bij herhaling, dat de tv er niet bij geweest is. Je zou het eigenlijk moeten zien. Die volgepakte kerk, de kindertjes van de zondagsschool die zingen en dansen, begeleid door de trom. De gemeente die wiegt en swingt bij al dat enthousiaste zingen, de gezichten van de jonge mensen die zingen over een nieuw Zuid-Afrika waar we elkaar zullen liefhebben en waar we samen God aanbidden.

Jammer ook dat vanwege de tijd bijna alle door de gemeente gezongen liederen uit de radio-uitzending moesten. Holland zou wat kunnen leren van zingen zonder orgel, met een ritme dat nooit faalt en een enthousiasme dat van geen ophouden weet. Maar al met al een goede dienst. Degenen die er bij waren beleven het weer helemaal, herinneren zich opmerkelijke momenten, delen weer even de emoties van die zondag.

Na die dienst wachten we op reacties van luisteraars. De telefoon gaat voortdurend. Voor mij zitten er leuke verrassingen bij: ds. Drost uit Den Haag, die vroeger bij het Werelddiaconaat zat, prof. Gerrit Berkouwer van de VU, prof. Jo Verkuyl. Verder ook nog mensen uit plaatsen waar ik twintig jaar geleden gepreekt heb, mooie anecdotes uit die tijd.

Geen enkele negatieve reactie. In Nederland? Zelfs met een dienst die eindigt met een zwarte dominee die luid roept: 'Viva Christus!''? Jawel.

De telefoon gaat. Nog een verrassing. Het is Belen, mijn andere dochter. Zij past op ons huis, maar moet morgen weer terug naar de Kruger Wildtuin, waar ze een baan heeft. Ze wilde groeten. Geeft nog de laatste instructies: bel nu even als ik in de wildtuin ben! Ik beloof het.

Maandag 27 december

Vandaag de hele dag bij de NCRV. Het krioelt er van de mensen, allemaal deelnemers aan het programma; interviewers, technici, gasten, o.a. de ambassadeur van Zuid-Afrika in Nederland Albert Nothnagel. Het project is in volle gang. Wij ontmoeten ook de veelzijdige Darius Dhlomo, al achtentwintig jaar in Nederland, voetballer, bokser, muzikant, zanger. Het valt ons op hoe Afrikaans hij na al die jaren toch is gebleven. Een leuke man die onderhoudend kan vertellen. Hij komt nooit meer terug, denk ik, en dat is jammer. Ik ontmoet wel eens Zuidafrikanen in het buitenland van wie ik denk: oh, blijft u maar rustig hier. Er zijn anderen die we thuis hard nodig hebben en die we goed kunnen gebruiken. Darius is er zo een.

Te gast ook het Casa-koor, Nederlanders die heel mooi Afrikaanse liederen zingen. Uit de vroege dagen van de strijd tegen apartheid, maar ook moderne liederen. Voor zover ik beoordelen kan, is hun uitspraak perfect, en dat is op zich al heel wat. Een enthousiaste koorleider die kennelijk ook de Afrikaanse stijl heeft overgenomen. Wat gaat u nu straks zingen als de apartheid voorbij is en de verkiezingen zijn gehouden, vraagt de interviewer. Maar dan begint het pas, antwoordt de koorleider. U gelooft toch niet dat met de verkiezingen alles over is? Ik voeg er nog bij dat over de struggle zingen een ding is. Straks gaan we ook hele mooie liederen zingen over hoe het voelt als de strijd voorbij is. Ik vind dit koor indrukwekkend.

We praten over 'Nkosi sikilel 'i Afrika', het volkslied van zwart Zuid-Afrika en straks van heel Zuid-Afrika. Oorspronkelijk als gebed opgeschreven, is het dat gebleven, maar intussen overgenomen door de politieke strijd als wel het meest inspirerend lied van allemaal. Het zegt veel over de politieke strijd van onderdrukt Zuid-Afrika, maar nog meer over de spirituele aard van de mensen van dat land. Ik heb met een collega een Afrikaanse vertaling van het lied gemaakt, dat nu heerlijk vooral op het platteland gezongen wordt door de mensen die het met Xhosa moeilijk hebben. Het koor zingt het lied tot slot, en ik zing mee. Hoe zal ik me voelen als dit lied op 1 mei in het parlement zal worden aangeheven? Je krijgt er nu al kippevel van.

Aan het eind van de middag komt er nog een leuk uurtje met mensen, door de NCRV uitgenodigd voor een gesprek. Fijn om oude kennissen weer te zien en over Zuid-Afrika te praten met mensen die er ook wat van weten.

Een laatste klus die helemaal geen klus is: even Sarah-Len bellen. Ze is vandaag jarig. Twee jaar. Of ze er nu iets van snapt weet ik niet. Voor d'r moeder maakt het niets uit. Het gaat er toch niet om of dat kindje wat begrijpt. Het gaat er om dat lieve stemmetje te horen.