'Het gaat mij om de menselijke kant van een stuk'

De nieuwjaarsproduktie Mensch Meier die morgen in de Haarlemse Toneelschuur in première gaat, is een uit 1977 daterend stuk van de Duitse schrijver Franz Xaver Kroetz. Het speelt zich af in een arbeidersgezin waar de verhoudingen tussen de figuren zijn vastgelopen. Regisseuse Alize Zandwijk (32) meent dat het drama over een echtpaar en een zoon voor iedereen herkenbaar is en het best uit de verf komt in een realistische enscenering.

“Ik vind Mensch Meier één van Kroetz' mooiste stukken omdat het, anders dan zijn boerendrama's, niet over een specifiek milieu gaat, maar in feite over onszelf, over mijn vader, moeder en mij”, zegt Alize Zandwijk twee dagen voor de première in het kantoor van de Toneelschuur. “Niet kunnen communiceren, gevangen zitten in een bepaalde situatie en dromen over dingen die nooit werkelijkheid worden zijn de belangrijkste thema's. De menselijke mechanismen die Kroetz beschrijft hebben een universele geldigheid, waardoor het stuk van alle tijden is. Het is allemaal vreselijk burgerlijk en somber, al kun je er op gezette tijden ook om lachen.

“Tot op heden heb ik altijd klassieke stukken geregisseerd, zoals King Lear en dit seizoen Macbeth met studenten van de Hogeschool Eindhoven. Dat waren bewerkingen die ik op een gestileerde manier vormgaf. Deze keer ben ik daarvan afgestapt omdat een realistische enscenering volgens mij het best bij dit stuk past. Het is het realisme van personages die kopjes koffie drinken en eindeloos de tijd nemen voor opstaan en zich aankleden. Juist dit alledaagse, dat de optelsom is van een heleboel kleine scènes, maakt de situatie zo herkenbaar en die moet je dan ook niet gaan vervreemden of abstraheren. Dan ga je aan de kern van het stuk voorbij.”

Alize Zandwijk die tien jaar geleden zelf een rol in Mensch Meier speelde, verruilde na haar opleiding aan de Academie voor Expressie in Kampen het acteren al gauw voor regisseren. Ze ensceneerde aanvankelijk vooral jeugd- en jongerenvoorstellingen zoals bij theater Stella in Den Haag. Met studenten van onder meer de toneelscholen in Arnhem en Maastricht maakte ze verscheidene eindexamenprodukties, waaronder Bloedbruiloft van Lorca dat dit jaar op het theaterfestival in Antwerpen te zien was.

“Dat ik met jeugdtheater ben begonnen is toeval”, zegt ze desgevraagd. “Via Hans van den Boom, die al een aantal jaren mijn vaste dramaturg en inspirator is, kwam ik in die hoek terecht, maar ik heb naar mijn idee nooit voorstellingen gemaakt die speciaal voor jongeren waren bedoeld. Ik vond het wel leuk om met jongeren te werken, al is het met ervaren volwassen acteurs in zekere zin makkelijker, doordat je over alles kunt praten terwijl je met jongeren vooral moet doen.

“Voor de vorm van mijn voorstellingen maakt het geen verschil of ik werk met volwassenen of jongeren. Mijn produkties worden vaak kernachtig genoemd omdat ik de stukken bijna altijd bewerk en alle ballast en overtolligheden eruit haal. Alleen Mensch Meier wordt nu integraal gespeeld, want als je iets uit de tekst zou halen werkt het niet meer.”

Na een periode als regie-assistente bij het Publiekstheater kwam Zandwijk eind jaren tachtig terecht bij de Educatieve Dienst van Toneelgroep Amsterdam. Daar maakte ze een aantal succesvolle jongerenvoorstellingen - onder andere Iphigeneia in Aulis en King Lear - die traditiegetrouw iets te maken hadden met een stuk van het gezelschap dat in het desbetreffende seizoen in de grote zaal werd gespeeld. Tegelijkertijd ensceneerde ze ook voorstellingen voor volwassenen zoals Bij Jules en Alice van Tom Lanoye.

Hoewel ze het er naar haar zin had verliet ze Toneelgroep Amsterdam drie jaar geleden toen ze een aanbieding kreeg van De Trust in Amsterdam. In plaats van de geplande vier seizoenen bleef ze echter maar één jaar bij de groep van Theu Boermans.

“Mijn fout is geweest dat ik probeerde theater te maken zoals De Trust dat gewend is. Theu's voorstellingen zijn over het algemeen geëngageerder dan die van mij. Hij werkt veel met moderne Duitse schrijvers, terwijl ik me meer bezig houdt met de klassieke stukken. Bovendien gaat het mij vooral om de menselijke emotionele kant van een stuk; hij richt zich in zijn voorstellingen in de eerste plaats op de grote wijde wereld. Ik voelde me er niet op mijn plaats en ik was dan ook opgelucht toen ik na een jaar besloot weg te gaan. Wat ik ervan heb geleerd is dat ik trouw moet blijven aan mijn eigen manier van theater maken. Ik kan geen dingen doen die ik niet zelf wil.”

Sindsdien werkt ze als free-lance regisseur. De ambitie zelf een ensemble op te zetten heeft ze naar haar zeggen niet. Het regisseren van losse produkties en het incidenteel werken met toneelschoolleerlingen bevalt haar goed: “Sommigen hebben er moeite mee steeds opnieuw te beginnen, maar ik vind het leuk. Het enige nadeel van free-lancen is dat je telkens weer moet wennen aan een ander produktie-apparaat. Mijn grootste verlangen is dat ik aantal vaste plekken heb waar ik een paar produkties per jaar kan maken. Dat is niet omdat ik denk dat ik anders geen werk heb, want daar ben ik niet bang voor.”