'God geeft me een gevoel van rust, vrede en vergeven worden'

Het gebeurde toen ze twaalf was. 'Ik besloot dat het waar was'', zegt Elsbeth Gruteke-Vissia (28). Haar ouders zijn zoals ze het zelf omschrijft 'progressieve atheïsten'. In de jaren zeventig waren ze lid van het Vietnam- en van het Angola-kommitee. Als ontwikkelingswerkers togen ze naar Mozambique, waar haar vader een baan vond als econoom aan de universiteit van Maputo.

In die tijd was daar geen Engelstalige middelbare school en daarom bezocht Elsbeth een kostschool in het nabijgelegen Swaziland. Haar ouders wisten daar niets van, maar enkele docenten op die kostschool bleken aanhangers te zijn van Campus Crusade for Christ, een fundamentalistisch-christelijke evangelisatiebeweging. 'Het was een saaie en strenge kostschool'', zegt Elsbeth Gruteke, 'sport en bijbelstudie waren de enige buitenschoolse activiteiten.''

Als meisje van acht was ze eens met een vriendinnetje meegeweest naar een christelijk kinderkamp. 'Toen dacht ik al: God bestaat. Maar van mijn ouders en mijn omgeving hoorde ik daar nooit iets over.'' Op de kostschool in Swaziland voltrok zich de definitieve verandering in haar leven. Toen ze een jaar later weer bij haar ouders in Maputo terugkeerde, vertelde ze haar moeder dat ze gelovig was geworden. 'Je was zeker een beetje eenzaam daar'', kreeg ze als reactie. 'Dat geloof van jou gaat wel weer over.'' Maar het liep anders. Elsbeth begon zich steeds verder te verdiepen in de bijbel die ze van een lerares had meegekregen. 'Ik deed dat nooit in tegenwoordigheid van mijn ouders.''

Terug in Nederland begon ze zich nadrukkelijk christelijk te profileren, tot ongenoegen van haar ouders. Ze bezocht kerkdiensten en op de middelbare school organiseerde ze met een aantal medeleerlingen 'bidstonden vóór schooltijd'. Ook deed ze af en toe 'straatevangelisatiewerk'. 'Met een groepje mensen gingen we dan de straat op, in Arnhem, in Zutphen. We zongen vrolijke christelijke liedjes uit de Opwekkingsbundel. De moedigen onder ons riepen ook nog wat door een megafoon. We probeerden de mensen te bekeren. Toen was dat heel bevredigend. Nu denk ik dat ik meer bereik door te laten zien hoe ik leef als christen.''

Haar ouders toonden zich bepaald niet enthousiast over de christelijke ontwikkeling van hun dochter maar ze lieten haar toch vrij in haar geloofsbeleving. 'Toen ik een tijdje de Pinkstergemeente bezocht, vonden ze dat wel heel eng. Toch lieten ze ook dat toe, omdat ze zagen dat ik vrij normaal bleef.'' De maatschappelijke betrokkenheid van haar ouders nam ze over, maar ze wist: er moet meer zijn. 'Deels begon ik te geloven omdat ik een antwoord wilde krijgen op essentiële vragen: waarom ben ik er, wat is het doel van dit bestaan? Ik aanvaardde dat God mij gemaakt heeft en dat ik er daarom ben.''

Meteen vanaf het eerste moment dat ze - twaalf jaar oud - zeker wist dat ze geloofde, begon ze te dagelijks te bidden. 'Voor het slapen gaan, 's middags, tussendoor. Ogen dicht, handen vouwen en spreken met God. Dat ik mijn proefwerk mocht halen of dat er een einde zou komen aan alle ellende in de Derde Wereld. Het is niet alleen vragen, het is ook in Zijn nabijheid zijn. God is er natuurlijk altijd, maar tijdens het bidden concentreer ik me op Hem. Dat merkt Hij. Ik geloof dat en ik weet dat.''

Na haar VWO-opleiding besloot Elsbeth Gruteke geschiedenis te gaan studeren aan de Universiteit van Amsterdam, waar ze zich aansloot bij een christelijke studentenvereniging. Daar ontmoette ze Paul met wie ze op haar 23-ste in het huwelijk zou treden. 'Wij vroegen om Gods zegen. Of ik die gekregen heb? Natuurlijk. God heeft het huwelijk ingesteld, dus is Hij verheugd als twee mensen hun leven willen delen.''

Elsbeths vader was aanvankelijk minder verheugd. 'Zijn de jaren zestig dan voor niets geweest?'', liet hij weten. 'Het huwelijk is een achterhaald instituut. Ga toch eerst eens samenwonen. Voor die vrijheid hebben we toch gestreden?'' Maar Elsbeth zette haar plannen door. 'Als ik geen christen was geweest, had ik niet hoeven trouwen'', zegt ze. 'Maar het huwelijk is van God gegeven en dus is ongehuwd samenwonen voor mij uitgesloten. Op die andere vraag geef ik geen antwoord.''

Elsbeth liet zich in een baptistenkerk dopen. Later sloten zij en Paul zich aan bij de hervormde kerk. 'In evangelische gemeenten is er minder aandacht voor de exegese'', motiveert ze haar keuze. 'En juist daaraan hebben wij behoefte. Tijdens mijn studietijd is mijn denken veranderd en is de rationele kant van mijn geloof meer op de voorgrond getreden. Ik wilde mijn bijbelkennis vergroten, ook al omdat ik die van thuis natuurlijk niet heb meegekregen. Bij de middagdienst lezen we uit de Statenbijbel, bij de ochtenddienst niet. Ja, wij gaan soms twee keer per zondag naar de kerk.''

Na haar studie vond ze een baan bij de Evangelische Omroep. Ze doet daar nu produktiewerk bij het tv-programma Het elfde uur van Andries Knevel. 'De EO is niet zo zwart-wit als iedereen denkt'', stelt ze. 'Fanatieke evangelisatie vind ik in principe een goede zaak, al is het niet mijn persoonlijke weg. Maar het is nu eenmaal zo dat de meeste mensen niet meer weten wat het evangelie inhoudt en het is goed ze daar op te wijzen. Ik wil ook actief meewerken aan de verkondiging van het evangelie, omdat ik zelf ervaar hoe belangrijk het is om christen te zijn. ''

Dat ze christen is, wil ze ook tonen. 'Dat doe ik door altijd vóór het eten te bidden en na afloop iets uit de bijbel te lezen.'' Ze meent dat de bijbel oproept op te komen voor de zwakkeren en voor de rechtvaardigheid. 'Ja, dat lijkt inderdaad op de overtuiging van mijn ouders.'' Vooral door haar manier van leven wil ze haar christelijke levensovertuiging uitdragen en al loopt ze er bepaald niet al te modieus gekleed bij, een gereformeerde out-fit met witte kousen en rok tot aan de enkels gaat haar te ver. 'De mensen hoeven niet aan mijn uiterlijk te kunnen zien dat ik een christen ben. Al zal ik natuurlijk niet snel in lingerie gehuld naar een house-party gaan.''

'In alle opzichten, zowel rationeel als gevoelsmatig'' zegt ze te merken dat God haar leven leidt. 'Omdat Hij me een gevoel van rust geeft, van vrede en van vergeven worden.'' Heel soms twijfelt ze. 'Als ik nadenk over de oorlog in ex-Joegoslavië of over aids in Afrika, vraag ik me wel eens af of God wel bestaat. Als Hij het goede is: waarom is er dan zo veel ellende op de wereld? Uit het feit dat God niets aan Het Kwade doet, kan ik alleen maar afleiden dat Hij de mensen nog de tijd geeft om Hem beter te leren kennen.'' God, zo meent Elsbeth Gruteke, heeft 'zelf ook veel pijn'' van alle ellende. 'Maar Hij heeft de mens een vrije wil gegeven, met als gevolg honger en oorlog.''

Alle kwaad, inclusief natuurrampen, ziet ze als 'een gevolg van de zondeval, van het feit dat de mens niet leeft in harmonie met God''. Zelf beschouwt ze zich ook als zondaar. 'Er leven gedachten in mij die niet zijn zoals God ze bedoeld heeft. Bij voorbeeld de neiging om alleen mijn eigen geluk na te streven. Het verkrijgen van bezit kan mij soms in beslag nemen. Als ik zoiets merk, vraag ik om vergeving. Ik vertrouw op Zijn genade, omdat ik weet dat Christus gestorven is voor onze zonden.''

Haar vader vermeed het aanvankelijk ook maar een woord vuil te maken aan de baan van zijn oudste dochter bij de EO. Zelf zijn hij en zijn vrouw VPRO-lid. 'Journalistiek zijn die programma's soms wel goed'', vindt Elsbeth. 'Maar helaas zijn ze regelmatig godslasterlijk.'' Nooit heeft ze overwogen met haar ouders te breken. 'Dat zou onchristelijk zijn'', zegt ze. 'Ze hebben wel moeite met mijn geloofsbeleving, maar ik ben gelukkig met dit leven en dat vinden ze toch het belangrijkste.'' Zo veel mogelijk vermijdt ze nu in het ouderlijk huis de thema's geloof en EO. Wel spreekt ze, ook als ze bij haar ouders is, haar gebeden uit. 'Dat laten ze zonder morren toe, VPRO-leden zijn natuurlijk zeer wellevende mensen.''

Ooit vond ze dat ze haar ouders en haar twee atheïstische zussen moest redden. Maar die gesprekken liepen altijd op niets uit. 'Van mijn familieleden was mijn vader het felst tegen het geloof. En dat is nog steeds zo.'' Nu laat ze het onderwerp rusten. Op de manier waarop ze erover spreekt, lijkt het alsof het begrip religie bij haar ouders en zusters een beladen onderwerp is. 'Het is makkelijker om er met niet-religieuze vrienden over te spreken dan met mijn familie'', beaamt ze. 'Ik heb aanvaard dat ik ze mijn geloof nu eenmaal niet kan opleggen.'' Ze denkt dat 'in bepaalde opzichten'' haar leven rijker is dan dat van haar zusters en ouders. 'Ik ken het doel van mijn bestaan en dat geeft rust.''

Ze vindt het moeilijk te aanvaarden dat haar ouders niet naar de hemel zullen gaan. 'Het doet God ongetwijfeld verdriet dat zo veel mensen zich van Hem hebben afgewend. Mijn gevoel zegt dat niet alle ongelovigen zoals mijn ouders reddeloos verloren zullen zijn. Het is ook niet aan mij daarover een standpunt te hebben. God zal over hen oordelen, naar ik hoop barmhartig.''