Gemeentebestuur zit met Kerkelanden in de maag; 'De Nederlanders trekken weg, omdat er zo veel Turken wonen'

ALMELO, 31 DEC. Van de ruim 64.000 inwoners in Almelo heeft acht à negen procent een buitenlandse achtergrond. In de stad wonen ongeveer 4.500 Turken. De stroom allochtonen kwam 25 jaar geleden op gang. De toen nog bloeiende textielindustrie - in Almelo draaiden bedrijven als Van Heek, Palthe en Ten Cate op volle toeren - had dringend behoefte aan mankracht. Vooral voor het vieze werk, zoals het 'losmaken' van balen katoen in de zogeheten Duvelkamer. Eerst kwamen de Italianen en de Spanjaarden, later de Turken en Marokkanen. Maar vervolgens werd in betrekkelijk korte tijd de Twentse textielindustrie in de competitie met de lage-lonenregio's weggevaagd. De werkloosheid in Almelo steeg halverwege de jaren tachtig tot dertig procent en schommelt nu rondom de zeventien procent.

De textielcultuur lijkt zich intussen op een wonderbaarlijke manier verpopt te hebben. In Almelo zijn inmiddels zeker veertig nieuwe textielateliers gevestigd van “Nederlandse families van Armeense afkomst”, zoals woordvoerder O. Gelici van de Armeense gemeenschap in Almelo nauwgezet formuleert. Juist die ateliers zijn doelwit van brandstichtingen.

Gelici heeft zelf zo'n bedrijf, vlak bij het centrum, waar damesbovenkleding na import uit onder andere Turkije, wordt 'gereconditioneerd'. In Almelo wonen nu acht- tot negenhonderd mensen met een Armeense achtergrond. “Bijna allemaal familie, afkomstig uit Zuid-Oost Turkije.” De familiebanden zijn zeer hecht. “We leven nu eenmaal in diaspora”, zegt Gelici. Hij acht rechts-extremistische aanslagen tegen Armeniërs onwaarschijnlijk. “Je hebt in Nederland zeventig soorten buitenlanders. Wij zijn gematigde Nederlanders, vertonen geen extreem gedrag, werken hard en lopen niet met een uitkering rond. Zeker 95 procent van onze gemeenschap is Nederlander.”

Familievetes sluit hij uit, want bij de branden gaat het steeds om mensen “met verschillende achternamen”. Dat de branden te maken hebben met eventuele spanningen tussen Turken en Armeniërs, is volgens Gelici nóg onwaarschijnlijker. “We leven in goede verstandhouding met elkaar. Veel collega's hebben Turken in dienst.” En de hypothese van de verzekeringsfraude is zijns inziens “in strijd met de logica”. Zoveel branden, in zo'n korte tijd - dat valt toch veel te veel op.”

De verstandhouding tussen de verschillende bevolkingsgroepen in de wijk Kerkelanden, waar de branden in woningen zich concentreren, wordt door bijna iedereen betrekkelijk goed genoemd. Maar toch groeit de laatste jaren het ongenoegen over de eenzijdige samenstelling van de buurt. Zowel onder Nederlanders als onder Turken. “We zijn voor een buitenlanders-stop. We zijn al tijden aan de gang om zo min mogelijk allochtonen naar de buurt te krijgen”, zegt Kerkelanden-veteraan Henk Zwart (74). “De Nederlanders trekken weg, omdat er zo veel Turken wonen. Het zijn beste mensen. We hebben er geen cent last van. Maar ze leven anders.”

Zestig tot zeventig procent van de bevolking in Kerkelanden is allochtoon, het overgrote deel van Turkse afkomst. In het kleine winkelcentrum domineren koffiehuis, grillroom en Turkse kruidenier. De Twentse middenstand is grotendeels vertrokken. De wijk telt twee moskeeën, een grote met minaret, en een kleinere gebedsruimte in een vroegere kleuterschool. “Ik noem het hier Klein-Anatolië”, grapt Ibrahim Mercanoglu (24), tot voor kort voorzitter van de Turkse arbeidersvereniging Atib en bestuurder van de Turkse studentenvereniging. “Je hoeft hier helemaal niet te integreren als je daar geen zin in hebt. Als Turk kun je in Kerkelanden alles vinden, je kunt je in je eigen taal helemaal redden. De kruidenier op de hoek kent hoogstens een paar Nederlandse telwoorden.” Mercanoglu woont sinds drie jaar in Almelo en wil na zijn studie sociaal-pedagogische hulpverlening weer terug naar Turkije. Hij constateert in de wijk “een begin van ghettovorming.” “Als er een Nederlander weggaat, komt er een Turk voor terug. Ik ben een voorstander van spreiding.”

Al in de jaren tachtig waarschuwde Henk Zwart, destijds wethouder van volkshuisvesting: “Het wordt hier een Klein-Kreuzberg.” Samen met een bevriende visboer uit de buurt had hij tijdens een uitstapje in Berlijn de wijk Kreuzberg bezocht, waar veel buitenlanders woonden en de verpaupering tastbaar was. Zijn waarschuwing werd genegeerd. In de loop der jaren stapelden de ongemakken in zijn straat zich op. In een woning aan de overkant streek eerst een 'morgenengel' neer, een gewezen woonwagenbewoner die voor de vuilniswagen uit bruikbare spullen bij het huisvuil weghaalde en de complete dagopbrengst in zijn voortuin uitstalde. Vervolgens kwam er een gebedsruimte voor Turken. Het zelfde pand - een koopwoning - zou nu vooral dienen als papieren adres voor Turkse handelaren. “Zo nu en dan komt er iemand, soms met schapevachten.” Aan de achterkant van zijn huis is een moskee gekomen, in de vroegere kleuterschool De Eerste Stap. “Op straat lopen de mannen tien meter voor hun vrouw uit. Aan dit soort dingen zullen wij niet gauw wennen.”

De verhouding met individuele Turken is volgens Zwart overigens goed. Als secretaris van de Woonlastengroep Almelo en lid van de wijkcommissie heeft hij veel met ze te maken. “Je helpt ze met kwijtschelding van de onroerend-goedbelasting. Van die dingen. Je hebt hier geen rassenhaat. Ik kan me niet voorstellen dat het bij die branden om aanslagen gaat.” De Centrumdemocratenkrijgen in de buurt ook geen enkele steun. Zwart, die al vijftien jaar lid is van de Socialistische Partij en evenals zijn vrouw de stedelijke vrijwilligersprijs heeft gekregen: “De ouderen moeten daar niets van hebben. Die hebben de NSB meegemaakt en de ellende van de oorlog.”

Het gemeentebestuur zit met Kerkelanden in de maag. Tijdens een werkbezoek een half jaar geleden gaven burgemeester en wethouders onomwonden toe dat de grens in de wijk is overschreden. “Maar voor de gemeente zijn de mogelijkheden beperkt”, oordeelt wethouder wethouder B. Kuiper (PvdA), verantwoordelijk voor stadsvernieuwing en volkshuisvesting. “Van Den Haag mogen we geen spreidingsbeleid voeren. Ik zou de ontwikkelingen juist wat meer willen sturen.” Halverwege de jaren tachtig deed de gemeente al een vergeefse poging om tot spreiding van Turken te komen. Gezinnen konden naar nieuwbouwwoningen, maar moesten dan wel meer huur betalen. Slechts een handvol gezinnen maakte van deze mogelijkheid gebruik. Kuiper: “De Turkse gemeenschap is niet bereid méér huur te betalen. Dát is het grootste probleem.”

Zolang het politie-onderzoek zonder tastbare resultaten blijft, kan Almelo alleen maar speculeren over de brandstichtingen. De brandweer geeft er de voorkeur aan om bij alarm 'stil', zonder sirene, Kerkelanden binnen te rijden. Snel uitdijende menigten hinderen het bluswerk. Pastoraal buurtwerker Kozijn: “En als je bij zo'n brand staat te kijken wordt je toch weer met de neus gedrukt op de verhoudingen in de wijk.”