Euforie over democratie in Afrika slaat om in verbittering

Drie jaar na de inzet van een democratiseringsgolf dreigt Afrika een begraafplaats te worden van ongeboren democratieën. Onder druk van het Westen zijn in veel landen de verkiezingen gedemocratiseerd, maar de ontwikkeling naar een democratische nationale cultuur met tolerantie, vrije uitwisseling van ideeën, inspraak van de gewone man en bescherming van de rechten van de mens komt nog niet van de grond. Autoriteiten zijn nog even corrupt als voorheen.

NAIROBI, 31 DEC. Het einde van de Koude Oorlog gaf Afrika een kans op vrede en democratisering. De grootmachten trokken zich terug en autoritaire heersers hoefden van die kant geen steun meer te verwachten. In 1990 eiste Frankrijk op de top van Franstalige landen in het Franse La Baule dat zijn voormalige Afrikaanse koloniën een meer-partijensysteem zouden invoeren en stelde dit als voorwaarde voor verdere hulp. Groot-Brittannië nam een jaar later op de topconferentie van het Gemenebest in Harare (Zimbabwe) eenzelfde beslissing. Intellectuelen uitten hun twijfels of het Westerse democratische model wel toepasbaar is op Afrika, maar verwelkomden buitenlandse druk op de dictatoriale machthebbers. In het merendeel van de Afrikaanse landen heeft sindsdien de dictatoriale één-partijstaat plaatsgemaakt voor een meer-partijenstelsel.

Het meest in het oog springende gevolg is dat onafhankelijke media in veel Afrikaanse landen nu de corruptieschandalen van de daken schreeuwen. De politieke opposant die in de cel wordt gemarteld, de boer die wordt bestolen door de opkooporganisatie van zijn oogst, de automobilist die moet betalen aan een corrupte politie-agent, hun verhaal mag verschijnen in de pers. Maar hun recht kunnen zij niet halen, want op overheidsniveau blijven echte veranderingen uit. De hoop slaat nu om in verbittering. Euforische kreten als 'dit is onze tweede bevrijding', dé verkiezingsleus in landen als Kenia en Zambia, vallen nergens meer te horen.

Evenals tijdens de koloniale tijd en gedurende de één-partijstaat bestaat er een wijde kloof tussen heersers en volk, tussen de regeerders in de verre hoofdstad en de bevolking op het platteland. In de één-partijstaat bleek het vrijwel onmogelijk effectief de corruptie in hoge kringen te bestrijden. In de meer-partijenstaat is het weinig beter. Kleine, hebzuchtige politieke elites blijven het staatsapparaat domineren en blokkeren de democratisering van de samenleving. Regeringen slagen erin de rechterlijke macht, politie, leger en veiligheidsdiensten ten eigen bate te manipuleren.

In een enkel land is de democratisering geheel teruggedraaid. De militaire ingreep in Nigeria vorige maand bracht het democratiseringsproces in Afrika's volkrijkste en potentieel rijkste natie terug bij af. Ontwikkelingen in Nigeria hebben bijna vanzelfsprekend gevolgen voor Afrika: van iedere vijf Afrikanen is er één Nigeriaan. Het democratiseringsproces in Nigeria begon relatief vroeg, in 1986. “De coup zendt foute signalen over geheel Afrika”, zegt Clement Nkwankwo, een prominent Nigeriaans criticus van militair bestuur. “We vrezen dat de machtsovername een ontmoediging betekent voor de race naar volwaardige democratisering in Afrika. Als anderen in Afrika denken dat Nigeria niet klaar is voor burgerbestuur, dan kunnen zij hetzelfde doen en de klok eveneens terugdraaien.”

Democratisch gekozen heersers blijken even arrogant als hun voorgangers. Zambia werd na de meer-partijenverkiezingen in oktober 1991 geprezen als hèt democratische voorbeeld voor Afrika. De Beweging voor Meer-partijen Democratie (MMD) veegde met een overtuigende overwinning de partij weg van Kenneth Kaunda, die al sinds de onafhankelijkheid aan de macht was. Twee jaar later is de glans van de democratie eraf. In maart riep president Chiluba de noodtoestand uit op grond van ondeugdelijke bewijzen dat de voormalige regeringspartij Unip een staatsgreep voorbereidde. Enkele van de 26 gearresteerde Unip-aanhangers werden gemarteld. Chiluba ontsloeg vervolgens zonder opgaaf van redenen vier van zijn ministers en verbande enkele kritische leden uit de MMD. Een factie van de MMD splitste zich af en vormde de nieuwe Nationale Partij (NP). Arthur Wina, oprichter van de MMD en nu lid van de NP, toont zich bitter over Chiluba en zijn regering: “Het doel waarnaar we streefden raakt helaas zoek door toedoen van mensen met egoïstische motieven.”

Herkozen oude heersers blijken nauwelijks veranderd. In Kenia noemde onlangs oppositieleider Oginga Odinga de regering van president Moi “een de facto-één-partijdictatuur onder een nominaal meer-partijensysteem”. De Keniase autoriteiten hebben kritische weekbladen geconfisqueerd en intimideren leden van de oppositie. Een Keniase hoogleraar kritiseert Westerse donoren die de regering van Moi het etiket 'democratisch' gaven: “Kenia toont aan dat één dag met vrije verkiezingen niet noodzakelijkerwijs tot democratie leidt, vrije verkiezingen vormen slechts één aspect van democratie.”

Democratisering betekent voor veel politici het openlijk kunnen wedijveren voor de belangen van de eigen stam. Niet politieke ideeën maar stamafkomst bepalen bij de meeste verkiezingen de uitkomst. Democratisering in Kenia gaat gepaard met door politici aangewakkerde bloedige stamconflicten, waarbij in de afgelopen twee jaar meer dan duizend doden vielen. Minderheidsstammen, bevreesd voor dominantie door de grotere tribale groepen als gevolg van meer-partijen verkiezingen, pleiten steeds luider voor verregaande autonomie en federaal bestuur. De introductie van een meer-partijenstelsel leidt in Kenia en menig ander Afrikaans land tot toenemende tribale xenofobie.

Zaïre verviel in een permanente staat van anarchie na de legalisering van de oppositie, die zich in 200 partijtjes splitste. Twee rivaliserende regeringen zeggen het land te besturen, een officiële van president Mobutu en een 'groene' van de oppositie, zo genoemd omdat ze moet vergaderen in de achtertuin van 'premier' Tshisekedi. Mobutu speelt behendig stammen en politici tegen elkaar uit en behoudt zelf de centrale macht. Zaïre dreigt door Mobutu's uiterst cynische verdeel-en-heerspolitiek uiteen te vallen in tientallen mini-republieken.

De zo mogelijk grootste teleurstelling van het democratiseringsproces betreft het optreden van oppositiepartijen. In Kenia waren de drie oppositiekandidaten voor het presidentschap ieder zodanig bezeten door machtswellust dat zij geen gemeenschappelijk front wilden vormen, waarna Moi won. Enkele parlementsleden van de oppositie lieten zich na de verkiezingsnederlaag omkopen en keerden terug naar de regeringspartij, waar zij op een beter belegde boterham konden rekenen. Politiek is in Afrika nog steeds louter een gevecht om alle macht, niet een competitie voor politieke ideeën.

De hoop, een paar jaar geleden, op ingrijpende democratische veranderingen werd deels ingegeven door de beëindiging van enkele burgeroorlogen, zoals in Angola, Somalië en Mozambique. Maar daar waar één burgeroorlog stopte begon een andere. Afrika telt nu ten minste acht burgeroorlogen. Het Internationale Instituut voor Strategische Studies noemde in oktober in een rapport Afrika ten zuiden van de Sahara het gebied in de wereld met de meeste gewapende strijd.

De antagonistische partijen in Angola gingen elkaar na mislukte verkiezingen nog meedogenlozer te lijf. Het geweld in Angola en Zuid-Afrika maakt een einde aan de hoop dat, met Zuid-Afrika als spil, de zuidelijke Afrikaanse regio spoedig een economisch groeigebied wordt met stabiele democratische regimes. In Burundi sneden militairen de zojuist gekozen democratische regering de weg af waarna de twee rivaliserende stammen van het land elkaar naar de keel grepen. In Somalië brak een nieuwe oorlog uit, de Verenigde Naties grepen na een jaar in en raakten vervolgens hopeloos verward in de strijd tussen clans die wraak zoeken.

De meest uitzichtloze oorlog woedt in Soedan. De verdeelde rebellen van het zuidelijke Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA) blijken niet in staat om samen te werken. De noordelijke oppositie is al even hopeloos verdeeld. De islamitisch-fundamentalistische regering in Khartoum spint daar garen bij terwijl de bevolking lijdt onder honger, geweld en religieus extremisme. De sterke man van Soedan, Hassan al Turabi, zet zich in samenwerking met Iran in om de sluimerende machtsstrijd aan te wakkeren tussen christendom en islam in Afrika. Turabi pleit openlijk voor de verspreiding van de islam over het gehele continent. Soedan moet de springplank worden voor Arabische invloed en islamitisch fundamentalisme.

Intussen komt de neerwaartse economische spiraal niet tot stilstand. Wanneer er sprake is van economische groei wordt deze ongedaan gemaakt door de snelle bevolkingstoename. De opeenvolgende regeringen in Kenia bereikten opvallende resultaten op het gebied van gezondheidszorg en onderwijs: sinds de onafhankelijkheid gaan vele malen meer kinderen naar school en werden er tientallen nieuwe ziekenhuizen en honderden medische posten gebouwd. Maar Kenia behoort tevens tot de landen met de grootste bevolkingstoename ter wereld, er zijn drie keer zoveel Kenianen als bij de onafhankelijkheid. Daarom zijn de Kenianen er ondanks de sociale vooruitgang nu slechter aan toe dan bij de onafhankelijkheid.

Ingrijpende economische herstructureringsprogramma's zoals geëist door de internationale financiële instellingen als IMF en Wereldbank, leiden in Kenia en Zambia tot verdere verpaupering van de gewone man en vrouw. Democratie betekent niet, zoals de voorstanders van het meer-partijenstelsel het in hun campagnes deden voorkomen, een onmiddellijke sociale verbetering. Misschien kàn er ook wel geen democratische cultuur ontstaan zolang miljoenen Afrikanen op het randje van de afgrond leven, argumenteren Afrikaanse intellectuelen.

Het Westen komt gedane beloftes tijdens de democratiseringsgolf niet na en vertoont juist vermoeidheidsverschijnselen met Afrika. De stroom geld naar Afrika nam van 22,2 miljard dollar in 1990 af tot 18,4 miljard vorig jaar, volgens een recent rapport van de Verenigde Naties. Afrika's ruilvoet viel vorig jaar 7,5 procent terug, de ontwikkelingshulp voor Afrika liep terug van 18,3 miljard dollar in 1991 tot 12,1 miljard in 1992.

Pessimisme is een luxe die Afrika zich niet kan permitteren, de dagelijkse strijd voor overleving staat zo'n houding niet toe. Bovendien, er bestaat altijd reden voor optimisme. Het grootste pluspunt van de democratiseringsgolf is de nieuwe mondigheid der Afrikanen. De tijd van passieve acceptatie is voorbij. De levendige nieuwe pers wordt ervaren als een verademing.

Na wrede burgeroorlogen in Oeganda, Ethiopië en Afrika's jongste staat Eritrea wekken nieuwe generaties politici die er de macht overnamen hoop. Zij zoeken naar een specifieke Afrikaanse vorm van democratie. Deze jonge politici verschansten zich niet in de één-partijstaat, noch adopteerden zij zonder meer het Westerse meer-partijensysteem. President Museveni van Oeganda wil een partijloze democratie vestigen waarbij de nadruk ligt op inspraak in lokale bestuursraden. President Meles Zenawi experimenteert met een tribale democratie, iedere grote Ethiopische nationaliteit heeft er zijn eigen volksvertegenwoordiging. In Eritrea ten slotte waden de bewoners nog steeds in doldwaas geluk over de bevrijding na dertig jaar oorlog. Voor de Eritreeërs was de bevrijding de democratisering, over politiek willen zij nog niet nadenken.