Een verlangen naar knaapjes; Rascha Peper over gedoemde hartstochten

Rascha Peper: Rico's vleugels. Uitg. L.J. Veen, 238 blz. Prijs ƒ 34,90.

Vorig jaar februari stond er in de wetenschapsbijlage van deze krant een artikel over het schatrijke, kinderloze Franse echtpaar Martin dat een eigenhandig verzamelde, onbetaalbare schelpencollectie had geschonken aan het Amsterdams Zoölogisch museum. Het verhaal was rijk aan dramatische elementen: de miljoenencollectie die geruime tijd bewaard werd in de villa van de Martins op het Filippijnse eiland Cebu liep voortdurend gevaar. Mevrouw Martin is gestorven aan de verwondingen die zij opliep toen een inbreker de verzameling probeerde te bemachtigen. Uiteindelijk is de schat aan het Amsterdamse museum overgedragen.

Het artikel over deze historie intrigeerde de schrijfster Rascha Peper dermate dat zij het levensverhaal van de Martins als uitgangspunt heeft genomen voor haar roman Rico's vleugels. Uit haar eerdere boeken, twee verhalenbundels en de roman Oesters, spreekt een preoccupatie met allerlei passies, onder andere verzamelwoede, en een sterke neiging tot psychologiseren. Met het verhaal over het bevlogen schelpen verzamelende echtpaar kon ze wat deze thema's betreft alle kanten uit.

In Rico's vleugels vertelt Peper het leven van de Martins in grote lijnen na, maar ze heeft haar eigen draai gegeven aan de dramatische kanten ervan. In de fictieve versie van dit levensverhaal gaat niet de vrouw, maar de man ten onder. Hij valt ten prooi aan zijn passie die - zo wordt gaandeweg duidelijk - uiteindelijk niet gericht is op de schelpen. Dit gegeven heeft Peper verwerkt tot een meeslepende en bij tijd en wijle huiveringwekkende roman.

Met de drijfveren van de vrouw van de hoofdpersoon, een schatrijke, oerlelijke, excentrieke Haagse dame, was de schrijfster gauw klaar: de schelpencollectie dient als een compensatie voor haar kinderloosheid, die weer het gevolg is van haar afkeer van seks waardoor ze het huwelijk met haar man niet heeft 'geconsumeerd'. Uit het detail dat ze in haar jeugd lezingen gaf over Anna Blaman zou eventueel nog kunnen worden opgemaakt dat ze lesbisch is, maar dat laatste blijft onuitgesproken. Eigenlijk heeft Peper zich een beetje te gemakkelijk afgemaakt van deze figuur, die toch de drijvende kracht achter de schelpenverzameling is geweest. Het was de auteur duidelijk te doen om de man, Eduard Rochèl, die zich geen raad weet met zijn verlangen naar knaapjes. Zolang zijn vrouw in de buurt is, kan hij zijn 'afwijking', zoals zij het noemt, in toom houden en leven ze samen voor hun schelpen, net als Albee's echtpaar voor hun tuin. Het verhaal draait om wat er gebeurt als de vrouw een paar dagen weg moet en er een veertienjarige jongen komt helpen de schelpencollectie klaar te maken voor het museum.

De verhaallijn is strak en simpel - misschien te simpel - gehouden om duiding en beschrijving van de grote hartstocht des te beter uit de verf te laten komen. Die opzet is tot op grote hoogte geslaagd, dank zij Pepers vertel- en schrijftalent, dat ook haar vorige boeken kenmerkte.

Vanaf het begin ligt er een doem over de schelpencollectie die onherroepelijk ten onder zal gaan, waarheen zij ook wordt verscheept om de gevaren die haar bedreigen af te wenden. Maar de vraag wanneer, waarom en hoe het noodlot zich zal voltrekken, houdt de lezer tot het einde toe in spanning. Jammer is dat die spanning niet wordt bereikt in de beschrijving van Eduard Rochèls psyche, die naar mijn smaak te expliciet is en wat al te rechtstreeks aan Freud ontleend. Als de man gek van verlangen zijn onbevredigde leven overziet, denkt hij aan zijn wereldberoemde schelpencollectie en zegt dan tegen zichzelf: 'Zelden had sublimatie zo doeltreffend gewerkt.' Dit is het oude probleem van Rascha Pepers personages: ze kunnen wel voelen, maar niet hun gedachten onder woorden brengen. In dergelijke freudiaanse termen oordelen mensen die ten prooi zijn aan angstaanjagende driften niet over zichzelf. Zo oordelen de waarnemers, de vertellers, en in die functie is Peper wél in haar element. De alles verterende hartstocht krijgt pas vat op de lezer als de andere personages in de roman er getuige van zijn en er woorden voor proberen te vinden.

Samen met de ingehouden en tedere liefdesscènes tussen de oude man en de veertienjarige Rico, behoren de van compassie vervulde passages waarin gepoogd wordt de hartstocht te benoemen tot de hoogtepunten van dit boek. Peper slaagt erin te raken aan dat geheimzinnige complex van driften dat alles verteert en alles wegmaait wat voor de voeten komt en uiteindelijk zijn vervulling slechts kan vinden in vernietiging, opheffing en dood. Rico's vleugels verklaart de passie niet, maar toont er wel de schoonheid en de grootheid van en het angstaanjagende, ongrijpbare geluk dat in het najagen ervan besloten ligt.

UIT: RASCHA PEPER, RICO'S VLEUGELS

Met de jongen zo dicht naast zich verdreef Rochèl alle gedachten aan het bij voorbaat verloren paradijs. Bij de dag leven, bij het uur zelfs, meer was niet mogelijk. Hij wilde niet denken aan morgen of aan volgende week; die tijd lag als een onoverzienbaar, zwart veld voor hem en hij had het gevoel alsof er buiten nu niets meer bestond. Hij kon ook niet aan Cecile denken. Zijn vroegere leven was weggewist, opgeheven, in het niets opgelost en de toekomst interesseerde hem niet. Het tengere jongensgezicht naast hem was het enige dat telde. De matbruine wangen, de wenkbrauwveren, de rechte, zwarte wimpers boven de verlegen wegkijkende ogen... Zijn hele bestaan had alleen maar geleid tot dit moment, deze woensdagmiddag aan de Noordzee met deze jongen. Een moment van opheffing en vervulling tegelijk.