December is een moeilijke maand als je ver van huis zit

Ver weg van haar familie viert een Kroatische handbalster Nieuwjaar. In een Belgisch kasteeltje met Belgische vrienden. Ook de melancholie zal aanzitten. Met het korten van de dagen komt ook de eenzaamheid.

ROERMOND, 31 DEC. Vorig Nieuwjaar lag ze vijf minuten na middernacht al in haar bed. Net terug van een handbaltoernooi. Getelefoneerd met haar vrienden in Kroatië. Wat hadden die plezier daar samen. En zij en haar man, zij waren maar alleen. Dan ging ze liever slapen.

Suzana Coko heet ze. 'Sjoko' zeg je. Zoals in chocolade, de kleur van haar ogen. Een waterval van donkerblond haar dat net onder de douche vandaan komt. Een Griekse neus, die soms hooghartig in de lucht steekt. Een bewegelijke mond die paait en vleit, maar ook vol minachting haar hoektanden blootlegt. Als ze spreekt over de Serven. Als ze het over het amateurisme in de Westeuropese handbalwereld heeft.

December is een moeilijke maand als je ver van huis zit. Zegt Suzana Coko, 25 jaar, cirkelloopster van landskampioen Swift Roermond. Moeilijker dan april als het al bijna weer vakantie is, zodat je terug naar huis kunt. Moeilijker ook dan september als het nog behaaglijk en licht is. Met het korten van de dagen en het dalen van de temperatuur komen ook de buien van neerslachtigheid. “Dan denk je juist aan alles waar je niet aan denken wilt. Aan de oorlog. Aan het leven dat voorbij glijdt. Aan de eenzaamheid.”

Als de twee grote handbalclubs in haar woonplaats Split niet oorlog hadden gevoerd, steeds weer oorlog, met haar en haar boezemvriendin Ivana Bucan als inzet, dan had ze misschien nooit in Nederland gespeeld. Maar ze wilden overstappen van de ene naar de andere club, gezworen rivalen als AC en Inter, en natuurlijk was die transfer gesaboteerd. Waardoor ze de voorbereiding voor het nieuwe seizoen misten. Waardoor ze in een niemandsland belanden. 'Laat ze toch barsten', zei haar vriend, die inmiddels haar man is. Haar vriend, die in het Belgische Genk een contract had bij een zaalvoetbalploeg. 'Probeer hier je geluk', vond ook de broer van haar boezemvriendin, die bij Racing Genk zijn brood verdiende en daarvoor bij MVV gevoetbald had.

Drie Belgische handbalclubs hadden belangstelling voor het Kroatische tweetal, dat alleen maar de Joegoslavische nationale ploeg nooit gehaald heeft, “omdat negentig procent van het team altijd uit Serven bestond”, zegt Coko verbeten. “Wij hadden geen kans.” Ze kozen uiteindelijk voor Hasselt, de landskampioen. “Vanwege de organisatie en de betere ploeg.”

Maar wat een terugval: handbal in West-Europa. Alsof ze weer junioren waren. Drie keer trainen in de week. In plaats van twee keer per dag, zoals in Split. Elke werkdag van de week. “Zoals dat past bij professionals.”

Ze eisten dan toch tenminste één training extra. Natuurlijk was dat nog te weinig. “Te weinig om echt te laten zien wat je kunt.” Maar meer was niet haalbaar. “Want sport komt in België niet op de eerste plaats”, ontdekte Coko tot haar verbazing. “Zelfs niet op de tweede, of op de derde. Sport is liefhebberij.”

En dan die competitie, “zo lachwekkend, nog erger dan in Nederland zelfs”. Eigenlijk had Hasselt geen echte concurrentie. “Het verschil tussen de ploegen was veel te groot.” Op een gegeven moment kon België niet eens meer een nationaal vrouwenteam op de been brengen. Omdat er geen trainer was. Omdat niemand in de nationale selectie wilde spelen. Coko, heftig schuddend met haar hoofd: “Onbegrijpelijk.”

Aanpassing verliep ook privé niet gemakkelijk. Weggestopt in een flat aan de rand van Genk. Bijna gek wordend tussen de vier muren die haar thuisland vormden. Ziek van de zoveelste videoband. Mijn god, wat verveelde ze zich. Ook moest ze wennen aan haar pas verworven onafhankelijkheid. Want tot op dat moment had ze altijd bij haar ouders gewoond. “Ik kon helemaal niks, niet eens koken. Ivana heeft speciaal voor mij een klein kookboek gemaakt.”

Ze zegt dat ze geluk heeft gehad. Geluk dat ze bij Swift Roermond is beland. Met de club in Hasselt ging het alleen maar bergafwaarts. Als ze daar nog twee jaar gebleven was, dan had ze wel “dag kunnen zeggen tegen het handbal”, dan was ze voor topsport niet langer geschikt geweest.

Bij Swift heeft ze zich onmiddellijk thuis gevoeld. Vanaf de allereerste training. Ivana Bucan was er niet. Irena Pusic was er ook niet, de derde Kroatische in het team van Swift Roermond, die al een jaar in Limburg speelde. “Helemaal alleen was ik. Zo voelde ik me ook. Maar toen we eenmaal trainden, leek het alsof ik mijn hele leven hier al speelde. Ik voelde me welkom in de groep.”

Intussen was ze verhuisd naar het centrum van Hasselt. Zodat ze makkelijk een blokje om kon. Ook is ze begonnen met een cursus Nederlands. Alleen als ze kwaad is, spreekt ze tijdens een wedstrijd nog Joegoslavisch. En ze heeft een parttime-baan als sorteerster van shampoos en kleurenspoeling, dankzij een van de sponsors van Swift. “Niks bijzonders”, zegt de handbalster die in Kroatië nog maar een paar examens verwijderd was van een academische graad in lichamelijke opvoeding. “Maar ook niet moeilijk. Geen lopende werk. Een bezigheid, die belet dat je lui wordt. Het leven is voor mij een stuk opwindender geworden sinds ik speel in Roermond.”

Ook de sportieve ambities van de club spreken haar aan. Dit jaar werd de Europese opmars van de Limburgse club nog gestuit door het Macedonische Skopje, dat in het Europa-Cuptoernooi uiteindelijk met strafworpen won. “Grote pech”, zegt Coko. Maar volgend seizoen wil de Limburgse club in de handbalversie van de Champions League meedraaien. “Een of twee nieuwe speelsters. Misschien een training extra. Dan is de ploeg compleet.”

Contact met thuis houdt ze door de regionale krant te lezen, die ze dagelijks uit Split ontvangt. Verder belt ze veel met haar familie en de vrienden die zijn achtergebleven. Dat kost haar handenvol geld, maar ze weet zich maar niet te beperken, ondanks de goede voornemens die ze telkens weer koestert. “Als je met thuis spreekt, vergeet je de tijd.”

Ze kon niet naar huis met de feestdagen, al had ze best gewild. Maar haar man had op Tweede Kerstdag een zaalvoetbaltoernooi. Vijf dagen bleven dan nog over, voordat ze zich weer moest melden bij Swift. Waarvan ze er drie zouden reizen. “Dat heeft geen zin.”

Dus viert ze Nieuwjaar dit jaar met Belgische vrienden. In een kasteeltje in St. Truiden. “Ik hoop dat het leuk wordt. Het is tenminste iets. Beter dan samen in bed liggen en denken aan de vrienden thuis.”

Dit is de derde aflevering in een serie van vier verhalen over buitenlandse sporters in Nederland. De eerste twee artikelen verschenen op 27 en 29 december.