De humor en zelfspot van de Zuidafrikaanse kunst

Kunst uit Zuid-Afrika, nu te zien in het Stedelijk Museum Amsterdam, is geen l'art pour l'art. Alle werken zijn ontstaan vanuit een grote sociale betrokkenheid. Er wordt een boodschap uitgedragen, maar zonder een zweem van betweterigheid of moralisme.

'Zuiderkruis', tentoonstelling van hedendaagse Zuidafrikaanse kunst. Stedelijk Museum, Amsterdam. T/m 30 januari. Dagelijks 11-17 uur.

Hoe moeten wij de hedendaagse kunst uit Zuid-Afrika benaderen? Alle gebruikelijke aanknopingspunten ontbreken. De meeste schilders en beeldhouwers van de tentoonstelling Zuiderkruis, volgens kenners een getrouwe afspiegeling van de Zuidafrikaanse kunst van dit moment, zijn autodidact. Ze laten zich inspireren door de kunst en de tradities van hun geboortestreek. Met die tradities zijn wij nauwelijks bekend. Anderen vervaardigen kunstvoorwerpen die de neerslag zijn van het leven in de townships. Ik ben nog nooit in Zuid-Afrika geweest; de townships, en de grote ellende waar deze artiesten dagelijks mee te maken hebben, 'ken' ik alleen van de televisie.

Dit alles zou geen punt zijn wanneer de Zuidafrikaanse kunst niet aansprak. Het zou eenvoudig zijn om te zeggen: deze kunstvoorwerpen doen mij niets, want de wereld waar ze uit voortkomen is mij te vreemd. Het probleem ontstaat juist doordat deze kunst wél aanspreekt. Waar zit hem dat in? Want hoe je het ook wendt of keert, het is een primitief en naïef soort kunst, ongeschoold en een beetje klungelig. Het is te simpel om te zeggen: die naïviteit en die klungeligheid, dat maakt deze kunst juist boeiend. Vaak voel ik mij ongemakkelijk met de waardering die aan de dag wordt gelegd voor de expressiviteit van zogenaamde primitieve kunst. Er zit iets zelfgenoegzaams in; het is de reactie van de paternalistische Westerling, die de niet-westerse kunstenaar 'verheft' tot Nobele Wilde.

De tentoonstelling Zuiderkruis omvat het werk van 27 exposanten. Omdat zij, op een enkele uitzondering na, met maar één object vertegenwoordigd zijn en er dus geen beeld van individuele oeuvres kan ontstaan, zoekt de bezoeker onvermijdelijk naar gemeenschappelijke kenmerken.

Deze kunst is niet op zichzelf gericht, het is geen l'art pour l'art; en daarmee gaapt meteen een diepe kloof ten opzichte van de moderne westerse kunst. Alle werken zijn ontstaan vanuit een grote sociale betrokkenheid. Ze zijn figuratief. Er is humor en zelfspot, en veel liefdevolle aandacht voor het detail. Er wordt een boodschap uitgedragen, maar zonder een zweem van betweterigheid of moralisme. Er straalt warmte uit deze tentoonstelling, en, hoe oubollig het ook klinkt, liefde voor de medemens.

Krokodillenhoofd

Prachtig en fantasierijk is bijvoorbeeld het Krokodillenhoofd van Johannes Maswanganyi, een beeld van een man en krokodil in een gevaarlijke omstrengeling, gesneden uit een boomtak. Het is deels 'objet trouvé': Maswanganyi moet het beeld meteen 'gezien' hebben toen hij de tak vond. Bonnie Ntshalintshali boetseert mythologische figuren uit klei, met een weelde aan kleurrijk beschilderde details. Bijbelse motieven en Zoeloe-folklore weet zij op een vanzelfsprekende manier met elkaar te verweven. Haar 'Eva', met bloemen en vruchten in het haar, is aards, zinnelijk en wonderschoon.

Willie Bester verwerkte aluminium blikjes, met kogels doorzeefde loden platen, kippegaas, jute, stukken brandhout en wat dies meer zij tot een collage getiteld Township. Het zonlicht is er fel en genadeloos. De bewoners zijn gevangen in een omraming van kogels en prikkeldraad. 'Bullets won't stop us', schreef Bester in rode verf. De manshoge houten beelden van Jackson Hlungwane zijn doortrokken van mystiek en religieuze openbaring. Andries Botha leerde van de Zoeloe-vrouwen hoe zij het gras vlechten voor hun koepelvormige hutten. Deze techniek, gecombineerd met andere, zoals het aaneenrijgen van lipjes van frisdrankblikjes, paste hij toe in een indrukwekkend monument voor de Gevallenen en degenen die verdwenen in de duisternis.

Sandra Kriel borduurt. Zij borduurt omdat zij dat altijd en overal kan doen, zodat zij zich niet hoeft af te zonderen in een atelier. Haar mooie kleurige lappen draagt zij op aan de vermoorde en verdwenen politieke activisten van de afgelopen decennia. Zij staan afgebeeld op zwart-wit fotootjes in het hart van het borduurwerk. Schokkend is het contrast tussen de vrolijke bloemenguirlandes, de vogeltjes gemaakt van glanzende kraaltjes, de uitbundige randen van knoopjes in alle kleuren van de regenboog, en de fotootjes en wrange teksten: 'Vernietig julle ons, Why hoekom bullets', 'Kill the Brave, Destroy a Nation'. Kriels prachtige, uiteindelijk optimistische kunstwerken zijn de apotheose van de overledenen.

Geweten

Zuiderkruis was eerder te zien op de Biënnale van Venetië. Ik herinner mij er weinig van, alleen het werk van Kriel en Botha stond me nog bij. De tentoonstelling, weggestopt in de kleine zaaltjes van het souterrain van het hoofdgebouw, ging onder in de chaos van het grotere geheel. Achteraf bezien een gemiste kans, omdat de Zuidafrikaanse inzending naadloos aansloot bij het thema van de Biënnale, van een nieuw sociaal en maatschappelijk bewustzijn, en het wegvallen van de grenzen tussen volken en rassen. Dit thema doet sinds enkele jaren opgang als brede trend in de internationale kunst. Vele staaltjes van deze 'politiek correcte kunst' waren te beleven op de 'Aperto' van Venetië. In ons land stond 'Sonsbeek 93' in het teken van deze trend. Dergelijke ideologische tentoonstellingen zijn niet te harden van de luidruchtigheid waarmee de correctheid verkondigd wordt. Kunstenaars lopen te koop met hun nieuwe Geweten, en de tentoonstellingsmakers vinden het belangrijker om aan te wijzen wie goed is en wie fout, dan zich bezig te houden met kunst.

Het verrassendst is misschien wel dat Zuiderkruis geen politieke, programmatische tentoonstelling is. De kunst die hier wordt getoond is, hoe 'multi-raciaal' ook, niet van ideologische aard. De menselijke ervaring is hier het uitgangspunt, niet een voorschrift van hoe de dingen zouden moeten zijn. De kunstwerken leveren onopzettelijk kritiek op de mode van de politiek geëngageerde kunst. Tegelijkertijd ontsnappen zij aan de heersende traditie van de moderne westerse kunst, de traditie van het autonome kunstwerk dat slechts zichzelf ten doel heeft. Je zou bijna zeggen dat de beeldend kunstenaars in Zuid-Afrika baat hebben gehad bij de culturele boycot, doordat ze hiermee gedwongen werden zich te richten op hun eigen regionale tradities.

In de tentoonstelling zit, naast alle boosheid en droefheid, een hoop op vernieuwing waaraan de beeldende kunstenaars veel energie ontlenen. Zoals Jackson Hlungwane zegt: 'Niet-westerse kunst is niet langer alleen stammen-kunst, een tijdloos ritueel, maar een individuele creatieve houding.'