Dametjes krijgen geen kadootjes; Dagboek van een meisje uit Sarajevo

Zlata Filipovic: Het dagboek van Zlata. Vert. Annet van Beelen. Uitg. Forum, 193 blz. Prijs ƒ 22,50.

Het is oorlog in Bosnië, dat kun je elke dag op de televisie zien. Waarom het oorlog is in Bosnië, kun je helaas niet zien. Dat is heel moeilijk te begrijpen. Wie vecht er tegen wie, en waarom? Ook Zlata Filipovic begrijpt het niet, ook al woont ze in Sarajevo, midden in Bosnië, midden in de oorlog. Het postkantoor in de straat waar zij woont is verbrand, de ramen van haar eigen huis zijn allemaal kapot, familieleden en vrienden zijn gevlucht of gestorven. Het komt allemaal door de politiek, denkt Zlata en dat schrijft ze in haar dagboek. “Ik heb het idee dat politiek betekent: Serviërs, Kroaten en moslims. Maar het zijn allemaal mensen. Ze zien er allemaal uit als mensen, er is geen enkel verschil. (-) Maar nu is er iets dat wil dat we van elkaar verschillen.” Of Zlata zelf Servisch, Kroatisch, moslim of joods is, staat dan ook niet in haar dagboek. Voor haar doet dat er niet toe.

Het dagboek van Zlata is onlangs gepubliceerd en onder andere in het Nederlands vertaald. Haar dagboek begint in september 1991, toen de oorlog Sarajevo nog niet bereikt had. Zlata, 11 jaar, zit op school en op pianoles. 's Zomers barbecuet ze, 's winters gaat ze skiën. De oorlog in voormalig Joegoslavië ziet ze alleen op de televisie, tussen MTV en Amerikaanse series door. Een half jaar later is alles anders: nu treffen de kogels en granaten Sarajevo en Zlata vlucht voor het eerst naar de kelder onder haar huis. Wat ze meemaakt is zo erg dat ze er bijna geen woorden voor kan verzinnen: “VERSCHRIKKELIJK! Ik weet niet hoe vaak ik dat woord al heb opgeschreven. VERSCHRIKKELIJK.”

De details die Zlata opschrijft halen de verschrikking dichterbij. Zo somt ze op 3 mei 1993 op welke boeken ze de laatste tijd heeft gelezen. Ze eindigt met: “ik blader vaak door kookboeken om naar de foto's te kijken, dan krijg ik het gevoel dat ik heb gegeten wat ik zie.”

Op 25 december 1992 gaat Zlata naar een kerstfeest van de Verenigde Naties. “Toen deelden ze kerstcadeautjes uit en lekkere hapjes. De kinderen hebben zich verdrongen en liepen elkaar bijna onder de voet. Ik was niet zo gelukkig om iets te krijgen, want ik vocht me geen weg door de kinderen. Ja, wat wil je? Ik ben een lief en welopgevoed kind. Het 'dametje' kreeg dus geen cadeautje.” Door Zlata te leren kennen, is Sarajevo geen onbekende stad meer, maar een stad waar een meisje woont dat altijd tienen haalt op school, die opschept en ijdel is en ziet dat haar kat verliefd wordt op een kater. Haar kanarie gaat dood omdat er geen vogelvoer meer is, bijna al haar vriendinnen vluchten naar het buitenland, er is geen water, geen licht, geen elektriciteit, geen lekker eten. Het lukt Zlata en haar ouders niet om de stad uit te komen. Zlata verveelt zich omdat ze niet naar school kan en omdat ze van haar ouders de straat niet op mag. Daar is het vooral door de sluipschutters veel te gevaarlijk.

Zlata wist al tijdens het schrijven dat haar dagboek gepubliceerd zou worden. Ze beschrijft dat er veel buitenlandse journalisten bij haar op bezoek komen. Zlata is er blij om, het verdrijft de verveling en de journalisten nemen snoep mee. Soms schrijft Zlata een beetje hoogdravend. “Ik vraag me af ook waarom ze de vrede hebben weggenomen van de lieflijke oevers van mijn jeugd”, zegt ze bijvoorbeeld als haar boek gepresenteerd wordt.

De journalisten vergelijken Zlata vaak met Anne Frank, het meisje dat in de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam was ondergedoken en ook een dagboek bijhield, dat na de oorlog wereldberoemd werd. Zlata heeft haar dagboek net als Anne Frank een naam gegeven; dat van Anne heet Kitty, dat van Zlata Mimmy. Zlata heeft het niet zo op de vergelijking met Anne Frank: “Dat maakt me bang, Mimmy. Ik wil niet haar lot ondergaan.” Anne Frank stierf in de oorlog. Zlata wil blijven leven. Maar soms is ze zo moedeloos dat ze er zelf een eind aan wil maken. Ook daarover schrijft ze in haar dagboek. En over de brieven die ze krijgt van haar gevluchte vriendinnen, uit Kroatië, uit Oostenrijk, uit Italië. Ze vindt post bijna nog belangrijker dan eten. Ook brieven van onbekenden helpen haar. Het geeft haar moed en ze voelt zich minder alleen. Het gepubliceerde dagboek van Zlata eindigt op 19 oktober 1993. Op de laatste bladzijde schrijft ze: “Waarom? Ik blijf me maar afvragen waarom?”