COMMERCIËLE POLITIE

In zijn artikel over het bijklussen van de politie schrijft F. Kuitenbrouwer (NRC Handelsblad, 18 december) dat de ambtenarenreglementen van zowel rijks- en gemeentepolitie sinds jaar en dag zo ongeveer alle vormen van nevenwerkzaamheden verbieden.

Dit is helaas onjuist. Kort samengevat verbiedt artikel 91 van het ambtenaren reglement gemeentepolitie aan politiemensen het volgende; a) naast zijn ambt een bedrijf of een beroep uit te oefenen b) tegen betaling voor derden werkzaamheden te verrichten c) commissaris, bestuurder, vennoot, aandeelhouder of lid te zijn van vennootschappen, stichtingen of verenigingen, indien daardoor de behoorlijke vervulling van zijn plichten als ambtenaar in gevaar kan worden gebracht, of het aanzien van zijn ambt kan worden geschaad d) in een door hem bewoond perceel een kamer te verhuren e) ten behoeve van derden werkzaamheden te verrichten, met uitzondering van een redelijk te achten hulpvaardigheid f) geld, geschenken, diensten of kortingen aan te nemen.

Burgemeesters kunnen ontheffing verlenen van het gestelde onder de punten a, b, d of f. Het venijn zit hem in punt c. Een politieman kan dus zonder bemoeienis van zijn burgemeester bestuurder worden van een stichting waarmee commerciële activiteiten bedreven worden, zolang hij maar zelf denkt dat de behoorlijke vervulling van zijn plichten als ambtenaar daardoor niet in gevaar worden gebracht. Via deze maas in de wet ontstaat een hoop ellende. Zelfs Nordholt maakte een verkeerde beoordeling en moest na zware druk van de minister, zijn functie als bestuurder van de stichting Transpol neerleggen. Er dienen in bovengenoemd reglement twee wijzigingen te worden aangebracht. Ten eerste dienen ook de verrichtingen genoemd onder punt c slechts na voorafgaande toestemming van de burgemeester te mogen worden uitgevoerd. Ten tweede moet het aan korpsbeheerders worden verboden om hun controlerende bevoegdheden op het gebied van nevenwerkzaamheden te mandateren aan bijvoorbeeld de korpschef. Burgemeester Van Thijn heeft deze bevoegdheden in het verleden namelijk overgedragen aan zijn korpschef Nordholt. De wijze waarop de Amsterdamse hoofdcommissaris hiermee is omgesprongen bewijst dat de Nederlandse politie nog lang niet volwassen genoeg is om tot zelfregulering over te gaan.