Boltanski's installatie over oorlogskinderen in Keulen; Ons rest slechts de herinnering

De Franse kunstenaar Christian Boltanski wordt geobsedeerd door de Tweede Wereldoorlog. Ook in zijn nieuwe installatie 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' in Keulen, die over drie locaties is verspreid, speelt de oorlog de hoofdrol. “De combinatie van de kinderfoto's met armzalige dozen heeft bepaald iets hartverscheurends.”

Boltanski's installatie 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' in Keulen is tot 28 januari 1994 te zien.

Op het station in Keulen krijg ik een intrigerend pamflet in de hand gedrukt. Het toont een ouderwetse, zwart-wit foto van een meisje van een jaar of vier. Op het nog net zichtbare kraagje van haar jurk zijn bloemetjes geborduurd. Onder haar portret staat behalve een nummer, 2544, de in het Duits gestelde tekst: “Naam: onbekend. Voornaam: onbekend. Geboren omstreeks 1944. Ogen: bruin. Haar: donkerblond. Het kind werd na de luchtaanval op Dresden, op 13/14 februari 1945 gevonden.”

Dresden ... Daar kan ik me wel iets bij voorstellen. In zijn roman Het Stenen Bruidsbed (1959) heeft Harry Mulisch nog eens beschreven hoe de burgers van Dresden na het vallen van de fosforbommen brandend door de straten holden en in de Elbe sprongen. Dat kleine meisje heeft het dus overleefd en als ze nu nog leeft, is ze omstreeks de vijftig. Een constatering waar je verder overigens weinig mee begint. Het pamflet blijkt een kopie van de posters die in het naoorlogse Duitsland door het Rode Kruis werden verspreid onder het motto 'Diese Kinder suchen ihre Eltern'. Hiertoe werden gegevens verzameld en foto's genomen van duizenden kinderen die na de ineenstorting van het Derde Rijk in hun eentje tussen de puinhopen waren aangetroffen. Deze documenten blijken als door een wonder bewaard te zijn gebleven.

De Franse kunstenaar Christian Boltanski heeft dit historische materiaal uit de archieven van het Rode Kruis gelicht en tot inhoud gemaakt van zijn nieuwe, in Keulen uitgevoerde installatie die hij eveneens 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' heeft genoemd. Uit dit aangrijpende kunstwerk blijkt opnieuw hoe zeer Boltanski door de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog wordt geobsedeerd. In dit opzicht is hij vergelijkbaar met een kunstenaar als Armando die sinds de tweede helft van de jaren vijftig hetzelfde thema aan de orde stelt in zijn beeldende en literaire werk. De fascinaties van Armando gelden echter voor een belangrijk deel de gedragingen van 'de vijand' en de symbolen waarvan deze zich ooit bediende, zoals het Pruisische kruis en de zwarte vlag die op zijn schilderijen tevens de vorm van een bijl kan aannemen. Boltanski lijkt vooral gegrepen door de naamloze individuen die door de geschiedenis zijn vermalen. In zijn kunst neemt hij het als het ware op voor de schimmen: voor de kinderen van die Joodse school in Parijs bijvoorbeeld die omstreeks 1939 allemaal vrolijk lachend in de camera blikten. Boltanski toonde hun uitvergrote portretten met weggevaagde ogen en lippen.

Soms slaagt de kunstenaar er in om de schimmen hun identiteit terug te geven. In Berlijn wist hij de namen en beroepen te achterhalen van de bewoners van een weggebombardeerd huis. Bordjes met deze gegevens waarop ook vermeld stond hoe lang iemand in het huis had gewoond, werden door Boltanski aan de muren van de belendende huizen bevestigd. Boltanski werkt veelal met uiterst sober 'ready made'-materiaal. Behalve van foto's die op zichzelf geen enkele artistieke waarde hebben, bedient hij zich van goedkoop verlichtingsmateriaal, kartonnen dozen, roestige blikjes, kledingstukken of van de schaduwen van brandende kaarsen op een muur. Boltanski's installatie 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' bestrijkt drie verschillende lokaties in het centrum van Keulen: het museum Ludwig, de aan de Heumarkt gelegen kapel van de kerk Klein Sankt Martin waar iedere zondag een kindermis wordt gehouden en het voornoemde station. De foto's uit het Rode-Kruisarchief worden door Boltanski op verschillende manieren gepresenteerd. In het station worden ze zoals gezegd als vlugschriften verspreid. In de kapel bedekken de ingelijste portretten een gehele wand. Boven alle foto's branden kleine lampjes. Ze zijn verbonden met dunne en zeer lange, zwarte elektriciteitsdraden die als vreemdsoortig getekende tranen voor de portretten hangen. Boltanski lijkt zijn schimmen hier in de hoedanigheid van 'zieltjes' te hebben willen presenteren.

Hartverscheurend

In het museum Ludwig heeft Boltanski onder meer een ijzeren stellage met kleine, vierkante kartonnen dozen neergezet die de schuin neergezette kinderportretten tevens als steun dienen. De combinatie van de kinderfoto's met die armzalige dozen heeft bepaald iets hartverscheurends. Voorts heeft de kunstenaar een 'Landschap van de Herinnering' ingericht in een enorme museumzaal waarvan de gehele vloer overdekt is met kleren. Kledingstukken hebben de eigenschap om gedachten op te roepen aan zowel de aanwezigheid als de afwezigheid van de mens maar in Boltanski's 'Landschap van de Herinnering' bezorgt de hoeveelheid aan kleren je ronduit een onheilspellend gevoel.

Boltanski toont 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' ook in boekvorm. De beknopte gegevens die bij de foto's van de kinderen zijn afgedrukt, bestrijken gemiddeld zo'n vijf zinnen die een drama in telegramstijl ontsluiten. De naamloze vondelingen die in het boek onder nummer 18 zijn geregistreerd, zijn waarschijnlijk een tweeling. De jongen en het meisje zijn ongeveer even groot en beiden dragen kleren met galgjes. In 1945 werden ze aangetroffen in een trein met vluchtelingen. Ze waren toen vermoedelijk een jaar of twee. Nummer J40 is een kereltje met broodmager gezichtje, een schuwe oogopslag en een matrozenkraag. Zijn achternaam is Stein en zijn voornaam Karl. Hij moet omstreeks 1937 in Sombor zijn geboren. De naam van zijn moeder is Eva.

Nummer 2 heet vermoedelijk Reinhardt Peters en is tussen 1937 en 1939 geboren. Hij arriveerde in Duitsland met een krijgsgevangenen-transport uit Siberië. Nummer 25 is een naamloos jongetje met een groot aantal littekens en veel te grote trainingsbroek waarin de naam A. Durdel vermeld stond. Nummer 9 heet Marlis Wachter. Ze is vermoedelijk een schipperskind. In 1945 werd de tweejarige door de marine uit het water gered. Nummer 20, een 'namenloses Findelkind' werd in 1945 in Oost-Pruisen op straat naast zijn dode grootmoeder aangetroffen. Nummer 303 is Adolf Cheleschowa wiens moeder is gestorven en wiens vader is doodgeschoten. Nummer 866 is een naamloos knaapje die in 1945 in een boshut in Pommeren is gevonden. Nummer 6 heet waarschijnlijk Heidemarie. Ze heeft littekens in haar hals en ze kwam uit een kliniek in Oost-Pruisen. Ze herinnert zich alleen dat ze daar met een door vier paarden bespannen boerewagen is afgezet

Genadeloos

De kindertijd is door Boltanski geformuleerd als de eerste fase van het sterven. Volwassen worden is voor hem analoog aan de overgang van het leven naar de dood. 'Ons rest tenslotte slechts de herinnering', luidt een uitspraak van Boltanski. De herinneringen aan zijn eigen jeugd zijn mede bepaald door de naweeën van de bezettingstijd. Geboren in 1944 in Parijs als zoon van een Franse, katholieke schrijfster en een Russisch-joodse arts die gedurende twee jaar ondergedoken zat in de kelder van zijn eigen huis, heeft Boltanski zijn vader na de oorlog nooit op straat zien lopen. De vader waagde zich daar niet meer aan. Hij liet zich dagelijks door zijn echtgenote met de auto bij het ziekenhuis afzetten waar hij werkte. Een werkelijkheid die de opgroeiende zoon als een raadsel zal hebben ervaren. Toen Boltanski aan het eind van de jaren zestig als kunstenaar aan de reconstructie van zijn jeugdherinneringen begon, zocht hij het in een schijnwereld. Hij werkte in deze periode onder meer met fictieve documenten als geënsceneerde familiekiekjes van gezellige bijeenkomsten die nooit hebben plaats gegrepen.

Boltanski's schijnwereld is nadien steeds meer door de genadeloze werkelijkheid overschaduwd. Op de achterkant van de aan 'Diese Kinder suchen ihre Eltern' gewijde pamfletten, heeft de kunstenaar laten drukken: “Als u zichzelf herkent, of als u weet wie deze kinderen zijn, schrijft u dan alstublieft naar Christian Boltanski, per adres Museum Ludwig, Bischofsgartenstrasse 1, D-50667 Keulen.” Boltanski's verzoek onderstreept de tragische inhoud van zijn nieuwe project nog eens: de verloren geraakte kinderen van toen zijn opnieuw in de massa verloren geraakt. De kunstenaar kan zich daar niet bij neerleggen: “Er is een halve eeuw voorbijgegaan en als ik naar de gezichten van deze verloren kinderen kijk, kan ik niet nalaten om mij voor te stellen wat er van hen is geworden. Ze hebben alle veranderingen in het naoorlogse Duitse meebeleefd. Heeft het lot rijke of arme, gelukkige of ongelukkige mensen van hen gemaakt? Ze zijn zo'n beetje van mijn leeftijd en hun geschiedenis is ook een beetje de onze. Ook wij zoeken onze ouders.”