Waarom verslaan we Duitsers niet een keer in zaal?

AMSTERDAM, 30 DEC. Twee prestaties ontbreken er eigenlijk nog op de erelijst van de Nederlandse hockeyers. Een olympische titel en een overwinning op Duitsland in de zaal. Het laatste lijkt een stuk eenvoudiger dan het eerste omdat het om maar één wedstrijd gaat. Lijkt, ja, want de kans dat pakweg Gibraltar wereldkampioen veldhockey wordt is nog groter dan dat Oranje in de zaal van Duitsland wint. Nederland heeft namelijk sinds een paar jaar geen nationaal zaalteam meer. Het grootste hockeyland ter wereld ontbreekt bij de Europese kampioenschappen indoor. Dat is triest, een beetje een schande ook.

Elke hockeyer vindt spelen in de zaal leuk. Elke hockeyer vindt spelen in de zaal goed voor zijn techniek. Daarom is het vreemd dat het zaalhockey in Nederland ter ziele is. Toch is het eenvoudig te verklaren. Het heeft onder meer met de aanleg van honderden kunstgrasvelden te maken, waardoor men lang buiten kan doortrainen en doorspelen. En met het steeds vollere programma van de nationale teams die al jaren regelmatig in de wintermaanden naar het buitenland trekken voor een toernooi of trainingskamp. Daardoor ontbraken steeds vaker de blikvangers in de zaalcompetitie en hielden ook steeds meer andere spelers het voor gezien.

Toch lijkt het dat men de handdoek te snel in de ring heeft gegooid. Sommige mensen hebben daar nu spijt van. Want zaalhockey blijkt vooral voor de ontwikkeling van spelers heel nuttig. Het succes van de Duitse ploegen wordt voor een belangrijk deel toegeschreven aan het vele spelen in de zaal. Het indoorhockey floreert bij de buren en wordt door het publiek beter bezocht dan de wedstrijden op het veld. Terwijl er in Nederland in een district als Noord-Holland zelfs helemaal niet meer binnen wordt gehockeyed.

Dat zaalhockey niet alleen leuk is om te doen, maar ook om naar te kijken bleek gisteravond weer in de Amsterdamse Sporthallen-Zuid. Daar werd de eerste ronde gespeeld van een toernooi met acht hoofdklassers, georganiseerd door het marketingbureautje van Jacques Brinkman, zelf international en gisteren als speler van Amsterdam uitblinker met drie doelpunten tegen HDM. Vanavond zijn de halve finales en finale.

De tribunes waren op de openingsavond heel behoorlijk bezet. De toeschouwers zagen af en toe leuke en spektaculaire acties en veel doelpunten. Alle spelers hadden er zichtbaar plezier in. De enthousiaste organisator Brinkman hoopt dat dit toernooi in de toekomst zal uitgroeien tot een jaarlijkse competitie tussen de topclubs die in drie à vier weken moet worden afgewerkt zodat alle spelers, óók de internationals, kunnen meedoen.

De KNHB heeft niet enthousiast gereageerd op het toernooi van Brinkman. De bond was niet gelukkig met het feit dat er in Amsterdam entree wordt geheven en dat het evenement als 'de officieuze landskampioenschappen '93-'94' werd aangekondigd. Dat laatste werd later ook ingetrokken. Brinkman vermoedt dat er mensen namens de KNHB hebben weten te voorkomen dat er beelden van zijn toernooi op televisie zouden verschijnen.

Heel duidelijk is er voor de KNHB geen weg meer terug naar een volwaardige zaalcompetitie. Technisch coördinator Gijs van Heumen heeft gesteld dat er met de huidige hockey-agenda niet op twee paarden kan worden gewed. Zelfs de fanatieke aanhangers van het zaalhockey lijken de moed te hebben opgegeven. HDM organiseert zijn internationaal toernooi niet meer en niet één club is bereid Nederland dit seizoen in de B-poule van het Europa-Cuptoernooi te vertegenwoordigen. Of zou één topevenement misschien de meningen alsnog kunnen doen veranderen en voor een nieuwe impuls kunnen zorgen?

Er wordt regelmatig geklaagd dat er te weinig opmerkelijks gebeurt in het hockey. Dus waarom gaan we die Duitsers niet een keer verslaan in de zaal? Is dat geen prachtige uitdaging? Er moeten voldoende Nederlandse hockeyers te vinden zijn die handig zijn in de zaal en zin hebben in een stunt. Een maandje flink trainen en dan er tegenaan. Zo sterk zijn die Duitsers ook weer niet, hoewel ze in de historie van het zaalhockey nog nooit een officiële interland verloren. Eén keer moesten ze een gelijkspel toestaan, 7-7 tegen Frankrijk bij het EK van '88.

Maar met de steun van een vol Ahoy', een volle Houtrusthal of Maaspoort moet een enthousiast en gretig Oranje toch een goede kans worden toegedicht. Misschien een volgend ideetje voor het bureau van Brinkman.