Vuurwerk van vreemde vocale geluiden

Concerten: Klap op de Vuurpijl met o.a. The Schismatics o.l.v. Han Buhrs, Koor en het Ensemble Nieuwe Muziek o.l.v. Huub Kerstens met Die Vögel van Jan Boerman. Gehoord: 29/12 Theater Bellevue, Amsterdam. Herhaling: t/m 31 december het Willem Breuker Kollektief, de gamelangroep Irama + andere attracties. Vanavond het J.C. Tans Orchestra en het Schönberg Ensemble o.l.v. Oliver Knussen met muziek van Charles Ives en Percy Aldridge Grainger.

Veel vocalisten waren gisteren te beluisteren in de Klap op de Vuurpijl. Drie van hen maakten er deel uit van de vocalgroup Schismatics, minstens vijftig van het Koor Nieuwe Muziek o.l.v. dirigent Huub Kerstens. De Schismatics deden drie kwartier lang nogal ongewoon omdat leider Han Buhrs dat wilde, de koorzangers daarentegen juist nogal gewoon omdat componist Jan Boerman dat van hen verlangde.

Han Buhrs, die twee weken geleden in het BIMhuis de Podiumprijs ontving, brengt het liefst 'vreemde' geluiden voort en dat is maar goed ook, want voor gewone zang is zijn stem niet apart genoeg. 'Grsmmppoow' dus, 'mmmmmmlopuerdt' of zelfs 'kjschebwtttttttt'. Ter compensatie zorgt hij daarnaast voor zeer eigen teksten zoals in Slagkever, dat handelt over een 'bloot lied' van een 'pannekoekschrijver' in Moskou. In 't Jaat alsmaar gaat het over ja en nee met als conclusie: 'Ja klinkt beter in het oor van 'n meeëter'. De oordelen naar de reacties in de zaal, was het eerder een besluiteloos 'tja'. Dat Buhrs collega's Jodi Gilbert en Beatrice van der Poel wel echt kunnen zingen bleek soms duidelijk, al was het een vreemde ervaring in hun samenzang soms één Melanie te horen, de legendarische soft-hippie zangeres van eind jaren zestig.

Het Koor Nieuwe Muziek klonk niet als één, maar dat was ook niet de bedoeling. Het door Jan Boerman geschreven Die Vögel voor 4 koperblazers, koor en klank sporen uit 1986, is immers een polyfoon stuk. Polyfoon echter volgens het het vogelaarsconcept: niet te luid, anders vliegen ze op, kijk uit waar je loopt, anders trap je op een nest eieren. Dat het koor en de vier koperblazers met deze instructie de door Boerman per geluidsband gelanceerde elektronische vliegende schotels geen concurrentie aan konden doen, was niet verrassend. Verbazingwekkend was wel dat deel 2, op een tekst van Friedrich Hölderlin, muzikaal nauwelijks afweek van wat deel 1 met Robert Hameling al had gebracht. Alleen met het programmaboekje in de hand was de overgang te merken.

De gamelangroep Irama zorgde hierna in Balanganjur voor de broodnodige dynamiek. De ronde kendangs lieten het tot in Londen bonzen, de ijzeren cèng-cèngs zorgden voor nijdige accenten, gelijk die van beitels die onverwacht op spijkers stuiten. Er waren bij deze groep geen vocalisten, maar dat leek niemand erg te vinden.