Voordeel van goedkope olie gaat consumenten voorbij; Industrie gediend met lage olieprijs

ROTTERDAM, 30 DEC. Huishoudens en automobilisten zullen geen enkel voordeel hebben van de lage olieprijs, maar de zware industrie in West-Europa kan nu al met een “aanzienlijke kostendaling” rekening houden. Dat concluderen energie-experts nu het ernaar uitziet dat de olieprijs zowel op de internationale termijnmarkten als op de spotmarkt gedurende een langere periode laag zal blijven. Noorwegen weigerde deze week in te gaan op een voorstel van de Golfstaten de olieproduktie te verlagen om zo de prijs op te schroeven.

Een lage prijs voor ruwe olie, de belangrijkste energiebron en grondstof voor talloze produkten, is goed voor de economie van Westerse landen en van Derde Wereldlanden die afhankelijk zijn van olie-import. Het remt hun inflatie af en doet produktiekosten dalen. Voor de olielanden, die hun inkomsten met vele miljarden zien dalen, is de lage prijs een regelrechte ramp, maar ook voor een aardgasland als Nederland kan een negatief effect optreden. Bij een aanhoudend lage olieprijs moet de staat rekening houden met een forse tegenvaller in de aardgasbaten, omdat de gasprijs is gekoppeld aan die van olie. In de Miljoenennota zijn de gasbaten voor 1994 geraamd op 8 miljard gulden, waarbij is uitgegegaan van een gemiddelde olieprijs van 18 dollar per vat. Zou de huidige olieprijs van zo'n 13 dollar een jaar aanhouden, dan scheelt dat zeker een miljard gulden.

Energiekosten maken 40 tot 70 procent uit van de totale produktiekosten van fabrieken die chemicaliën, siliconenprodukten en staal maken, en van zink- en aluminiumsmelterijen, zegt ir. J.G. Helleman, secretaris van het Samenwerkingsverband industriële grootverbruikers van energie (SIGE). Bij de 'elektrolyse-bedrijven' die gebruik maken van veel elektriciteit is dat percentage 50. Voor chemische fabrieken, die aardgas en het olieprodukt nafta als brandstoffen èn als grondstoffen inzetten, en bij de kunstmestfabricage is het percentage nog hoger. Bij chloorfabrieken loopt het zelfs op tot 70 procent.

Voor een aantal sectoren tikken de besparingen bij een olieprijs van 13 dollar per vat, of nog lager, snel aan. Nog geen jaar geleden was een vat Noordzee-olie ruim 20 dollar per vat waard en vlak voor de Golfoorlog, begin 1991, liep de prijs zelfs even op tot 40 dollar. In reële cijfers (exclusief inflatie en valutaschommelingen) is de prijs van ruwe olie nu praktisch gelijk aan het niveau van eind 1973, toen de eerste oliecrisis uitbrak.

Voor bedrijven die gebruik maken van olieprodukten als stookolie, nafta of kerosine (luchtvaart) treedt het prijsvoordeel snel op door het systeem van internationale marktnoteringen voor deze brandstoffen. Bij een lage prijs voor ruwe olie dalen die noteringen. De prijs van aardgas, die voor industrieel gebruik aan de notering van stookolie is gekoppeld, volgt pas met een vertraging van een half jaar. Maar de Gasunie heeft onlangs haar prijsformule aangepast waardoor zowel de kleine als de grote verbruiker zijn gasrekening voorlopig alleen maar zal zien stijgen. Ook grootverbruikers van elektriciteit moeten daarom niet aanstonds rekenen op verlaging van hun stroomrekening. De belangrijkste brandstof voor elektriciteitsopwekking in Nederland is namelijk aardgas. Wel zal de kolenprijs een daling vertonen en daardoor elektriciteit goedkoper maken. Daar staat echter tegenover dat de produktiekosten als gevolg van investeringen in nieuwe centrales vanaf 1992 met 7 tot 10 procent toenemen. “Het belangrijkste effect van de lage olieprijs is denk ik dat de Nederlandse elektriciteitsprijzen concurrerend kunnen blijven”, zegt ir. Hellemans.

Niemand durft voorspellen hoe groot het effect van die factoren samen op de economie kan worden. Het Centraal Planbureau maakt daar wel berekeningen over, met een aantal varianten, maar onderdirecteur prof. dr. F.J.H. Don vindt het nu nog te vroeg voor commentaar. Hij wil de cijfers opsparen voor een nieuw rapport over de economische vooruitzichten op middellange termijn dat volgend voorjaar uitkomt.

Volgens dr. Paul Horsnell van het Institute for Energy Studies in Oxford zullen huishoudens, automobilisten en de transportsector niet veel merken van de lage olieprijs, ook al houdt deze langer aan. Dat komt omdat de accijnzen en milieuheffingen in alle Westeuropese landen zo hoog zijn dat verlaging van de grondstofprijs zelf nauwelijks effect sorteert. In Nederland en Duitsland worden de motorbrandstoffen op Nieuwjaarsdag flink duurder, alleen als gevolg van accijnsverhogingen. Gemiddeld bestaat de prijs van een liter benzine in de lidstaten van de Europese Unie voor 70 procent uit belastingen, zegt Horsnell, “maar in uw land en Duitsland is dat nog hoger. Nederland spant de kroon met de overheidslasten op brandstoffen.” Maar voor de zware industrie, die zucht onder de economische recessie, is de lage olieprijs “goed nieuws”, meent hij. “Het betekent een aanzienlijk kostenvoordeel.”

Na de weigering van Noorwegen mee te doen aan verlaging van de olieproduktie ziet Horsnell “een langere periode, dat kan wel een jaar aanlopen” de olieprijs niet boven de 13 tot 15 dollar uitkomen, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen, zoals nieuwe spanningen in het Midden-Oosten waardoor de olie-aanvoer naar het Westen zou stagneren. Ook de Britse regering voelt niets voor vermindering van de oliewinning op de Noordzee, verzekert Horsnell. Een zeer strenge winter zou alleen tijdelijk nog een prijsopdrijvend effect kunnen sorteren. Voorlopig is het tegendeel het geval: de olievoorraden en de aanvoer zouden samen met 1 tot 1,5 miljoen vaten per dag omlaag moeten om in balans te komen met de vraag.

Een produktievermindering van die omvang komt er zeker niet, voorspelt Horsnell. Want dat zou betekenen dat vooral een aantal grote OPEC-producenten een stevige veer moet laten: Saoedi-Arabië als grootste exporteur ter wereld, Iran, Koeweit en de Verenigde Arabische Emiraten. Niet voor niets hebben de Golfstaten vorige week als voorwaarde voor vermindering van hun oliestroom gesteld dat de niet-OPEC landen ook een bijdrage moeten leveren, en uit de Noorse reactie is nu gebleken dat daarvan niets terechtkomt. “De grote olielanden weten dat Irak volgend jaar vroeg of laat zijn olie-export zal hervatten. Daarom leveren ze nu niets in, niemand wil verlies van marktaandeel. Als OPEC tezijnertijd niet voldoende ruimte maakt voor Irak, door een scherpe verlaging van de quota, voorzie ik een olieprijs van 5 dollar per vat”, aldus Horsnell.