Vier agenten Epe op verzoek overgeplaatst

EPE, 30 DEC. Vier agenten die door een van de slachtoffers in de Eper incestzaak werden beschuldigd van seksueel misbruik zijn overgeplaatst.

Een van hen gaat met de vut. De vier agenten waren na een onderzoek van de rijksrecherche op 1 november weer aan het werk gegaan bij het politiekorps Epe. Binnen het korps ontstonden echter spanningen met andere collega's. “Ze zaten niet lekker in hun vel. Daarom hebben ze te kennen gegeven elders aan de slag te willen gaan”, aldus een woordvoerder van het politiedistrict Noordwest-Veluwe.

De verwachting was dat mede door de aanhoudende stroom van perspublikaties de werksfeer binnen het politiekorps nog enige tijd problematisch zou blijven. De agenten zijn per 3 januari geplaatst bij de staf van het district Noordwest-Veluwe in Nunspeet. Zij zullen in rechercheteams worden ingezet. Ook zedendelicten kunnen daarbij aan bod komen, aldus de woordvoerder.

Burgemeester Ch. de Loor besloot op 2 augustus de vier agenten te schorsen na de beschuldigingen van Jolanda van B. Het meisje zou begin jaren tachtig voor het eerst met beschuldigingen tegen haar ouders en andere mannen naar de politie zijn gestapt. De agenten die toen nog onder het gemeentepolitiekorps Epe vielen, zouden haar verhaal niet serieus hebben genomen. Later zouden de politiemannen, aldus het slachtoffer, net als andere mannen bij haar ouders aan huis zijn gekomen om haar te misbruiken. Een onderzoek van de rijksrecherche leverde geen bewijs op. De conclusie luidde dat er geen aanwijzingen waren die de aanklacht ondersteunen. Het onderzoeksteam werd opgeheven.

Jolanda van B. heeft bezwaar aangetekend tegen het seponeren van haar klacht tegen de agenten door de officier van justitie. In februari verschijnt een boek van het incestslachtoffer over haar ervaringen. De Haagse rechtbankpresident bepaalde eerder deze maand dat de vier agenten het boek vooraf niet mogen inzien. Het proces tegen de zes verdachten in de Eper zaak begint op 18 januari.