Uitgeverij naar rechter na uitlatingen over plagiaat

AMSTERDAM, 30 DEC. Uitgeverij Meulenhoff in Amsterdam en de schrijver Marcel Möring hebben uitgever en radiopresentator Martin Ros, de Tros, publicist Hans van Straten en uitgever Bas Lubberhuizen voor de rechter gedaagd. Zijverwijten de gedaagden Möring ten onrechte te hebben beschuldigd van plagiaat. In een bodemprocedure eisen de uitgeverij en de schrijver een schadevergoeding en een verbod op herhaling van de aantijging. De zaak zal dienen voor de Amsterdamse rechtbank.

Oorzaak van het conflict is een supplement bij het boekje Opmars der gladiatoren, getiteld Plagiatoren trekken voorbij van Hans van Straten, dat is verschenen bij uitgeverij Bas Lubberhuizen. Hierin wijst Hans van Straten op een parallel tussen een stuk in Mörings boek Het grote verlangen en een scène uit de film Roma van Federico Fellini waarin een prostituée in een auto haar bedrijf uitoefent, terwijl buiten een rij fabrieksarbeiders staat te wachten. Volgens Möring is de passage in zijn boek gebaseerd op een waar gebeurd verhaal bij een aardappelmeelfabriek in Smilde in 1975.

Martin Ros wordt gedagvaard omdat hij op 10 december in het radioprogramma De Tros Nieuwsshow de publikatie van Van Straten zou hebben aangegrepen om Möring van plagiaat te beschuldigen. Martin Ros zei indertijd in een reactie dat hij in zijn programma juist had willen pleiten voor een nuancering van het begrip plagiaat. Möring kreeg dit jaar voor Het grote verlangen de AKO Literatuurprijs.

In een eerste reactie op de juridische stappen zegt Lubberhuizen zich van commentaar te onthouden. Het aanspannen van de bodemprocedure noemt hij een 'overreactie'.

Dat Möring en Meulenhoff voor de juridische weg hebben gekozen, heeft volgens Meulenhoffdirecteur Maarten Asscher te maken met de ernst van de aantijging. “Plagiaat is het ernstigste waarvan je een schrijver kunt beschuldigen, zoiets als dopinggebruik bij een sporter of corruptie bij een politicus”, aldus Asscher. De uitgever spande geen kort geding aan, omdat er geen sprake is van spoedeisend belang. In een bodemprocedure-zaak laat de uitspraak gemiddeld een tot twee jaar op zich wachten.

Over de hoogte van de geëiste schadevergoeding wil Asscher zich niet uitlaten. Hij zegt dat het niet de bedoeling is dat de schrijver of uitgever er financieel beter van worden. Als Möring en Meulenhoff de rechtszaak winnen komt het geld ten goede aan een ideëel doel.