Sterrengids 1994

Sterrengids 1994. Samenstelling: Mat Drummen en Jean Meeus. Stichting De Koepel, Utrecht. Prijs: ƒ 39,75.

De bekende gids voor sterren en planeten van de Nederlandse Vereniging voor Weer- en Sterrenkunde verschijnt jaarlijks, al sinds 1938. Van een klein boekje van 56 pagina's is het inmiddels uitgegroeid tot een boekwerk van 168 pagina's, boordevol gegevens over de hemel in 1994.

De almanak omvat een van maand tot maand volledige opgave van de voorspelbare hemelverschijnselen die met bescheiden optische middelen waarneembaar zijn. De toelichtingen zijn voorzien van "kijkersymbolen', zodat direct kan worden gezien of het de moeite waard is het verschijnsel waar te nemen, wat nodeloze opoffering van de nachtrust voorkomt.

Wat zijn de belangrijkste gebeurtenissen aan het firmament in 1994? Uit het jaaroverzicht blijkt dat er op 10 mei een ringvormige zonsverduistering zal plaatsvinden, op 3 november een totale, terwijl er op 25 mei een gedeeltelijke maansverduistering te bewonderen zal zijn. De ringvormige zonsverduistering van 10 mei is zichtbaar in geheel Noord- en Centraal-Amerika, de noordelijke helft van de Atlantische Oceaan en het westen en noorden van Europa. In Nederland en België is zij bij zonsondergang slechts zichtbaar als een gedeeltelijke eclips aan de westelijke horizon.

De gedeeltelijke maansverduistering van 25 mei speelt zich af in de zeer vroege ochtenduren. De grootte van de eclips bedraagt 0.24 hetgeen betekent dat op het moment van het maximum van de verduistering een kwart van de maanschijf zich in de kernschaduw van de aarde bevindt.

In deze maandoverzichten komen ook het waarnemen van planetoïden en bedekkingen van sterren door de maan aan de orde. Dit gedeelte van de gids wordt besloten met een beknopte uiteenzetting van de voor 1995 te verwachten bijzondere hemelverschijnselen.

Het tweede gedeelte geeft meer algemene informatie. Het begint met een uitvoerig artikel over de zon, de enige ster die zo dichtbij staat, dat het mogelijk is met eenvoudige hulpmiddelen boeiende verschijnselen aan het oppervlak waar te nemen.

Daarna wordt de maan besproken. Voor waarnemingen van onze satelliet zijn geen dure instrumenten nodig. Dit hoofdstuk wordt besloten met een maankaart die aan redelijke eisen voldoet.

Bij de planeten wordt ingegaan op de spectaculaire resultaten van het onderzoek van het planeetoppervlak door de Amerikaanse ruimtesonde Maggellan. Behalve Uranus, die onder zeer gunstige omstandigheden met het blote oog te zien is, is voor het waarnemen van Neptunus en Pluto een toch wel forse telescoop nodig. Wat Neptunus betreft - met behulp van een goede sterrenkaart hoeft het vinden van deze planeet geen al te groot probleem te zijn - is het waarnemen van de grootste maan van de planeet Triton, een regelrechte uitdaging voor iedere enthousiaste amateur-astronoom. Het object is n.l. slechts van een visuele helderheid van plus 13,4 doch met behulp van een duidelijke tekening in de gids en met een kijker met een opening van minimaal 20 cm moet het lukken.

De sterrengids wordt besloten met een artikel van de Utrechtse astronoom prof. C. de Jager met als onderwerp: ""Betelgeuze, superreus met gigantisch golvend oppervlak.'' Links boven het wintersterrenbeeld Orion bevindt zich de meest opvallende ster: de enigszins oranje gekleurde Betelgeuze. Het oppervlak is sterk in beweging. Wanneer is de supernova-explosie te verwachten? De Jager: ""De supernova-explosie kan niet veel langer dan een duizend jaar op zich laten wachten. En omdat we alles wat op deze ster gebeurt 455 jaar verlaat zien, kan het dus al gebeurd zijn. Als Betelgeuze een supernova wordt dan zal de helderheid de grootte klasse -13 bereiken, dat is nog iets helderder dan de volle maan. Gedurende enkele maanden zouden we dan 's nachts onze schaduw kunnen zien in het licht van de resten van Betelgeuze.''

Mochten de berekeningen kloppen, dan is het duidelijk dat de gevolgen van de explosie van Betelgeuze een verdere verschijning van de Sterrengids geheel en al overbodig maken!