Stagnatie in afloop IJstijd droeg een wereldwijd karakter

Ongeveer 11.000 jaar geleden, tijdens de afloop van de laatste ijstijd, trad er opeens weer een periode van afkoeling op. In Noord-Europa rukte het landijs plotseling nogmaals naar het zuiden op en binnen zo'n honderd jaar heerste er in grote delen van Noord-Europa opnieuw een soort ijstijd. Deze periode, die zeven eeuwen duurde, wordt het Dryas-stadiaal genoemd, naar het in de poolstreken groeiende plantje Dryas octopetala. Aan het einde van die periode trok het ijs zich weer even snel terug als het was gekomen.

Sporen van dit "tussen-ijstijdje' werden eerst gevonden in het noorden van Europa, maar later ook in meer zuidelijke streken. Franse en Britse onderzoekers hebben nu ook duidelijke sporen aangetroffen in afzettingen in het Magadi-meer, vrijwel op de evenaar in Kenya. Dit is een bijna opgedroogd, zeer zout-alkalisch meer, dat nog maar een meter diep is. Het verloop van bepaalde eigenschappen in afzettingen van dit meer geven belangrijke aanwijzingen over klimaatsveranderingen die hier in het verleden hebben plaatsgevonden.

De onderzoekers bestudeerden mineralen, fossiele stuifmeelkorrels (pollen) en resten van kiezelalgen (diatomeeën) in 9 meter lange boorkernen van deze afzettingen. Hieruit leiden zij af dat het niveau van het meer ongeveer 12.700 jaar geleden plotseling begon te stijgen. Ongeveer 11.900 jaar geleden werd een maximum van 58 meter bereikt, dat tot 11.200 jaar geleden gehandhaafd bleef. Daarna zakte het niveau in vijfhonderd jaar tot ongeveer 10 meter, waarna het weer ging stijgen en 10.200 jaar geleden een tweede maximum van 45 meter bereikte. Vervolgens daalde het niveau weer (Nature 366, p. 146).

De hoge waterstanden weerspiegelen warme perioden met sterke regenval, terwijl de lage waterstanden op koelere perioden met geringe regenval wijzen. De maxima van de waterhoogten blijken precies samen te vallen met de (warme) perioden gedurende welke op het noordelijk halfrond het ijs snel verdween. En de periode tussen de maxima valt precies samen met die van het (koelere) Dryas-stadiaal. De klimaatsverandering die op het noordelijk halfrond het "tussen-ijstijdje' veroorzaakte had dus niet alleen een wereldwijd karakter, maar sloeg ook overal tegelijk toe.