Ruimtetelescoop (2)

Gaarne wil ik enige kanttekeningen maken bij het artikel "Groot onderhoud op lokatie' van George Beekman in het bijvoegsel W&O van 2 december, waarin de zogeheten service-missie van de Hubble Space Telescope (HST) wordt beschreven.

In de eerste plaats wil ik een eventuele indruk bij het algemene publiek wegnemen, dat deze missie speciaal en alleen wordt uitgevoerd om ernstige en domme fouten bij de constructie van de HST te corrigeren. Het prijskaartje dat Beekman noemt van 690 miljoen dollar, moet niet worden gezien als een extra uitgave om slechts een projekt, dat al meer dan 2 miljard dollar heeft gekost, alsnog te redden. Reeds bij het ontwerp van HST is voorzien, dat er elke 3 of 4 jaar een dergelijk bezoek van de Shuttle zou zijn om de telescoop te voorzien van nieuwe instrumenten naar de laatste technische mogelijkheden en om normaal onderhoud te doen. De genoemde nieuwe Wide Field and Planetary Camera (WFPC-II) is zo'n nieuw instrument, dat reeds gepland was als vervanging van het huidige instrument (WFPC-I) voordat de problemen van aberratie in de primaire spiegel bekend waren. Overigens is het onjuist vermeld, dat dit een ESA-inbreng zou zijn; het is puur NASA. Het ESO instrument is de Faint Object Camera (FOC) en deze werkt uitstekend. Samen met NASA doet ESA thans een studie voor een mogelijke verbeterde versie (de Advanced Camera), die wellicht in 1999 geïnstalleerd kan worden. Ook is een service missie gepland omstreeks 1996, waarbij eveneens minstens één nieuw instrument wordt ingebracht in de HST.

In de tweede plaats moet worden opgemerkt dat een groot deel van de uit te voeren werkzaamheden van een aard zijn die bij een dergelijk gecompliceerd apparaat als HST te verwachten zijn. Alhoewel de HST is ontworpen voor een levensduur van minstens 15 jaar, is vanaf het begin duidelijk geweest dat een regelmatig onderhoud noodzakelijk zou zijn en oorspronkelijk heeft men zelfs met de gedachte gespeeld de HST na een jaar of tien met de Shuttle naar de aarde terug te brengen voor groot onderhoud, om hem vervolgens weer in de ruimte terug te brengen. Men acht de risico's van een dergelijke operatie nu te groot.

In de afgelopen vier jaar ben ik driemaal betrokken geweest bij de commissie, die elk jaar de wetenschappelijke voorstellen voor de HST heeft beoordeeld. Ondanks de ernstige fout van de verkeerde vorm van de primaire spiegel is men, ook in Nederland, in staat geweest zeer fundamentele en opzienbarende waarnemingen te doen, die van groot belang zijn voor de studie van het heelal. Het zou dan ook onjuist zijn de indruk te wekken, dat de HST tot nu toe een mislukking is geweest.