Pas op: migrerende bizons

Where the Buffalo Roam. Door Anne Mathews. 193 blz., Grove Press, 1992, ƒ 44,70. ISBN 0-8021-1408-3

Ook Amerikanen houden zich tegenwoordig bezig met "nieuwe natuur'. Daarbij wordt op passend grote schaal gedacht. Bijvoorbeeld door Frank en Deborah Popper, twee planologen van Rutgers University, New York. Zij betogen dat het gebied van de Great Plains, de brede band van voormalig prairie-land in het midden van de Verenigde Staten, er demografisch en economisch zeer slecht voor staat. Tegelijkertijd slokt de landbouw, die daar grote ecologische schade aanricht, gigantische subsidies op. Waarom zou men niet een punt zetten achter de landbouw? Het gebied kan zich dan herstellen tot zijn oorspronkelijke staat - uitgestrekt grasland met enorme bizon-kuddes.

Van Dakota tot Texas, en van Wyoming tot Nebraska wezen de Poppers gebieden aan die zich lenen om samen de Buffalo Commons te vormen, ofwel Bizon-gemeenschapsgronden. Verdeeld over tien staten beslaan die tegen de 400.000 vierkante kilometer.

In de zomer van 1990 besteedde The New York Times Magazine aandacht aan dit idee. Het maakte in het hele land ongekende discussie los. Op de Plains zelf riep het plan fel protest op. De Poppers gingen op toernee door vijandig gebied om hun plannen toe te lichten. Anne Matthews, de schrijfster van het artikel dat alles in gang zette, reisde met hen mee. In "Where The Buffalo Roam' beschrijft zij het verloop van de contacten tussen de twee planologen - joodse intellectuelen met een achtergrond in de Bronx - en de al vele generaties op onmogelijk land doorploeterende boeren.

Rare gezichten

Matthews doet dat met een scherp oog voor detail. Frank Popper gaat met zijn levendige humor en zelfspot regelmatig de fout in, en trekt terwijl hij spreekt rare gezichten. Ook Deborah Popper is niet altijd even bekwaam in de omgang met een vijandig gehoor. De statistieken - de ontvolking, de dreigende uitputting van de grondwater-voorraad - moeten voor zich spreken, vindt zij. Zo zijn de perioden van langdurige droogte, die steeds opnieuw als "tijdelijke tegenslag' gezien worden, structureel. Eigenlijk bleek al meteen na de eerste land rushes bij het nemen van "the Last Frontier' dat het land niet geschikt was voor landbouw. Men heeft alleen koppig volgehouden.

Op sommige stops in de toernee komen die argumenten inderdaad over. Dan valt het geschreeuw in de zaal weg, om plaats te maken voor een verslagen stilte. Inderdaad - de jongeren trekken weg naar de stad, de erosie breidt zich uit. Een enkeling vertrouwt de Poppers toe dat het eigenlijk ook geen leven is , temidden van de gekmakende leegte en stofstormen. Maar veel inwoners van bijna leeggelopen dorpen, waar verkeerslichten in verlaten straten hun werk doen, volharden uiteindelijk in hun over-mijn-lijk houding ten aanzien van de Buffalo Commons. Ze zijn trots op de opoffering en harde strijd van hun voorouders. Ook zijzelf hebben tegenslag altijd overwonnen, en met hard werken zal alles eens goed komen.

De slinkende bevolking van de voor het bizon-plan aangwezen gebieden telt nu nog zo'n 400.000 mensen. Volgens de planologen hoeven die niet weg: zij vinden wel werk in het toerisme, wanneer busladingen Europeanen langskomen. En Denver en Dallas hoeven niet ontruimd.

De indianen - buitengewoon correct spreekt Matthews van "Native Americans' - omarmen het plan. Ze staan al klaar om de nieuwe natuurgebieden te claimen. Biologen en natuurbeschermers stellen zich wat voorzichtiger op, gewend als ze zijn aan het voeren van achterhoedegevechten in plaats van de aanval.

Weidse vlakten

De overige Amerikanen zijn kleurrijk verdeeld, zoals blijkt uit de volle postzakken die dagelijks bij de Poppers in New York worden afgeleverd. Er wordt volop gescholden op de plannenmakers - als ze een natuurreservaat willen, moeten ze New York maar ontruimen. Maar veel briefschrijfers zijn enthousiast over de gedachte aan weidse vlakten met galopperende bizons. Dat symbool van het Wilde Westen moet worden hersteld. Een briefschrijver uit Connecticut is heel concreet in zijn reactie. Hij vraagt: "What do you recommend as a good warm bran mash for yearling buffalo? What do you feed yours?'

Matthews schrijft het allemaal vaardig aan elkaar. Op de beste momenten combineert zij literaire sfeerbeschrijvingen met een gestroomlijnde weergave van feitenmateriaal en statistieken. Lezen van haar boek is balanceren. Is de lezer getuige van het prille begin van een idee dat het aanzien van een continent zal veranderen, of kijkt hij naar een charmant ballonnetje van "wishful thinking' dat snel zal zijn doorgeprikt? Als het er nou allemaal toch eens van kwam - het zou de ooit bijna uitgestorven Bison americanus goed uitkomen. Ooit teruggevallen in aantal van zestig miljoen tot vijftig dieren en vervolgens in nationale parken weer wat opgekrabbeld, verdient hij eerherstel.

Frank Popper is in ieder geval optimistisch. Tijdens een saaie auto-rit over de kale vlakten bepaalt hij, bevlogen fantaserend, alvast welke filmacteur later zijn rol zal mogen spelen. Ook ziet hij al voor zich hoe er over dertig jaar alweer honderdduizenden bizons rondzwerven, die hun oude migratie-patronen weer hebben opgepakt. Voor het verkeer op de autowegen hoeft dat volgens hem geen gevaar op te leveren. Massale verplaatsingen van de dieren kunnen via speciale radio-bulletins doorgegeven worden, zoals nu met zware regen- of sneeuwval gebeurt. Zo kunnen automobilisten de ooit beruchte "stampedes' ontwijken.