Laatste strandstoelen op Miami beach

De stranden van Zuid-Florida dreigen in de golven te verdwijnen. Na een reeks hevige winterstormen zagen tientallen villabewoners en verschillende hoteleigenaren op Jupiter Island, ruim 100 kilometer ten noorden van Miami, hun bezit in zee storten nadat de zee het zand van onder de betonnen funderingen had weggeslagen.

Ook grote stukken zandstrand zijn weggespoeld. Sommige populaire vakantiestranden zijn nog maar een rij ligstoelen breed. (The Economist, 18 december.)

In het verleden placht men dit probleem te ondervangen door zandsuppleties, waarbij het zand een eind uit de kust werd opgezogen. Dit zand is nu op. De kale rotsbodem is in zicht gekomen, Zuid-Florida kampt met een ernstig zandtekort. Voor een staat die zozeer op toerisme drijft, dreigt een economische ramp van de eerste orde.

Oorspronkelijk vernieuwden de stranden zichzelf van nature, doordat weggespoeld zand door de zee zelf weer werd aangevuld via zeestromen uit noordelijker richtingen, die de Golfstroom compenseren. Het is de mens die een spaak in het wiel heeft gestoken. Door havens en inhammen, pieren en strekdammen langs de dichtbebouwde kust raken de oorspronkelijke zuidwaarste zandstromen geblokkeerd en sindsdien worden de stranden elk jaar smaller. Tien jaar geleden nog werd Miami Beach voor 16 miljoen dollar opnieuw opgespoten. Inmiddels is dat zand al weer bijna verdwenen en voor 1994 was een nieuwe zandsuppletie gepland. Tot hun afgrijzen ontdekten de ingenieurs dat geen zand meer voorhanden is. Rond de eeuwwisseling zitten de toeristen op Florida wellicht zonder strand.

Een oplossing wordt gezocht in zandsuppleties vanaf de nabije Bahama eilanden, zo'n 75 kilometer uit de kust. Dit zand, dat geen kwarts maar aragoniet bevat, schijnt tamelijk stevig en erosiebestendig te zijn. Zo stevig zelfs dat het, flink aangestampt, zo hard wordt als beton. Voor de zeeschildpadden die in Florida hun eieren in het zand ingraven geen aangenaam vooruitzicht.