Israel en Vaticaan knopen betrekkingen aan

ROME, 30 DEC. Met het akkoord tussen het Vaticaan en Israel veroordeelt de katholieke kerk haar eigen verleden.

Eeuwenlang heeft de katholieke kerk joden beschouwd als de moordenaars van Christus. Kerkleiders wakkerden bewust het antisemitisme aan. De Vaticaanse diplomatie probeerde aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de vorming van Israel tegen te houden. Opeenvolgende pausen namen het woord Israel niet in hun mond en praatten over het "heilig land'. Beroemd is de adressering van het bedanktelegram dat paus Paulus VI na een bliksembezoek aan Israel stuurde: "President Shazar, Tel Aviv'.

Nu heeft de Heilige Stoel, als laatste land in Europa, besloten Israel officieel te erkennen. De uitwisseling van persoonlijke gezanten, van de paus en van de Israelische president, zal waarschijnlijk binnen een paar maanden worden gevolgd door de benoeming van ambassadeurs over en weer. En in artikel twee van het akkoord staat dat de Heilige Stoel deze gelegenheid aangrijpt om het antisemitisme in al zijn vormen te veroordelen.

Binnen het Vaticaan wordt gedaan alsof het akkoord eigenlijk niets bijzonders is. De pauselijke woordvoerder, Joaquin Navarro Valls, heeft gezegd dat het de formalisering is van een de facto erkenning van Israel. Hij spreekt ook van een eerste stap, een verwijzing naar het feit dat nog geen akkoord is bereikt over de status van Jeruzalem. Feit is dat de katholieke kerk heel lang heeft geaarzeld alvorens deze formele stap te zetten.

Het conflict tussen joden en katholieken is bijna net zo oud als de katholieke kerk zelf. In de eerste en tweede eeuw hadden joden en katholieken vaak even hard te lijden onder godsdienstvervolging. Maar toen het christendom in de vierde eeuw de dominerende godsdienst werd in het Romeinse rijk, zorgden de kerkvaders ervoor dat de joden op religieus gebied naar het tweede plan werden verbannen. Eeuwenlang heeft de katholieke kerk een leidende rol gespeeld in het antisemitisme. Een dieptepunt was de verbanning van de joden uit het katholieke Spanje, in de vijftiende eeuw.

Theologie en politiek liepen hierbij door elkaar heen. In de poging van de pausen om geestelijke en wereldlijke macht met elkaar te combineren was iedere aanspraak op een ander geloof bijna staatsgevaarlijk. Theologisch gezien waren de joden de moordenaars van Christus en een volk dat Christus niet als God erkent. Paus Pius X zei in 1904: “Wij kunnen de zionistische beweging niet steunen. De joden hebben onze Heer niet erkend, en daarom kunnen wij het joodse volk niet erkennen. Het joodse geloof is de basis onder het onze, maar het is vervangen door het onderricht van Christus.” Aan het eind van de Tweede Wereldoorlog probeerde het Vaticaan, dat het grootste deel van de tijd zwijgend en roerloos heeft toegekeken bij de holocaust, de vorming van de staat Israel te voorkomen.

De toenadering begon met een theologische dooi. In 1964 publiceerde het Tweede Vaticaanse Concilie een voor de katholieke kerk baanbrekend document, Nostra aetate, waarin de doctrine werd ingetrokken dat de joden collectief schuld hebben aan de dood van Christus. De liturgie werd gezuiverd van frasen die beledigend zijn voor joden.

Langzaam, heel langzaam ging het Vaticaan zeggen dat er geen theologische belemmeringen meer waren voor erkenning van Israel. Als praktische belemmering werd nog wel het dispuut over de grenzen van Israel opgevoerd, maar dat was een gelegenheidsargument. Bij de erkenning van andere landen hebben omstreden grenzen geen rol gespeeld.

In het conflict tussen Israel en de Arabische wereld is het Vaticaan altijd meer pro-Arabisch geweest. De katholieke gemeenschap in Israel bestaat voornamelijk uit Arabieren, en in een aantal Arabische landen vormen orthodox-katholieke kerken, waarvan vele het gezag van Rome erkennen, belangrijke minderheden. Het Vaticaan heeft steeds willen voorkomen dat het deze orthodox-katholieken van zich zou vervreemden door een opstelling die als pro-Israelisch kan worden uitgelegd.

Onder paus Johannes Paulus II is de toenadering versneld. Hij bracht in april 1986 een baanbrekend bezoek aan de synagoge in Rome en zei bij die gelegenheid dat de joden “onze oudere broers” zijn. Bij andere gelegenheden heeft hij gezegd dat een van zijn dromen een bezoek aan Jeruzalem is - de enige paus vóór hem die de stad heeft bezocht, is paus Paulus VI.

Maar veel meer dan de persoonlijke inspanningen van Johannes Paulus heeft de versnelling in het vredesproces in het Midden-Oosten een rol gespeeld. Daardoor zijn een aantal van de politieke bezwaren van het Vaticaan weggenomen. Er komt een stukje Realpolitik bij. Het Vaticaan maakt zich sterk voor internationale garanties voor Jeruzalem. Het onderwerp Jeruzalem wordt zorgvuldig vermeden in het akkoord dat vandaag wordt ondertekend. Maar wil de katholieke kerk daarover meepraten, dan kan zij niet om de erkenning van Israel heen.