Interactieve anatomie

In W&O van 9 dec. jl. schreef Wim Köhler een goed artikel over "Elseviers Interactieve Anatomische Atlas' van prof. Hillen. Het is interessant te vernemen hoe de computer ook in de morfologie zijn functie heeft. Toch zou ik graag een kanttekening willen maken betreffende het aspect detaillering.

Ten eerste schrijft Köhler dat er van iedere tiende millimeter weefsel een beeld is vastgelegd, wat op papier nooit kan. Uiteraard kan dat op papier wel, maar het zou een dik boek opleveren: een aantal van 1200 doorsneden, overeenkomend met 1200 maal de dikte van 0,1 mm over een afstand van 12 cm zou, op ware grootte afgebeeld, 600 pagina's vragen.

Iets anders is de fijnheid van detaillering, de resolutie, die in de "oude' afbeeldingstechnieken zoals de lithografie samenhangt met het "raster'. Pixels van 150 micrometer zijn niet fijner dan een raster van 70 lijnen per cm, dat in de kunstdruk wordt gebruikt; 80 lijnen per cm is ook nog goed mogelijk en dus nog fijner.

Wat echter bij de kwestie detaillering nog het belangrijkste is, is het uitgangsmateriaal: de video-opname van de vriescoupes. Zelf heb ik bij de vakgroep Anatomie en Embryologie te Nijmegen veel met macroscopische en microscopische coupes gewerkt, als basis voor zowel illustraties als ruimtelijke reconstructies. De ervaring heeft mij geleerd dat een foto van een preparaat wel de grove anatomie goed demonsteert, maar juist betreffende de fijnere details vaagheden oplevert. Met videobeelden zal dat eerder meer dan minder het geval zijn. Wij hebben indertijd dat probleem opgelost door van elke doorsnede een lijntekening te maken, waarin interpretaties zijn verwerkt, die voortkwamen uit onderzoek van het gebruikte materiaal. Alleen op grond van dat geïnterpreteerde beeld konden ruimtelijke reconstructies worden gemaakt, waarin ook de fijnere structuren duidelijk waren, zoals kleinere vaten en zenuwen, die juist voor chirurgen zo belangrijk kunnen zijn. Bovendien kunnen alle weefsels worden afgebeeld.

Samenvattend kan ik zeggen dat de CD-Idoor zijn interactieve functie op het terrein van de morfologie nieuwe gebruiksmogelijkheden biedt, maar dat hij in beeldkwaliteit en detaillering de klassieke illustratie niet overtreft of zelfs maar vervangt.