Het handboek dat tot politiek verval leidde; Hoe de christen-democraten in Italië ten onder gingen

ROME, 30 DEC. Een van de mensen die het meest worden geassocieerd met het verval van de Italiaanse politiek en van de christen-democratische partij (DC) in het bijzonder, is Massimiliano Cencelli. Hij is 57 jaar en heeft heel zijn leven op de achtergrond gewerkt, aan de rand van de schijnwerpers, als secondant in de politieke intriges. Maar terwijl de politici voor wie hij persoonlijk secretaris is geweest, langzaam onder het stof van de geschiedenis verdwijnen, leeft zijn naam voort, als de man achter het vermaledijde manuale Cencelli, het handboek voor de verdeling van politieke functies.

“Dit handboek is gestigmatiseerd als een van de belangrijkste oorzaken van wat er verkeerd is gegaan binnen de DC,” vertelt Cencelli. “Maar ik heb alleen maar een formule opgesteld, en de anderen hebben hem verkeerd toegepast. Je kan niet de schuld geven aan de auteur.” Hij is nu secretaris van senator Mazzola, vice-franctievoorzitter van de DC in de Senaat, en heeft een kantoortje in Prati, de Romeinse wijk van de gegoede middenstand, niet zo ver van het Vaticaan. Aan de muur heeft hij politieke spotprenten opgehangen: Cencelli vindt de verwijten vervelend, maar dat wordt meer dan gecompenseerd door de aandacht. Enthousiast doet hij dan ook zijn verhaal.

Wat in de wandeling manuale Cencelli wordt genoemd, is een formule om uit te rekenen hoeveel posten de verschillende stromingen binnen de partij zouden kunnen krijgen. “Simpel gezegd: op basis van de stemmen in het congres rekende ik uit op hoeveel ministers en staatssecretarissen iedere corrente (stroming) van de DC aanspraak kon maken,” zegt Cencelli. “Hetzelfde criterium werd automatisch toegepast voor de verdeling van functies binnen de partij.”

Het manuale Cencelli is geboren in de zomer van 1968, na het besluit van de christen-democratische partij om de posten volgens een systeem van evenredige vertegenwoordiging te verdelen. IJkpunt was het aantal partijleden dat een bepaalde stroming meebracht naar het partijcongres. Achteraf gezien was dat een slecht besluit, zegt Cencelli. “Jarenlang ging je binnen de DC niet op basis van het pakket leden naar het kabinet maar op basis van intelligentie en beschaving. Daarna, met het systeem van evenredige vertegenwoordiging, is de DC een soort naamloze vennootschap geworden. Het is duidelijk dat het systeem van evenredige vertegenwoordiging mensen aan de macht heeft gebracht die daar niet thuishoorden, maar die daar alleen maar zijn gekomen door het pakket leden dat ze hadden. Met 100.000 leden had je als stroming recht op een minister en een staatssecretaris.”

Maar als secretaris van Adolfo Sarti, een prominente christen-democraat die toen staatssecretaris van toerisme was, kon Cencelli niet onder deze nieuwe realiteit uit. “Sarti zei dat onze stroming recht had op tien procent van de functies, zowel in het kabinet als binnen de partij,” herinnert Cencelli zich. “En toen heb ik daarvoor een formule opgesteld. Eerst was het een wilde strijd om de posten, maar die heb ik gecodificeerd. Het was het ei van Columbus.”

De formules waren ingewikkeld. Machtige ministeries als dat van binnenlandse zaken en defensie wogen twee keer zo zwaar als dat van toerisme of (later) cultuur, al is het gewicht van ministeries in de loop der jaren veranderd door overheveling van functies naar de regio. Een post als partijsecretaris was zeker zoveel waard als die van gewoon minister. Administratief secretaris, de man die verantwoordelijk is voor de partijfinanciën, is jarenlang een fel-begeerde positie geweest - nu wil niemand die meer.

Uit het ei van Columbus is een gedrocht gekropen. “De regels zijn helemaal uit de hand gelopen,” erkent Cencelli. Een gevolg was dat zowel in het kabinet als binnen de partij steeds nieuwe functies moesten worden geschapen. “Iedereen moest tevreden worden gesteld en daarom kwamen er binnen de partij steeds nieuwe afdelingen bij, met secretarissen en ondersecretarissen. Om de post enig gewicht te geven werden er twintig, dertig mensen onder een afdelingshoofd gezet, al was dat vaak helemaal niet nodig.”

Dat is een van de oorzaken voor de enorme groei van het partij-apparaat en van de kosten daarvan. Maar er is nog meer fout gegaan. “Het manuale Cencelli is ook toegepast voor zaken waar het niet voor was bedoeld, voor de publieke economie en zelfs voor de verdeling van de lagere functies binnen de ministeries,” aldus Cencelli. Vooral bij de tientallen staatsbedrijven heeft dat rampzalige gevolgen gehad. Topfuncties werden verdeeld op basis van politieke contacten en nietop basis van ervaring en kwaliteiten als manager of ondernemer. “Zo zijn er mensen aan de macht zijn gekomen die daarvoor noch de mogelijkheid noch de kwaliteiten hadden,” zegt Cencelli.

Met instemming constateert hij dat zijn speelruimte als leider van een partij-in-crisis heeft gebruikt om het systeem van de partijlidmaatschappen af te schaffen. “Het systeem binnen de partij moest worden veranderd,” zegt Cencelli. “Nu wordt er gezocht naar mensen voor het kabinet en voor de partij die hun vak kennen.”

“De mensen die de afgelopen dertig jaar de partij en het land hebben geleid, moeten rustig en op hun gemak opstappen om plaats te maken voor jongeren. De oude machthebbers moeten beseffen dat hun tijd voorbij is. Helaas willen velen van hen niet wijken, en dat geeft de problemen die we nu hebben.”

Heeft dan ook zijn uur geslagen? “Ik heb me steeds buiten de politiek gehouden. Ze hebben me een plaats in de gemeenteraad aangeboden, een plaats als gedeputeerde. Maar dat hoef ik niet. Ik heb steeds gedaan wat ik leuk vond,” zegt Cencelli. Het resultaat hangt aan de muur: tientallen militaire wapenschilden, van de eenheden die hij heeft bezocht met Sarti (oud-minister van defensie) en Mazzola (oud-staatssecretaris van defensie). “Die schildjes zijn een oude Engelse traditie. Als de commandant het schip verliet, gaven ze het embleem van het schip aan de commandant. Gaandeweg hebben alle onderdelen ter wereld hunn eigen schild gemaakt, en bij ieder bezoek kregen we het embleem van hun onderdeel.” Vol trots wijst hij op een schildje waarvan er volgens hem maar één in Italië is. “Dat schildje, van zilver, heeft Koeweit gegeven aan Amerikaanse bevelhebbers toen die na de Golfoorlog Koeweit hebben verlaten. Ik heb het gestolen.” Hoe? Luid gelach.

De ernst keert terug als ik vraag of hij ooit heeft overwogen uit de partij te stappen. “Mijn hele leven is aan de partij gewijd,” zegt hij. Cencelli komt uit een oer-katholiek milieu. Zijn vader was chauffeur van paus Pius XII, hijzelf heeft een blauwe maandag gewerkt bij de Osservatore Romano, en sinds 1959 is hij particulier secretaris van chirsten-democratische bewindslieden. “Dat mijn formule verkeerd is toegepast is niet mijn schuld”, herhaalt hij nog een keer. “Ik ben niet verantwoordelijk voor het slechte imago van de partij”