Havana's; De kroonprins onder de sigaren; Een havana wil verleid worden

Hij opent deuren, vervangt bloemen en dollars en maakt lippen los. Maar zijn onvergetelijke stank maakt hem zelden populair. Je gaat ervan naar dode vogels ruiken, de geur trekt onverbiddelijk in gordijnen en kleren.

Van hem en van de rituelen om hem heen kunnen genieten is een kwestie van opvoeding en beschaving. De wereld kan vergaan maar met een havana ben je nooit alleen.

Ik rook uitsluitend havana's. Zoals er mensen zijn die niets anders drinken dan bourgogne of zweren bij één merk ijs. Dat heeft niets met snobisme te maken en alles met het feit dat ik niet kan inhaleren. Ik rook voor de smaak, voor het genot van de handeling, ter vervolmaking van een moment en vooral als troost. Een havana opsteken is geen staaf nicotine aan je mond zetten, maar een ritueel. Een gewone sigaar is voor rokers die van de sigaret afwillen. Er zijn buitengewoon goed gemaakte sigaren op de markt die niet uit Cuba komen, daar niet van. Maar mij zult u die niet zien roken.

Zelfs de edelste soorten uit de Dominicaanse Republiek, Nicaragua, de Filippijnen of Brazilië halen het niet bij het aroma, de perfecte ligging tussen de vingers, het welhaast nog levende buitenblad van een exemplaar uit de Vuelta Abajo, waar de mooiste havana-plantages zich bevinden.

Hoe word je havana-adept? Als je het kunt betalen, hoor ik de tuitknak-rokers al mompelen. Als je filmproducent bent of met onroerend goed je geld verdient. Als je een status-probleem hebt. Onzin. Om te beginnen duurt het enige tijd voordat je systeem aan het geweld van een Cubaan is gewend, voordat je geen blaasjes in je mond krijgt en niet duizelig van tafel stapt na een paar trekken. Hoe vaak heb ik mijn gasten na een eenvoudig maar stevig maal niet enthousiast uit mijn humidor laten kiezen? Om ze na een paar minuten roken het kleinood beleefd in de asbak of in de bloempot te zien deponeren, alsof zojuist een glas boerengrappa van 80 procent in één teug naar binnen is geklokt? Het is met havana's net als met free jazz en modern ballet: een kwestie van opvoeding.

Zelf ben ik tegen alle verwachtingen in aan de sigaar geraakt. Ik was met drie andere verslaggevers en een Franse fotograaf buiten Beiroet door een stel tot de tanden bewapende jongens aangehouden. Zij zochten een Israëlische spion. Hoewel een van de fotografen Daniel Simon heette werd ik als de meest waarschijnlijke verdachte geselecteerd om vervolgens aan een schijnexecutie te worden onderworpen. Geen lolletje. Toen we weer alleen waren haalde de fotograaf een varkenslederen etui uit zijn vest en bood mij een Romeo y Julieta aan. Ik zei dat ik nog nooit een sigaar had aangeraakt, maar hij duwde me op een sinaasappelkist en dwong me te roken. Om bij te komen. Sindsdien is een havana voor mij het symbool van troost. Ik ga nooit meer op reis zonder een kleine reserve, die ik bewaar voor de meest extreme momenten. De wereld kan vergaan, maar met een havana ben je nooit alleen, ben je onaantastbaar, ja, onsterfelijk. Romantisch? Misschien, maar ook nuttig. Ik ben dank zij havana's veel vrienden rijker geworden.

Sigaren hebben deuren geopend, bloemen en dollars vervangen, lippen losgemaakt en onvergetelijke reuk achtergelaten. Want stinken doen die dingen voor de niet-gebruikers jammer genoeg wel. Niet tijdens, maar na het roken laten zij sporen na die te vergelijken zijn met die van de goedkope, sterke parfum van de verkeerde courtisanes. Niet voor niets wordt de havana-roker gediscrimineerd, in vliegtuigen, vergaderzalen en zelfs in restaurants.

Een paar jaar geleden dineerde ik met een Franse regisseur in een Newyorks restaurant, waar wij een tafel hadden genomen die diep in de rokerssectie verborgen lag. Bij de koffie staken wij een niet eens zo opdringerige en verbazingwekkend goedkope Quintero Londres op. Nog geen drie trekken later kregen wij via de ober een briefje van een van de gasten die meters verderop met zijn gezin zat te eten. Of wij zo vriendelijk wilden zijn hem ons diner te laten betalen. In ruil daarvoor moesten we onmiddellijk vertrekken. We gingen. Voor die prijs konden we een hele nieuwe kist kopen, zij het niet in Amerika, waar Cubaanse sigaren nog steeds taboe zijn vanwege de handelsboycot richting Castro.

Havana's maken zelden populair. Daarom is de havana-roker een eenzaam mens, die slechts zelden in een auto of een particulier huis op zijn gemak kan genieten. Zelfs gewone rokers trekken een vies gezicht. Vrouwen zijn alleen dan tolerant als zij een vader of grootvader missen die ook havana's rookte. Over het algemeen vinden zij een sigaar walgelijk. De geur trekt in de gordijnen, een salon heeft de volgende dag meer weg van een stationswachtkamer, de roker in kwestie ruikt naar dode vogels en de pakken waarin hij in zijn eentje genoot komen nog immer stinkend van de stomerij. Een havana rook je maar het best in een besloten ruimte, in besloten kring, of, mooier nog, alleen.

Een humidor die open gaat en waaruit de vochtige dampen van exquise tabakken opstijgen is net zoiets als het ruiken aan een honingvijg of de eerste slok van een grand cru. Ik weet niet waarom havana's zo vaak worden vereenzelvigd met patsers en proleten. Er is heel veel beschaving nodig om een havana te begrijpen. Havana's roken is een kunst, die je niet zomaar machtig bent. Een kunst waar omheen zich tal van mythen hebben gevormd, of het nu het opsteken betreft of het opslaan.

Een havana kun je het best zonder lubmolen prepareren. Gouden koffietafel-attributen die een keurig v-tje in je sigaar knippen zijn al even overbodig als de scheermesjes die je havana recht scalperen. Een havana neem je in de mond en bevochtig je licht. Met de tong voelt de ervaren roker waar de naad loopt van het kapje dat door de sigarenmaker over het uiteinde wordt gewikkeld. Het is een kwestie van subtiel rond het naadje knabbelen en je hebt de sigaar op de juiste kier staan. Natuurlijk voel je vervolgens nog de lichte rafels, maar dat geeft nu juist de nodige band tussen de roker en de sigaar. Het is een natuurprodukt dat je met respect, met égards, maar niet soft moet behandelen. Ronduit belachelijk is het extreme macho-gedrag dat deze en gene zich nog wel eens veroorlooft door gewoon zijn tanden in de sigaar te zetten om het kapje vervolgens uit te spugen. Dat is geen verleiden, maar aanranden.

Voor het aansteken bestaat maar een regel: gebruik geen kaars en geen aansteker die op benzine werkt. Cederhout mag, maar wordt toch gezien als gemaniëreerd. Een havana moet je even opwarmen, niet aanvallen met vuur. De eerste lucifer gebruik je om hem wakker te maken, de tweede en eventueel derde om hem langzaam aan te krijgen. Vervolgens wordt met regelmaat, zacht maar dwingend getrokken. Het is jammer als hij uitgaat, maar het is geen ramp wanneer je hem tenminste weer snel aansteekt. Het mooiste is vervolgens het geconcentreerd opbouwen van een witgrijze kegel. De havana is de enige sigaar waarmee je een kegel van enkele centimeters kunt bouwen, terwijl je hem voorzichtig door je vingers laat rollen. Het bandje haal je er volgens de Cubaanse dichter César Lopez pas na vijf, zes trekjes af. Dan heeft iedereen tijd gehad te zien wat je rookt en respecteer je de etiquette.

Een havana roken is een spel met gevoel. Wat je terugkrijgt als je het goed speelt is perfecte smaak, op temperatuur gebracht aroma dat ook zonder digestif de papillen bevredigt. Een slecht bespeelde havana neemt direct wraak. Hij wordt scherp, onaangenaam, agressief en onrookbaar.

Ook over het bewaren van havana's bestaan misverstanden. De handel biedt peperdure humidors (duizend gulden voor een doos met hygrometer en vaak slechte bevochtiger is niets), terwijl een goed sluitende, houten doos met namaak mos wonderen doet. Een aangebroken kist havana's laat zich ook goed bewaren in de groentela van de ijskast of in een vochtige kelder. Het beste is om in een vochtig land te leven, waar de sigaren vanzelf soepel en kneedbaar blijven, zoals op Cuba. Vanzelfsprekend zijn de sigaren daar ook het goedkoopst. Een dollar voor een mooie Montecristo, de helft voor een Partagas, Punch, Romeo y Julieta. Op de zwarte markt worden Cohiba's aangeboden voor vijf in plaats van vijfenveertig gulden per stuk, maar de kans is groot dat alleen het bandje echt is. De staatswinkels bieden de garantie dat je koopt wat er op de kist staat. Mooi is om in een dergelijke winkel je eigen bandjes te laten maken, met initialen, familiewapen of afbeelding van het buiten dat je bezit. Ook is het mogelijk sigaren te laten rollen volgens je eigen smaak.

Meer of minder donker dekblad en variëteiten voor het binnenwerk. Zelf prefereer ik een Claro Claro, het lichtste dekblad. Vooral voor overdag zijn de wat minder overdonderende soorten aan te bevelen. Een goede gastheer heeft dan ook verschillende humidors, waaruit hij naar gelang het moment kan putten.

Een sigarenkelder opbouwen is niet alleen een kwestie van geld, maar ook van ervaring. Behalve op Cuba kun je sigaren het best op de luchthaven van Dubai en op die van Madrid kopen. Spanje ruilt met Cuba sigaren tegen machines, waardoor er een betrekkelijk matige prijs voor gevraagd kan worden. In het voormalige Oostblok wordt al even wild gehandeld met valse havana's als met namaak-kaviaar, dus is het af te raden daar toe te slaan. In ons land overtreft niemand het elegante begrip voor de havana van de firma Hajenius in Amsterdam. Alleen daar wordt door het personeel nog aan een klein tafeltje thee met een speculaasje genuttigd tussen de verkoop van twee kisten petit coronas. Een havana-winkel is immers geen sigarenzaak. Met begrip voor de portemonee van de liefhebber biedt Hajenius bovendien de mooiste havana's per stuk aan, zodat je in alle redelijkheid de kans krijgt een eigen smaak te ontwikkelen. Daarbij spelen formaat, kracht, maar ook prijs een belangrijke rol.

Mijn verzameling draait om de banderolloze Hoyo de Monterrey, met de nadruk op de wat kleinere modellen (du Prefet, du Prince) en de Partagas, Serie du Connaisseur. De steeds zeldzamer wordende Cubaanse erfenis van Davidoff is en blijft schitterend, met name de Châteaux, terwijl ook een vers gerolde jonge sigaar, direct uit Cuba, voortreffelijk is. Die heeft iets rauws, letterlijk wilds, dat een sombere dag weer helemaal "crispy' kan maken. Wie naar Cuba gaat moet de gekronkelde, drie aan drie in elkaar gevlochten havana's proberen, die de arbeiders op de plantages krijgen als toeslag op hun loon. De vorm helpt de opzichters te controleren of de werknemers inderdaad alleen de voor hen bestemde sigaren roken. Zo proberen de autoriteiten de zwarte handel tegen te gaan. Het is een havana die je buiten moet roken, tijdens een wandeling. Ik vind de Cohiba Lanceros nog steeds de mooiste havana, maar hij is onbetaalbaar. Ook de Robustos van Cohiba en de Nr. 2 Especiales van Montecristo vormen onvergetelijke, maar dure ervaringen en behoren tot de "musts' van een kelder.

De grootste ramp die de havana's de afgelopen jaren heeft getroffen was niet de zo gevreesde blauwe luis, die hele oogsten op Cuba heeft vernield en die de nachtmerrie vormt van eenieder die veel sigaren in een humidor heeft liggen, maar het spelletje dat Zino Davidoff, Monsieur Cigare, nu al geruime tijd speelt. Hij ruilde na een hooglopende ruzie over tabakskwaliteit Cuba in voor de Dominicaanse Republiek. Daar maakt hij sinds een paar jaar sigaren die lijken op zijn oude havana's, die dezelfde naam dragen en in eenzelfde prijsklasse worden aangeboden. Maar het zijn toch echt heel andere sigaren. De argeloze koper die de onverbeterlijke havana-liefhebber wil verrassen wordt door Davidoff opzettelijk om de tuin geleid. Dat is gênant voor de verkoper en voor de gulle gever, die slechts op een beleefd, maar niet gemeend bedankje kan rekenen. Als bezitter van exemplaren Davidoff uit de betere Cubaanse oogstjaren hoop ik dat de geruchten over Zino's terugkeer naar Cuba kloppen. Hij zou hiermee de fijnproever en zichzelf een groot plezier doen.