Handen af

“DE OORZAAK VAN de pest is de zonde en de oorzaak van de zonde is het theater”, zei men in de zeventiende eeuw in Engeland.

Met alle gevolgen van dien voor de vrijheid van meningsuiting. Minister Hirsch Ballin (justitie) heeft dit gedateerde recept uit de kast gehaald met betrekking tot de onveiligheid in Nederland. Hij riep op geweld op de televisie uit te bannen. De bewindsman geeft de voorkeur aan "zelfbeheersing' van de media, maar zegt zonodig aanscherping van hun "strafrechtelijke verantwoordelijkheid' niet te schuwen. Zijn vertrekpunt is een "macabere bijzonderheid' in de recente zaak-Bulger in Engeland, het geval van een peutertje dat op gruwelijke wijze werd gedood door twee jongetjes van tien jaar. In het ouderlijke huis van een van hen werd een uiterst kwalijke videofilm aangetroffen.

De remedie van de minister komt neer op censuur, een constitutioneel verdacht middel. De aanleiding is bovendien zeer gezocht. De Britse politie heeft verklaard dat zij geen verband heeft kunnen ontdekken tussen deze film en de misdaad, ja zelfs niet heeft kunnen vaststellen dat het betrokken jongetje de video heeft gezien. Dat maakt dit audiovisuele produkt - dat in Engeland vervolgens opdook in de al weinig minder gruwelijke marteldood van een zestienjarig meisje - er niet minder misselijkmakend om. Het suggereren van een oorzakelijk verband dat niet alleen wetenschappelijk omstreden is maar zelfs niet bruikbaar blijkt voor de direct betrokken opsporingsambtenaren, doet slechts afbreuk aan een op zichzelf noodzakelijk debat over een kwestie die niet alleen in Groot-Brittannië menige burger dwars zit.

WAT ER OP EEN doorsnee-kijkavond, al dan niet zappend, aan zinloos geweld over de beeldbuis trekt, is niet mis. Maar het gaat vooral om dat zappen, met name langs de vele buitenlandse kanalen die het moderne kabelnet biedt. De Nederlandse omroep houdt zich nog aardig in; per slot van rekening is dit het bestel waarin tot voor kort op grond van ethische overwegingen zelfs reclame op zondag taboe was. RTL4 en 5 vallen als “buitenlandse” zenders - mede door besluiteloosheid van het kabinet waarvan Hirsch Ballin deel uitmaakt - buiten de directe Nederlandse jurisdictie. Dat geldt helemaal voor de wereldzender MTV met zijn populaire videoclips waarin seksisme en agressiviteit niet worden geschuwd.

Een oproep tot bewuste mediaproduktie, en eens wat beter letten op wat de opgroeiende jeugd naar binnen krijgt, is niet overbodig. Dit gaat per definitie de portefeuille van de minister van justitie te buiten. Dat deze zijn ambt toch in geding brengt, doet vermoeden dat zijn aandacht niet louter uitgaat naar de tere kinderziel maar dat hij meer greep van de overheid op de media wenst. Per slot van rekening brak zijn departement eerder dit jaar al een lans voor intensievere publiciteit over rechtszittingen om de “morele verontwaardiging” over de criminaliteit beter over het voetlicht te brengen. De gedachten gaan onder meer uit naar “een uurtje justitieverslaggeving per week” op de lokale kabelnetten.

EEN DERGELIJKE wens oogt wellicht bescheiden, maar in werkelijkheid begeeft de justitie zich daarmee op gevaarlijk ijs. Het is in een pluriforme samenleving - zie de kerstboodschap van de koningin - niet de taak van de justitie zich op te werpen als zedenmeester maar om juridische beslissingen te nemen. Bij haar publicitaire beleid dient de justitie bovendien te waken tegen het aanwakkeren van onbestemde onveiligheidsgevoelens en stemmingmakerij. Door een eigen quotum in de media te claimen, hoe informeel ook, overschrijdt de justitie helemaal de grens van haar opdracht.

Het is geen staatstaak de media te programmeren. De grondwet geeft de vrijheid van meningsuiting aan de burger en niet aan de overheid.