Dubbel glas scheidt hoogmogenden van "ellende'

DRUTEN/GENNEP, 30 DEC. Burgemeester E. Berger van Gennep had voor de leden van de Kamercommissie van Verkeer en Waterstaat in de raadzaal van het stadhuis foto's opgehangen van de twee dagen eerder nog volledig overstroomde delen van zijn gemeente. “Anders gelooft u het misschien niet”, zoals hij zei. Een van zijn ambtenaren had zich vervolgens onder het motto “Wat er mis was met Kerstmis” tijdens zijn uiteenzetting over de voorbije rampspoed ontpopt als een heuse tonprater met carnaval: “U kunt nu alleen nog maar gaan kijken naar waterstaat, dus wat er staat”.

Dat waren overal in de straten bergen zand waarmee de inwoners gebroederlijk de zakken hadden staan vullen, veel slijk, de opgekrulde parketvloer in de sporthal (schade 2 miljoen gulden), de verschrompelde houten peuterspeelzaal (schade 500.000 gulden), de uiting van een grapjas op een bordje: “Dijk lekt” en de doorgebroken en fluks door soldaten weer gesloten Niersdijk.

Even fluks repten de Kamerleden zich door het stadje. Alsof nieuwe rampspoed hen op de hielen zat, zo spoedden ze zich in de plenzende regen voort. Lonkten thuis misschien de droogte en het reces of kwam het hoog water en deszelfs verwoestend vermogen hen langzamerhand de neus uit?

In Gennep waren weliswaar 2800 mensen geëvacueerd geweest, maar men moest zich in dit Noordlimburgse stadje echt niet te veel menen. Dat was de ondertoon geweest in Gelderland, waar de Kamerdelegatie 's ochtends een bezoek had gebracht aan de Maas- en Waaldijken. Bij het overschrijden per bus van de Gelders-Limburgse grens had de Gelderse gedeputeerde J. van Dijkhuizen nog een laatste duwtje trachten te geven aan de meningsvorming van de volksvertegenwoordigers. “Ik wil niemand bang maken, maar als bij ons de dijken waren doorgebroken, dan was het geen knieënwerk maar manshoog geweest”.

In het Polderhuis in Druten had dijkgraaf C.L. Beeken van het Poldersdistrict Groot Maas en Waal een paar uur eerder meteen maar alle registers opengetrokken. “We willen van uw bezoek profiteren om onze zorgen over de slechte toestand van de dijken kenbaar te maken.” Delen van het Land van Maas en Waal, zo schetste Beeken vervolgens, waren de afgelopen hoogwaterdagen aan een heuse ramp ontsnapt, waaronder Heerewaarden en de zak van Dreumel. “Als er hier iets gebeurt blijft het niet bij materiële schade. Snelle evacuatie is niet mogelijk. Een klip en klaar rampenplan valt niet te maken omdat je niet weet waar de dijk het zal begeven en je dus ook niet weet welke vluchtwegen je moet volgen”.

Daarna was er een tochtje geweest langs Heerewaarden en over een gammel Waaldijkje bij Wamel. Een en ander verontrustte voorzitter P. Biesheuvel van de Kamercommissie ten zeerste. Koukleumend op de Veerweg van Dreumel naar Tiel, waar woest water stroomde, hadden de Kamerleden gewillig gehoor gegeven aan een verzoek van de filmende en fotograferende pers om te poseren voor een “natte foto”. Daar had Biesheuvel gezegd: “Als je dit zo hoort en ziet dan slaat je inderdaad de schrik om het hart om wat er had kunnen gebeuren. De dijkversterking moet onverwijld worden doorgevoerd”.

Secretaris H.H. Kok van het polderdistrict: “Als u de dijken ziet, kan er gemakkelijk misverstand ontstaan. Ze zijn niet te laag, maar de stabiliteit en het weerstandsvermogen zijn ontoereikend. De tegendruk van het water was dezer dagen het gevaar. Ze zijn lek, kwel kolkt in de weiden achter de dijken. Vanmiddag in Gennep zult u de schade, wanhoop en ellende zien, dat beeld ziet u hier niet”, en het was bijna alsof hem dat speet. De eerste bewoner met wie de Kamerdelegatie een gesprek voerde was toen nog niet gesignaleerd.

In Gennep was het beeld niet veel anders. Tussen de daar voorspelde “schade, wanhoop en ellende” en de Kamerleden zaten twee ruiten: die van de bus en die van de ramen van de nog maar net van het water verloste woningen. Alsof er niets aan de hand was geweest, zaten bewoners al weer genoeglijk rond de verlichte boom om de opgelopen achterstand in kerstsfeer nog vlug even in te halen. Voor de bus met hoogmogenden was geen enkele belangstelling. Niemand die commissielid Eisma (D66) of mevrouw Roosen-Van Pelt (CDA) smekend om hulp aan de jas hing. Slechts een man die met een emmer door een straat liep wees met zijn vinger op zijn voorhoofd toen hij de bus zag.