Directeur Comprimo: Stork helpt ons risico's dragen

SCHIEDAM, 30 DEC. Scheidend directeur P. Koppenol van het grootste Nederlandse ingenieursbureau in de procesindustrie, Comprimo, heeft op de valreep nog een verrassing: toch een netto winst van 5 miljoen gulden over 1993 en een stapel mogelijkheden in het Verre Oosten.

Het lijken tegenstellingen: Comprimo kwam juist vorige week in het nieuws met problemen die er op neer kwamen dat door een groot verlies, vooral bij een project in het Verre Oosten, het eigen vermogen onder druk was komen te staan. Omdat aandeelhouders Shell en Ballast Nedam niet bereid bleken het eigen vermogen te versterken, werd het bedrijf overgedaan aan Stork, die al eenderde van de aandelen bezat.

“Er is onderhandeld op basis van kracht,” zegt Koppenol nu. “Er waren ook andere geïnteresseerden, zowel financiële als strategische.” Namen noemt hij niet. “Het past een bruid niet om na een bruiloft nog te spreken over vorige aanzoeken.” Koppenol geeft echter toe dat de vraag of Comprimo 'zelfstandig' met moest blijven of op zou gaan in een groter concern niet door hem, maar door de aandeelhouders is genomen. “Dat is een kwestie van aandeelhouders. Ik was daar niet bij.”

Koppenol zegt overigens zeer ingenomen te zijn met Stork. Internationale ingenieursbureaus als Comprimo moeten steeds meer risico's dragen en dan is een solvabele moeder een uitkomst. Vroeger schreven ingenieurs uren, nu is eenderde van het personeel van Comprimo bezig met projecten waar men zelf risico draagt: de zogenoemde turn key-projecten. Dat percentage ligt bij Comprimo veel hoger dan bij de andere, kleinere ingenieursbureaus. “Het is niet aan ons om te zeggen: we hebben liever geen turn key-projecten of juist wel. We moeten met de markt mee. De markt is mede onder Amerikaanse druk gaan vragen dat ingenieursbureaus zelf deelnemen in de risico's.”

Juist in dé groeimarkt van Comprimo, het Verre Oosten, worden veel risico's geëist. Dat ging vorig jaar in Maleisië mis. Bij een opdracht voor een laad- en lossteiger van circa 100 miljoen gulden in Port Dickson ging Comprimo onderuit. “Je hebt bij een project een aantal fasen waarin het mis kan gaan. Bij dit project ging mis wat er mis kon gaan.”

Liever wijst Koppenol op succesvolle turn key-projecten, zoals in 1986 toen het bedrijf dank zij een Zwitserse kerncentrale 18 miljoen gulden winst kon boeken. In het jaar van de strop in Maleisië dook Comprimo 25 miljoen gulden in het rood. Maleisië kan echter niet de hoofdreden zijn geweest van het verlies, want de ingenieurs hebben hun risico's wel aan banden gelegd: nooit hoeft meer dan tien procent van de contractsom te worden bijgepast.

Volgende week meldt Koppenol aan zijn personeel dat dit jaar na belastingen op een omzet van 440 miljoen gulden 5 miljoen gulden winst resteert 'behoudens onvoorziene omstandigheden'. Storkbestuurder en met ingang van het nieuwe jaar gedelegeerd commissaris bij Comprimo, prof.dr.ir. A.W. Veenman: “Dat is in deze tijd met de investeringsflauwte in West-Europa een prachtig resultaat.”

Koppenol: “Enkele jaren geleden was de chemische industrie nog goed voor tientallen procenten van onze orderportefeuille. In 1993 heeft de Westeuropese chemie ons geen enkele opdracht gegeven. Wij zijn in staat snel te diversificeren. Dat is onze grote kracht”. Veenman hoopt op meer winst in de komende jaren: “Bij kennisintensieve bedrijven als Comprimo hanteert Stork return on sale. Dat varieert bij ingenieursbureaus tussen de 2,25 en de 5 procent voor belastingen.” Voor Comprimo zou dat neerkomen tussen de 10 en 22 miljoen gulden.

Kansen ziet Koppenol in kernenergie. Terwijl in Nederland de zaken vrijwel stilliggen - alleen PINK, het programma voor het instandhouden van nucleaire kennis, genereert Comprimo uren - en in Kalkar miljarden guldens renteloos liggen te roesten, ziet Koppenol toch toekomst. “Er zal misschien nog een kabinet overheen gaan, maar als men echt naar een Europees energiebeleid wil, kan Nederland kernenergie niet negeren. In Frankrijk leveren kerncentrales 80 procent van de elektriciteitsvraag en in Nederland net vijf procent. Kernenergie is een kwestie van tijd. En dan zijn wij het enige ingenieursbureau in Nederland dat nog over praktische kennis op dit terrein beschikt.”

Koppenol verwacht in de naaste toekomst weinig van de basischemie in West-Europa. Ook de afvalverwerking geeft nog geen uitkomst. In raffinage en warmtekracht ligt daarentegen werk te wachten. Via de Duitse dochter SKL infiltreert Comprimo inmiddels in Oost-Europa. SKL werkt daar in principe alleen tegen vooruitbetaling. Dat is bij een Russisch raffinageproject van 5 miljoen gulden onlangs gelukt.

Onze grote toekomst ligt vooral, volgens Koppenol, in het Verre Oosten, nu al goed voor 35 procent van de werkuren van de Comprimo-ingenieurs. Volgens de directeur, die de loop van komend jaar met pensioen gaat, zijn er veelbelovende presentaties in China geweest. Indonesië staat volgend jaar op het programma.