De eerste Pan-Europeanen

De Kelten vormden aanvankelijk in Europa een groot rijk. Met de komst van de Germanen en de Romeinen werden ze naar de uithoeken van Europa verdreven.

De Kelten, ook wel Galli of Galatae genoemd, bewoonden eens bijna geheel Europa: van de Pyreneeën tot aan de Rijn en van Ierland tot Roemenië met een uitschieter naar Anatolië. Op het hoogtepunt van hun ontwikkeling, omstreeks 500 v. Chr., kon de ambachtelijke en technische vaardigheid van de Kelten zich meten met het pre-industriële 18de-eeuwse Europa.

Volgens de oude Grieken en de Romeinen waren het echter barbaren. Begrippen als de klassieke edle Einfalt, stille Grösse waren aan hen niet besteed. Besmeerd met blauwe verf en voor de rest vaak alleen gekleed in een gouden halsring, de torqua, vochten ze als bezetenen. Ze aten en vooral dronken onmatig; ze hielden van make-up, juwelen en felle kleuren en vierden uitbundige feesten die soms in moord en doodslag konden ontaarden. Maar hun priesters, de druïden, genoten zo'n gezag dat ze aan twee legers, die al waren opgesteld in gevechtsformatie, konden bevelen om af te zien van het gevecht.

De Kelten versierden hun huizen en tempels soms met afgehouwen hoofden en brachten mensenoffers aan hun goden, maar hun dichters hoefden geen belasting te betalen en waren in staat met een spotgedicht iemand de dood in te drijven of een koning tot aftreden te dwingen. Hun kunstenaars schiepen een unieke kunststijl waarin barokke elementen met expressionistische vervlochten zijn.

Ze hadden tientallen versterkte steden (oppida): Londinium (Londen), Vindobona (Wenen), Lutetia (Parijs), Aquincum (Boedapest), Singidunum (Belgrado), Lugdunum (Lyon), Noviomagus, "nieuwe markt' (Nijmegen) zijn steden die zoals talrijke andere op Keltische nederzettingen en/of Keltische namen (dunum, versterkte plaats; vindos, wit; maros, groot) terug te voeren zijn.

De Hallstattcultuur, genoemd naar een plaats in Oostenrijk, is de vroegste periode van de Europese ijzertijd en tevens de eerste periode van de Keltische beschaving. Tussen 1846 en 1862 vond men 980 skeletten op een prehistorisch kerkhof aan de oever van het Hallstätter meer. In het eerste millennium v.Chr. had een grote bloeiende nederzetting hier haar doden begraven.

Tegelijkertijd (in 1853-54) werden in La Tène, aan de oever van het meer van Neuchâtel verdere spectaculaire vondsten gedaan. De prehistorische nederzetting daar borg meer dan 2.500 voorwerpen: zwaarden in rijkbewerkte scheden, speren, schilden, allerhand werktuigen, munten etc.

De periodes Hallstadt A en B (1100-700 v. Chr.) behoren tot de late bronstijd. De Kelten voerden de ijzerbewerking in het niet-mediterrane Europa in en hun smeedkunst stond op een zeer hoog niveau, vertelt keltologe prof. Doris Edel (Utrecht). Keltische uitvindingen waren o.a. de ijzeren velg om het houten wiel en de maliënkolder. Hallstatt C, de eerste ijzerbewerking, valt in de 7de eeuw v.Chr. en Hallstatt D omvat de zesde en de vijfde eeuw v.Chr.

Doris Edel karakteriseert de kunststijl als streng geometrisch, met zigzaglijnen, cirkels etc. ten verschil van de La Tènecultuur. Die kent een gestileerde, bijna abstracte stijl, waarin plantenmotieven, dieren, monsters en menselijke figuren tot fantasievolle patronen zijn verwerkt. De La Tènecultuur begint in de tweede helft van de 5de eeuw v.Chr. en eindigt met de Romeinse bezetting.

Germaanse expansie

In de 5de eeuw v.Chr. braken woelige tijden aan. Sociale onrust, bevolkingsgroei, misschien ook een verslechtering van het klimaat zorgen voor een verspreiding van de Kelten, die in golven verloopt. Indo-Europeanist Jan Best vertelt over de samenwerking tussen germanisten en keltologen die veel verheldering in deze periode bracht. Hij omschrijft de latere Germaanse expansie vanuit het noorden als een wig in de Keltische wereld.

De Kelten wijken uit naar Brittannië en naar het zuidoosten, verslaan het Romeinse leger en plunderen Rome (in 390 v.Chr.). Alleen het Capitool hield stand en als men het beroemde verhaal van het ganzegesnater dat de verdedigers waarschuwde mag geloven, was ook dat op het nippertje.

Een eeuw later werd het sacrocancte Griekse heiligdom in Delphi overvallen. De overlevering zinspeelt op grote buit aan de ene, en een aardbeving door goddelijke toorn aan de andere kant.

Rond de tweede eeuw v.Chr. zaten de Kelten in Ierland, Frankrijk en Brittannië, Spanje, Illyrië en Thracië met een uitloper naar Anatolië. Maar Rome was al tot de tegenaanval overgegaan. Marius en later Caesar brachten het Keltische Europa onder Romeinse heerschappij en het verloor zijn identiteit. Alleen de hooglanden van Brittannië, de Hebriden en Ierland konden de eigen cultuur bewaren.

Roodharige ijdeltuiten

Waarom is zo weinig bekend over de Kelten? Er is veel overgeleverd, de vraag is alleen hoe men dat moet interpreteren. We weten over de Kelten vooral wat de (soms vijandig gezinde) Grieken en Romeinen melden. Ze beschrijven de Kelten als lange, slanke, roodharige ijdeltuiten. De Romeinse dichter Propertius verweet zijn minnares dat ze zich "als een Keltische' schminkte. De geruite stoffen die ze droegen vertonen misschien overeenkomst met de Schotse ruit.

Er is nog veel "misschien' in de keltologie. De Keltische elite, de druïden, vonden het onder hun waardigheid en gevaarlijk om informatie op te schrijven. Die moest secuur worden opgeslagen in de hoofden van ingewijden en is daardoor later verloren gegaan. De druïden, vertelt Caesar, waren rechters, priesters, profeten, artsen, leraren, dichters, historici etc. De naam druïde zou "eikenkundige' of "groot weten' betekenen. Het was een geprivilegeerde kaste die was vrijgesteld van dienst in het leger en van belastingen, vandaar dat er schares gegadigden waren om druïde te worden. Maar de leertijd was hard: sommigen moesten twintig jaar leren.

De druïden geloofden in de onsterfelijkheid van de ziel (en in reïncarnatie). Volgens sommige geleerden zou juist daardoor het Christendom in Ierland op vruchtbare bodem zijn gestoten. Emeritus hoogleraar Maartje Draak (86), een van de bekendste keltologen in Europa, heeft baanbrekend werk o.a. op het gebied van de Keltische religie en de tekstuitleg van de orale traditie verricht.

Maartje Draak: ""Boven de Goden staat het fatum, net als bij de Grieken. De goden van de Kelten waren niet de duidelijke figuren die de - laten we zeggen - journalisten (!) uit de Oudheid ervan hebben gemaakt. Die schreven maar lukraak naar analogie van hun eigen religie. Vooral in Ierland is het erg duidelijk dat men er eerder in een soort bovenaardse wezens geloofde, aesside genoemd, die thuis waren in de natuur. Ze hadden nauwelijks boodschap aan de mensen die voor hun eigen bestwil maar beter moesten afzien van pogingen tot contact met de bovenaardsen. Soms wilden de wezens iets van de mens en dan maken ze nogal hardhandig gebruik van hem, zonder naar zijn mening te vragen. De rol van de druïde? Hij en de vorst vulden elkaar aan, ze moesten door middel van magie en taboes het land beschermen en het welzijn garanderen.''

Veel van het volksgeloof is overgenomen in het Ierse katholicisme dat steeds een eigen tintje heeft behouden. De kloosters in Ierland, vertelt Doris Edel, waren centra van religieus én van wereldlijk leven bij ontstentenis van de administratieve structuur die de Romeinen op het continent hadden geïntroduceerd.

Maar met de val van Rome was ook de administratieve structuur ingestort en ontbrak die in Europa tijdens de donkere eeuwen erna. Dat is ook de verklaring voor het succes van de Ierse missie die vanuit de kloosters zowat geheel Europa heeft gekerstend.

Op 28 december 1993 bestaat de Keltologie in Nederland 70 jaar. De leerstoel Keltisch aan de universiteit Utrecht organiseert daarom een cyclus zondagmiddaglezingen (13-16.30) en een tentoonstelling over de Kelten. De tentoonstelling in het Utrechtse universiteitsmuseum (Biltstraat 166, di-vr 10-17, za-zo 13-17) gaat in op alle aspecten van de Keltische samenleving: geschiedenis, verspreiding, uiterlijk, ambachten, huisraad, woning, grafrites, religie, feesten en vechten, Kelten in Nederland, het Christendom. Het is gelukt ook de reizende tentoonstelling van de UNESCO over Keltische kunst aan de expositie toe te voegen. Er is aan kinderen gedacht die met behulp van visualisering en geluidseffecten "levende geschiedenis' krijgen. De tentoonstelling loopt tot 27 februari 1994. Inlichtingen 030-538008