DE DAGBOEKEN VAN MEESTER PANKEN; De levenslange boekhouding van de eigen geschiedenis

De dagboeken van P.N. Panken 1819-1904. Memorieboek van een Brabantse schoolmeester. Eerste band: 1819-1858. Ingeleid en bezorgd door dr. Peter Meurkens. Kempen Uitgevers, Eindhoven 1993. Prijs: ƒ 44,50. ISBN 90-74271-14-6

Schrijven deden de bewoners van het Brabantse platteland in vorige eeuwen zelden. Een dagboek bijhouden was helemaal uitzonderlijk. Een dorpsonderwijzer uit de Kempen, meester Panken, heeft het 65 jaar lang wel gedaan. Als negentienjarige is hij ermee begonnen, als vierentachtigjarige dicteerde hij op zijn sterfbed de laatste regels aan een verpleger. Ruim 2500 bladzijden schreef hij vol.

Kempen Uitgevers in Eindhoven is onlangs begonnen met een integrale uitgave van deze dagboeken. In totaal zullen er zes delen verschijnen, twee per jaar. Antropoloog dr. Peter Meurkens is de bezorger van deze dagboeken. Bij elk deel schrijft hij een inleiding.

Het eerste deel bevat een aardig biografisch essay van zijn hand (in de andere delen komen essays over Panken als schrijver, onderwijs, religie, dagelijks leven en mentaliteit). Meurkens schetst daarin een "meer afstandelijk portret" van Panken, omdat diens dagboeken - zoals elk dagboek - gekleurd worden door het zelfbeeld van de auteur en de persoon die deze wenst te zijn. Panken, zo blijkt uit het essay van Meurkens, was een curieus figuur. Zijn hele leven heeft zich afgespeeld in drie, dichtbij elkaar gelegen dorpen in de Kempen. Hij werd geboren in Duizel, groeide op in Bergeijk, was onderwijzer in Westerhoven en ging na zijn pensionering weer terug naar Bergeijk, waar hij overleed. Hij is nooit getrouwd en woonde bijna zijn hele volwassen leven 'bij iemand in de kost', waardoor hij nauwelijks een persoonlijk leven heeft kunnen leiden en weinig privacy kende.

Volgens Meurkens heeft hij "nooit een beschutte plaats gehad waar hij het pantser van uiterlijk vertoon dat buitenshuis bescherming verzekert, kon afleggen'. Eten, bidden en recreëren deed hij altijd samen met anderen. Alleen slapen, lezen en schrijven deed hij in zijn eentje.

Bijzonder was ook dat hij al op drie-enveertigjarige leeftijd met pensioen gestuurd werd. Daar waren conflicten met de burgemeester en de gemeentesecretaris van Westerhoven aan vooraf gegaan. Panken had geen hoge pet van ze op - in zijn dagboeken negeert hij hen. Zij op hun beurt verweten Panken gebrek aan ijver en incompetentie. Vooral zijn schrijfonderwijs zou niet deugen. De vete werd beslecht toen Panken - uit het lood geslagen door persoonlijke tegenslagen - zich met vervroegd pensioen liet sturen.

Meurkens vermoedt dat Panken met zijn dagboeken wilde bewijzen dat hij wel degelijk ijverig was en kon schrijven. Na zijn ontslag had hij daar alle tijd voor. Het verschafte hem bovendien een alibi om zich af te zonderen in een samenleving waar iedereen iets om handen behoort te hebben. In zijn schrijverij vond hij ook intellectuele bevrediging want gesprekspartners waren er voor hem niet in de Kempense dorpen. Wel had hij contact met de Bossche historicus Hermans die veel waardering had voor zijn werk.

Tragische figuur

Panken stamde uit een geslacht van dorpsnotabelen, maar verder dan een eerste benoeming op het schooltje in Westerhoven, waar hij 's winters de kachel zelf moest aanmaken en stoken met kolen die hij uit eigen zak moest betalen, heeft hij het niet gebracht. Sollicitaties elders liepen op niets uit. Behalve schoolmeester - een vak dat hij bij een oom geleerd had - was hij ook nog inner van onbetekenende belastingen, postkantoorhouder, postbode en verzekeringsagent. Zijn "gesmoorde carrière' maakt Panken tot een tragisch figuur.

Hoewel hij zijn lange leven doorbracht in drie dorpjes op een steenworp van elkaar, beperkte zijn horizon zich niet tot "een rijtje kerktorens'. Regelmatig bezocht hij familieleden elders in Brabant en reisde hij naar steden in Holland en België. Zelfs maakte hij reizen naar Parijs, Lourdes en Rome. Een reis naar Palestina bereidde hij voor, maar ging nooit door. Zijn reizen beschreef hij minutieus. Zo ging hij in 1852 vanuit Bergeijk op een aangespannen wagen naar Eindhoven, vandaar met de diligence naar Den Bosch, vanwaaruit hij per stoomboot via Dordrecht naar Rotterdam ging, waar hij op de trein naar Delft stapte. Pankens Hollandse trip duurde twaalf dagen en kostte hem ƒ 37,55. Hij hield precies bij hoeveel hij aan wat uitgaf.

Behalve door zijn reizen werd zijn horizon ook verbreed door wat hij las. Als een boekhouder hield hij ook dat allemaal bij. Zo las hij in 1839 veertig boeken (5402 bladzijden!) en in 1840 achtenveertig (7371 bladzijden!). Panken leest veel boeken over levens van heiligen. Opvallend is het grote aantal boeken in het Frans.

De dagboeken zijn vooral een verslag van Pankens dagelijkse wederwaardigheden en ontmoetingen met vooral kerkelijke en wereldlijke functionarissen. Terwijl hedendaagse dagboeken vooral gekenmerkt door een beschrijving van de subjectieve beleving van gebeurtenissen, houdt Panken het bij een meer 'objectieve' beschrijving. Bespiegelingen, reflecties en persoonlijke noten staan er weinig in. Zijn dagboeken passen nog niet in de stroom egodocumenten die in de vorige eeuw op gang begint te komen en waarin op een onthullende, openhartige manier verslag gedaan wordt van iemands persoonlijk leven.

Volksverhalen

Echt voor je plezier ga je de dagboeken niet van A tot Z lezen. Meeslepend om te lezen zijn ze niet. Meurkens, die Panken een "correspondent van zijn eigen leven' noemt, typeert ze ergens raak als een "levenslange boekhouding van de eigen geschiedenis'. Als bron voor historisch onderzoek zijn de dagboeken echter wel van belang. Samen met de bijna honderd andere publikaties en manuscripten van Panken over zeer uiteenlopende onderwerpen als archeologie, dialecten, fauna, volksverhalen en gebruiken geven ze een aardig beeld van de Kempen in de vorige eeuw. Integrale uitgave is daarom op zijn plaats.

Om het onderzoekers gemakkelijk te maken heeft Meurkens ze van noten voorzien en een uitgebreid plaatsnamen-, zaken- en personenregister toegevoegd. Wie iets wil weten over plaatsen waar Panken gewoond heeft of die hij bezocht heeft, of over onderwerpen als kermissen en kerkhoven, of over bepaalde families en personen, kan er snel de weg in vinden.