De chronische Haagse ziekte

Het was een sobere plechtigheid waarmee vorige week in de Tweede Kamer de zoveelste poging om te komen tot staatkundige vernieuwing ten grave werd gedragen.

Zoals het hoort bij een lang verwachte dood. Want dat het echt wat zou worden, daar had toch niemand serieus rekening mee gehouden. Een ander kiesstelsel, direct gekozen politieke functionarissen, het referendum, het zit er allemaal opnieuw niet in. De oude stelling (niets is namelijk nieuw in dit debat) werd opnieuw bewaarheid: de patiënt kan moeilijk zijn eigen therapeut zijn. Niet zo verwonderlijk want de meerderheid in de Tweede Kamer beschouwt zich niet als patiënt. Of nog niet?

Wanneer is een politiek systeem eigenlijk ziek? Als de opkomst bij verkiezingen spectaculair daalt? Als extreme partijen in opmars zijn? Als onverschilligheid ten aanzien van het bestuur de overhand krijgt? De recente geschiedenis heeft geleerd dat voorzichtig moet worden omgesprongen met begrippen als ziek en crisis. Twintig jaar geleden waren het de politicologen Van den Berg en Molleman die de crisis in de Nederlandse politiek afkondigden. Veel is er sindsdien niet veranderd. Dat wil zeggen de therapieën die zij destijds in hun boek "Crisis in de Nederlandse politiek' aandroegen zijn nauwelijks in praktijk gebracht. Nog steeds wordt er geklaagd over "de' politiek. Kamerbreed en nog wel onder leiding van de Kamervoorzitter is er de afgelopen jaren gestudeerd op mogelijke verbeteringen; met bovengenoemd resultaat.

En de critici van twintig jaar geleden? Tegenwoordig is Van den Berg dè vertolker van de stelling dat de "ziekte' vooral een journalistiek en intellectueel verzinsel is. Een opmerkelijke opvatting voor iemand die in 1974 het land alarmeerde met de woorden: “De politieke apathie en het wantrouwen zullen belangrijk verder toenemen en het maatschappelijk particularisme dat nu al bezig is zich in de plaats van de verzuiling te stellen zal onverminderd uitdijen als een olievlek. De verder gaande fragmentatie zal leiden tot steeds verder gaande functieverschuiving in het politieke systeem, een verschuiving van politieke partijen en parlement vandaan naar pressie-organisaties, actiegroepen en andere vormen van directe beïnvloeding. De parlementaire democratie zal er door om hals gebracht worden, niet door kolonels maar door een onbeheersbaar samenstel van verbrokkelende krachten.” Wat vooral opvalt aan de tekst is dat deze aan actualiteit niets verloren heeft. De voorspelling van 1974 is in belangrijke mate uitgekomen. "Den Haag' heeft aan gezag ingeboet en de burger gedraagt zich ernaar. Maar de doktoren van 1974 beleven dezelfde ziekte anno 1993 blijkbaar anders.

Toegegeven, Van den Berg en Molleman hadden in 1974 reeds niet al te hoge verwachtingen van staatkundige vernieuwingen als oplossing van de crisis. Hervormingen waren nuttig en Nederland was er volgens hen ook aan toe maar, zo tekenden zij er direct bij aan: men kan in een auto een nieuwe motor zetten, maar als die niet is aangepast aan de rijgewoonten van de chauffeur zal hij gauw versleten of verknoeid zijn. Vandaar ook hun tweede therapie: de herverkaveling van de politieke partijen.

Het aardige is dat het actuele debat over politieke veranderingen ook weer langzaam maar zeker in deze fase is terechtgekomen. Verrassend is het niet. Na een mislukt debat over systeemwijzigingen volgt meestal het debat over partijpolitieke veranderingen. Afgelopen zondag filosofeerde het "geweten' van de PvdA, Jan Pronk, in de kerstuitzending van de Avro-radio (inderdaad, alle zekerheden vallen weg!) uitvoerig over het samengaan van PvdA, D66 en Groen Links in een nieuwe progressieve combinatie. Hij is niet de enige PvdA'er die er zo over denkt. Fusie met de concurrent is nu eenmaal een vorm van overlevingsstrategie. Toch is het een oplossing van de jaren zeventig. Weliswaar wordt door de voorstanders steeds op het succes van het CDA gewezen, maar hoe luidt hun verhaal als over een half jaar bij de verkiezingen blijkt dat het electorale succes in overwegende mate aan de persoon Lubbers was toe te schrijven? Wie weet wat voor discussies er binnen het CDA ontstaan, als deze partij weer op de vertrouwde weg omlaag zit.

De cruciale vraag waar voorstanders van een bundeling van progressieve krachten voor staan is of hun ideaal iets anders is dan een noodmaatregel. Levert een samengaan tussen PvdA en D66 meer op dan de som der delen of juist niet? De discussie over progressieve samenwerking in de jaren zeventig was nog gebaseerd op de gedachte dat Nederland mede dankzij de toen gehanteerde polarisatie-strategie uiteindelijk een politiek twee-stromenland zou worden. Maar nu? Wie om zich heen kijkt ziet in de maatschappij juist een tegenovergestelde ontwikkeling van eenvormigheid naar meer keuzes. Heeft de kiezer in een tijd waarin in de supermarkt gekozen kan worden uit dertig soorten chips, twintig soorten luiers, tien soorten papieren zakdoekjes nog wel behoefte aan eenvormige massapartijen?

Is het niet veel eerder zo dat de PvdA op dit moment de tol betaalt van het diversificatie-proces dat overal in de maatschappij gaande is? Uiteindelijk zal dit proces ook een politiek systeem treffen dat is gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging. De naoorlogse periode was geschikt voor het opgaan van de Vrijzinnig Democratische Bond en de SDAP in de Partij van de Arbeid. Er is thans sprake van een omgekeerde doorbraak: de PvdA ontwikkelt zich tot de oude SDAP en D66 tot Vrijzinnig Democratische Bond. Of om het in marketing-termen uit te drukken: D66 bedient het AB-segment van de kiezersmarkt en de PvdA het overige deel. In de praktijk zal blijken dat ze heel vaak samen kunnen werken. Maar een fusie zou onder de huidige omstandigheden een ontkenning van de maatschappelijke ontwikkeling zijn.

Vandaar ook dat de therapie van Van den Berg en Molleman van twintig jaar geleden niet meer opgaat. De tijd van herverkaveling van partijen is voorbij. Van nu af aan zullen er alleen nog maar meer partijen bijkomen. De opkomst van de one-issue beweging zal niet beperkt blijven tot buiten het parlement, maar met wisselend succes zijn intrede doen in de politiek. Totdat er alom wordt geklaagd over de versplintering van de Nederlandse politiek. Dan breekt de tijd aan waarin gepleit wordt voor staatkundige hervorming. Met de nu al bekende uitkomst.