Conrad Alleblas bijna vergeten talent

HEERENVEEN, 30 DEC. Hij heeft de mooiste voornaam van alle schaatsers. Hij woonde naast trainingsmaatje Ben van der Burg, studeerde in Delft met prins Johan Friso en is de laatste jaren kind aan huis bij de schaatsfamilie Veldkamp. Maar wie is Conrad Alleblas zelf? Een bijna vergeten talent.

Bij het Nederlands kampioenschap afstanden reed hij een persoonlijk record op de vijf en tien kilometer. Op de langste afstand keek hij gisteren het kernploeglid Jeroen Straathof in de rug: een morele opkikker. Een dag eerder reed hij voor het eerst onder de zeven minuten: een persoonlijke triomf. De anonimiteit maakt plaats voor een open doekje.

Het publiek scandeerde heel even zijn naam. Zijn collega's kwamen hem feliciteren. Zijn vriendin veegde het snot van de neus. “Geestelijke snot”, noemde hij het. De lange, dunne schaatser lachte. Eindelijk een beetje erkenning voor de gewestelijke rijder, die zich kansloos wist tegen de kernploegleden. Hij traint met dezelfde schema's, maar rijdt stukken minder hard.

“Die jongens hebben veel meer rust. Alles wordt voor ze geregeld. Ik heb alleen een kledingsponsor voor 1500 gulden per jaar.” Alleblas kreeg afgelopen zomer een kijkje in de keuken van de kernploeg. Een paar weken trainde hij op eigen kosten met zijn vroegere maatjes, die hij nu “jongens van de televisie” noemt. De pechvogel of piekeraar, hij overtrof zichzelf. “Ik zat in het treintje. Alles draait om je ritme. Niet om de techniek, dat is een gegeven. Schaatsen is een puur mentale kwestie. Die 'zeven blank' is bijna een obsessie. Ik rijd al jaren 7.04 of 7.05, maar dat kan iedereen met een bere-conditie.”

Het rekenwerk is een uit de hand gelopen hobby. Conrad Alleblas herinnert zich elk rondje van elke rit in elk seizoen. Met Van der Burg zat hij als kind al voor de buis in Wateringen, met de stopwatch bij de hand. Nu hij zelf schaatst, werkt de passie in zijn nadeel. Hij is te veel gefixeerd op de rondetijden. “Aan het einde van de rit dacht ik dat een rondje van 34 genoeg was, dus reed ik een rondje van 34. Dat is natuurlijk stom, want misschien kun je wel veel harder.”

Hij vergelijkt zichzelf met zijn vriend Bart Veldkamp. Ook een piekeraar, maar wel olympisch kampioen. “Ik gun Bart het succes. Maar als hij een wereldtijd heeft gereden, moet ik wel altijd even slikken.” Als tiener waren ze nog aan elkaar gewaagd. Had hij zelf ook niet gedroomd van een gouden loopbaan? “Nee niet echt. Daar stond je als kind niet bij stil.” De fan van Tommie Gustafson, de Zweed tegen wie hij één maal mocht schaatsen. “Ik verloor met minimaal verschil. De volgende dag herkende hij me nog.”

Een keer was hij reserve voor een Europees kampioenschap, in 1991. Een kortstondige piek, “maar geen hoogtepunt. die heb ik niet echt gehad.” Zijn dieptepunt waren de jaren '91 en '92. Een uit de hand gelopen allergie voor schimmels. Alleen in hooggelegen oorden als Davos leverde Alleblas goede prestaties. “Ik voelde me beroerd. Gebruikte de allergie als excuus. Dacht dat Veldkamp en Zandstra nooit ergens last van hadden. Dat is natuurlijk onzin. Zij hebben ook wel eens iets, maar zeuren er niet over.”

Dit seizoen voelt hij zich ook op zeeniveau gezond, dankzij homeopathische middeltjes en een schonere leefomgeving. Hij woont bij de (schoon)familie Veldkamp. Vader Hans is zijn privé-trainer: “Conrad heeft bij Jong Oranje te veel van zijn lichaam geëist. Hij was toen nog niet volgroeid. Door die ziekte zat er daarna helemaal geen opbouw meer in. Jammer, want technisch is het een goede rijder. Bart zei vroeger altijd: let op Conrad, dat wordt een heel grote.”

Alleblas zegt veel te leren van zijn trainer. “Hij wijst je op een klein dingetje, daar heb je wat aan. In het gewest lullen ze tien dingen tegelijk. Ik train liever bij Hans. Dan kan ik tenminste m'n eigen planning maken. Hoef ik geen patat-frites te eten op trainingskamp. Stond ik m'n eentje een pannetje met rijst klaar te maken. Ik ergerde me kapot.”

Hoe sterk is de eenzame schaatser? Gelooft hij zelf in het onmogelijke, door zonder financiële en professionele middelen alsnog de aansluiting met de top te bereiken? “Ik richt me helemaal op de lange afstanden, met het oog op de Spelen. Veel kans heb ik niet, nu Ritsma ook zo sterk is op de tien kilometer.” Het is zijn noodlot. Op de korte afstanden komt hij sprintsnelheid tekort. En op de lange afstanden is de concurrentie groot.

Conrad Alleblas volgt een schriftelijke management-opleiding. Volgend jaar wil hij naar de Tilburgse universiteit voor een studie sporteconomie. Nog minder tijd om de concurrentie bij te benen. Hij hoopt nu maar op de World-Cupwedstrijden. De World Cup van Helsinki valt samen met het Nederlands kampioenschap allround. “Dan kies ik toch voor Helsinki. Daar kan ik punten pakken.” Hij gaat alleen nog voor de punten. Een titel zit er niet meer in voor een 23-jarige schaatser uit het gewest.