Conflict arbeidsbureaus over kansloze werklozen

DEN HAAG, 30 DEC. Binnen het Centraal Bestuur voor de Arbeidsvoorziening (CBA), de landelijke organisatie voor arbeidsbureaus, woedt een discussie over werklozen die als 'onbemiddelbaar' gelden.

Bestuursleden die afkomstig zijn uit de werkgevers- en werknemersorganisaties vinden dat de arbeidsbureaus voor deze groep voorlopig geen activiteiten moeten ontplooien. Deze kansloze werklozen zouden uit het bestand van werkzoekenden moeten worden gehaald. Vertegenwoordigers van de overheid, die voor een derde het bestuur van het CBA vormen, verzetten zich tegen een dergelijk voornemen.

De schattingen over de omvang van de groep die als 'onbemiddelbaar' zou moeten worden gekenmerkt, lopen uiteen van 40.000 tot zeker 150.000 werklozen. Als de arbeidsbureaus deze groep uit hun bestand zouden lichten, heeft dit tot voordeel dat ze zich meer kunnen concentreren op de werklozen die in principe wel een kans op een baan hebben.

Zo'n beleid is echter in strijd met de opvattingen van minister De Vries (sociale zaken en werkgelegenheid), wiens ambtenaren deel uitmaken van het CBA. Een woordvoerster van het ministerie wees er vanochtend op dat de minister nog steeds vasthoudt aan het streven naar volledige werkgelegenheid.

De Vries heeft namens het kabinet vorige week nog een notitie naar de Tweede Kamer gestuurd, waarin hij uiteenzet wat het CBA de komende jaren volgens hem aan activiteiten moet ondernemen. Hij vindt dat de arbeidsbureaus onverkort moeten vasthouden aan de doelstellingen voor langdurig werklozen en minderheden en dat er meer waarborgen en stimulansen moeten komen om mensen met een uitkering aan de slag te krijgen. Ook meent De Vries dat de arbeidsbureaus daarom beter moeten samenwerken met sociale diensten en bedrijfsverenigingen. Onverkort houdt het kabinet vast aan de richtlijn dat 75 procent van de vacatures die via de arbeidsbureaus worden vervuld, aan werklozen moeten toevallen. Nu zitten de arbeidsbureaus daar ver onder.

Het CBA wil de komende maanden met de regionale besturen van de arbeidsbureaus de discussie over deze problemen aangaan en in juni een standpunt bepalen.