BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1994; TARIEFGROEPEN

De basisaftrek (loon of inkomen waarover geen belasting is verschuldigd) is verhoogd van 5.769 naar 5.925 gulden. Hieronder een overzicht van de tariefgroepen en de bijbehorende belastingvrije bedragen. Tariefgroep 1 Het belastingvrije bedrag is nihil. In deze groep valt men: 1) als men als gehuwde/ongehuwde het belastingvrije bedrag overdraagt aan de echtgenoot/huisgenoot (omdat men geen inkomen heeft of een inkomen lager dan 5.925 gulden in 1994), of 2) als men twee of meer dienstbetrekkingen/uitkeringen heeft en bij de andere dienstbetrekking/uitkering al in een tariefgroep wordt ingedeeld die wel recht geeft op een belastingvrij bedrag.

Tariefgroep 2 Het belastingvrije bedrag is 5.925 gulden (1993: 5.769 gulden). In deze groep valt men als men niet wordt ingedeeld in één van de andere tariefgroepen, bij voorbeeld: 1) als men tweeverdiener is en de echtgenoten/huisgenoten verdienen beiden meer dan 5.925 gulden, of 2) als men als alleenstaande ouder niet in aanmerking komt voor indeling in tariefgroep 4 of 5.

Tariefgroep 3 Het belastingvrije bedrag is 11.850 gulden (1993: 11.538 gulden). In deze groep wordt men ingedeeld: 1) als men gehuwd is en de echtgenoot/echtgenote geen inkomen heeft van minder dan 5.925 gulden (1993: 5.769 gulden). Zijn/haar belastingvrije bedrag kan worden overgedragen: 5.925 + 5.925 = 11.850 gulden (1993: 11.538 gulden), of 2) als men ongehuwd is kan een dergeljke overdracht ook plaatshebben, maar dan moet men naast het feit dat de huisgenoot/huisgenote geen inkomen heeft of een inkomen van minder dan 5.925 gulden (1993: 5.769 gulden) nog aan een aantal nadere voorwaarden voldoen. Voor ongehuwden is indeling in deze tariefgroep alleen mogelijk via een beschikking van de inspecteur. Daartoe moet een gezamenlijk verzoek worden gedaan.

Tariefgroep 4 Het belastingvrije bedrag is 10.666 gulden (1993: 10.385 gulden). Men wordt ingedeeld in deze tariefgroep als men alleenstaande ouder is bij wie de kinderen, die bij aanvraag van het kalenderjaar jonger zijn dan 27 jaar, inwonen en men een of meer van de kinderen 'in belangrijke mate' onderhoudt. Dit laatste is het geval indien voor een kind recht bestaat op kinderbijslag, of indien de op hem/haar drukkende kosten van levensonderhoud van een kind ten minste 56 gulden per week bedragen. Voldoet men aan deze voorwaarden dan krijgt men een extra belastingvrij bedrag van 4.741 gulden (1993: 4.616 gulden) op het gebruikelijke bedrag van 5.925 gulden (1993: 5.769 gulden), zodat het totaal 10.666 gulden (1993: 10.385 gulden) bedraagt.

Tariefgroep 5 Het belastingvrije bedrag is 10.666 gulden (1993: 10.385 gulden) plus 6 procent van het arbeidsinkomen met een maximum van 4.741 gulden (1993: 4.616 gulden). Als men als alleenstaande ouder naast hetgeen er voor tariefgroep 4 geldt ook nog werkzaamheden buiten het huishouden verricht en het jongste kind dat inwoont bij aanvang van het kalenderjaar jonger is dan 12 jaar, dan heeft men recht op een extra belastingvrij bedrag bovenop het belastingvrije bedrag van tariefgroep 4. Dat extra belastingvrije bedrag is 6 procent van het met die werkzaamheden verdiende inkomen. Hiervoor geldt een maximum van 4.741 gulden (1993: 4.616 gulden).