BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1994; SOCIALE PREMIES

werkgevers werknemers

in procenten1993 1994 1993 1994

AOW -- -- 14,00 14,25 AWW -- -- 1,20 1,85 AAW -- -- 2,70 6,55 AWBZ-- -- 7,50 8,55 WAO -- -- 11,75 10,60 Wachtgeldverzekering 0,34 0,31 0,34 0,31 WW 1,45 2,00 1,45 2,00 ZW 1,15 2,10 1,00 1,00 ZFW 5,05 5,15 1,30 1,20 VUT 0,70 1,25 0,44 0,95 Toelichting:

Werkgevers betalen bovenop het bruto loon een overhevelingstoeslag ter compensatie van de premies voor de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) die voor rekening van de werknemers komen. De overhevelingstoeslag bedraagt 11,60 procent van het loon waarover premie wordt geheven. De toeslag wordt berekend over maximaal 76.350 gulden per jaar. Voor de Algemene ouderdomswet (AOW), de Algemene weduwen- en wezenwet (AWW), de Algemene arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) - tezamen de 'volksverzekeringen' - geldt een premievrije voet van 5.925 gulden per jaar. Voor de AWBZ is een nominale premie (dat is het deel van de premiebijdrage dat als een vast bedrag moet worden betaald) verschuldigd van circa 133 gulden per volwassene per jaar. De hoogte van deze premie wordt door de zorgverzekeraars zelfstandig vastgesteld. Voor personen tot 18 jaar wordt 1/3 van de premie voor een volwassene gerekend. Voor de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is over de eerstverdiende 99 gulden per dag geen premie verschuldigd. Het maximum inkomen per dag waarover WAO-premie moet worden betaald is ongeveer 286 gulden. Hetzelfde maximum geldt voor de wachtgeldverzekering, de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW). Over de verdeling van de premie van de werkloosheidsverzekering (WW) en het ziekenfonds (ZFW) moet de Raad van State nog adviseren. De aangegeven premiepercentages voor wachtgeldverzekering, Ziektewet (ZW) en Vut (vervroegd uittreden) betreffen geraamde gemiddelden. Deze premies worden vastgesteld door de besturen van de negentien bedrijfsverenigingen. De bedrijfsverenigingen verplicht de Ziektewet-premie te differentiëren op basis van het ziekterisico per werkgever, zodat een werkgever met een hoog ziekteverzuim een hoger premiepercentage betaalt dan een werkgever (in dezelfde risicogroep) met een laag verzuim. Gemiddeld bedraagt de ZW-premie 3,11 procent, maar ze loopt uiteen van 0,10 procent voor grote bedrijven in de brandstoffenhandel met relatief laag verzuim tot 8,50 procent voor kleine kapperszaken met relatief hoog verzuim. Voor AOW-uitkeringsgerechtigden die verzekerd zijn krachtens de verplichte ziekenfondsverzekering (ZFW) geldt een premie van 0,75 procent over de AOW-uitkering. De loongrens voor de ziekenfondsverzekering (ZFW) is vastgesteld op 58.100 gulden in 1992. Werknemers die een hoger inkomen hebben moeten zich particulier verzekeren. Ziekenfondsverzekerden zijn verder een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt dat de gemiddelde nominale premie ZWF 198 gulden per jaar per volwassene bedraagt. Voor meeverzekerde kinderen geldt de helft van de premie voor een volwassene. Er is voor maximaal twee kinderen premie verschuldigd.