Winterswijk; Tumult om een tricotfabriek

De gemeente Winterswijk wil de voormalige tricotfabriek slopen, maar een actiegroep wil er juist het nieuwe gemeentehuis in vestigen. “Het is misschien wel hartstikke lelijk, maar het is herkenbaar Winterswijks.”

WINTERSWIJK, 29 DEC. Een gierende wind waait door de kapotte ramen van het verlaten fabriekspand. Op de betonnen vloer liggen plassen regenwater en buiten schemert het al, zodat het binnen bijna duister is. Het is een perfecte Tatort-locatie. “En hier”, wijst W. Scholtz om zich heen, “hier hadden we de kamer van burgemeester en wethouders gedacht. Mooi uitzicht toch!”

Scholtz, geschiedenisleraar aan een Winterswijkse scholengemeenschap, glimlacht, maar dat wil niet zeggen dat zijn woorden niet serieus genomen mogen worden. Als het aan hem en vele andere inwoners van de Achterhoekse gemeente ligt, zal de oude textielfabriek over enige tijd daadwerkelijk het stadhuis van Winterswijk huisvesten. Het complex, midden in het dorp, is het laatste restant dat herinnert aan de roemruchte textielhistorie van de gemeente en daarom een unieke locatie, vinden Scholtz en de actiegroep "De stedebouwkundige toekomst van Winterswijk', die tot verrassing en ergernis van het gemeentebestuur veel steun voor het behoud van de fabriek vindt.

Burgemeester en wethouders van de gemeente (28.000 inwoners) hebben andere plannen: een compleet nieuw stadhuis voor de 275 gemeenteambtenaren. Met goedvinden van de gemeenteraad heeft B en W daarvoor zo'n 14 miljoen gulden gereserveerd. En het oude fabriekscomplex willen ze slopen. Op die plaats moet een winkelcentrum annex appartementengebouw verrijzen. “We hebben de tekeningen gezien”, zegt actievoerder W. van Ast, in het dagelijks leven directeur van een fabriek van design-meubelen, “een vierkante blokkendoos met schreeuwende reclame, midden in die parkachtige omgeving.” Afschuw spreekt uit zijn woorden. “Denk niet dat we monumentenfreaks zijn, het gaat hier om visie, om kwaliteit.”

Winterswijk dankt zijn bestaan voor een groot deel aan de textielindustrie die tot het midden van deze eeuw in Twente en de Achterhoek een belangrijke werkgever was. De omstreden fabriek in Winterswijk staat bekend als de "Tricotfabriek' en werd in 1888 gesticht door G.J. Willink, telg uit een toen al vermaard "textielgeslacht'. Men fabriceerde er voornamelijk ondergoed. In de hoogtijjaren werkten er zo'n 1.100 mensen. In 1978 moest de fabriek de deuren sluiten. Grond en gebouwen werden eigendom van Breistoom BV, opgezet door de vroegere aandeelhouders van de fabriek.

Het sindsdien leegstaande complex beslaat twee hectaren, de gebouwen hebben 1700 meter bebouwd oppervlak. De aandacht van de actiegroep richt zich met name op een gedeelte van het gebouw dat in de jaren dertig werd neergezet, een drie verdiepingen hoog, stijlvol bouwwerk dat op de ingegooide ruiten na weinig sleetse plekken vertoont. “Betonbouw uit de jaren dertig, nog in perfecte staat”, zegt Scholtz niet zonder trots.

Winterswijk sloot met de eigenaar een contract voor de bouw van het nieuwe complex en paste daarvoor ook het bestemmingsplan aan. Het steekt verantwoordelijk wethouder J. Dorsthorst dat tijdens die hele procedure niemand bezwaar aantekende tegen het plan. “Anderhalve man en een paardekop hadden we op de inspraakavonden”, zegt hij, “niemand was tegen. Actiegroepen bereiken kennelijk meer mensen dan wij als gemeentebestuur.” Enkele maanden later, eind november, kwamen namelijk wel zo'n zeshonderd Winterswijkers af op de bijeenkomst die door Scholtz en de zijnen werd belegd. “Als je de terughoudende mentaliteit van de mensen hier kent, dan weet je dat dat verschrikkelijk veel is”, zeggen de actievoerders. Waarom ze zo laat van zich lieten horen? Misschien hadden de mensen het zicht verloren op wat er allemaal in hun gemeente aan de hand was, denkt de actiegroep. “Het was in ieder geval een eruptie van frustratie. Het moest anders, vond men.” Is er dan zoveel moois te bewaren in Winterswijk? De actievoerders glimlachen. “Mooi of lelijk, dat is eigenlijk niet de vraag. Wat er nu aan bebouwing staat in het centrum, is misschien zelfs wel hartstikke lelijk, maar karakteristiek. Het is herkenbaar Winterswijks. Dat mag niet verloren gaan.”

De grote opkomst op de bijeenkomst liet de politieke partijen in Winterswijk zo schrikken dat zij hals over kop besloten alsnog een onderzoek te laten doen naar de mogelijkheid het gemeentehuis toch onder te brengen in de oude textielfabriek. Maar met de aanpassing van het complex mag niet meer dan 14 miljoen gulden gemoeid zijn. Bovendien moet de eigenaar van het complex zijn medewerking verlenen. Woordvoerder H. ter Kuile van Breistoom kan nog niet zeggen of de onderneming de gemeente aan het contract voor sloop en nieuwbouw zal houden. Wethouder Dorsthorst heeft weinig fiducie in het nieuwe plan. Dat wordt te kostbaar denkt hij. Maar actievoerder Scholtz zegt: “Als je echt iets wilt, kan er heel veel.” En Van Ast: “Als die fabriek tegen de vlakte gaat, verwijten ze ons over tien jaar: hoe hebben jullie het zo ver kunnen laten komen!”