Vrijwel elke dag bloedige strijd in Kabul; In Afghanistan is alleen nieuws wie met wie vecht

NEW DELHI, 29 DEC. In de Afghaanse hoofdstad Kabul zijn gisteren acht mensen om het leven gekomen bij een bloedige botsing tussen twee gewapende facties. Vijftien werden gewond.

Vrijwel elke dag doet zich in de Afghaanse hoofdstad wel een schietpartij of een bombardement voor tussen de concurrerende milities, dat is de tragiek van Kabul. Sinds de ineenstorting van het communistische bewind in april vorig jaar zijn er op die manier, vrijwel onopgemerkt door de buitenwereld, ongeveer 10.000 mensen om het leven gekomen.

Wat steeds als een verrassing komt, is wie met wie de strijd aanbindt. Het treffen van gisteren ging voor de verandering tussen de mannen van de radicale fundamentalist Gulbuddin Hekmatyar en volgelingen van de machtige Oezbeekse generaal Rasheed Dostam. Zoals gebruikelijk gaven beide zijden elkaar naderhand de schuld van de schermutselingen.

De vijandelijkheden volgden direct op een bestand dat Hekmatyar had gesloten met zijn aartsrivaal, de Tadzjiekse ex-minister van defensie Ahmed Shah Massoud. Met Massoud had Hekmatyar sinds begin november een verbeten strijd uitgevochten in de strategische Tagab-vallei, 60 kilometer ten noordoosten van Kabul aan de weg naar Pakistan. Daarbij vielen honderden doden.

Tijdens de strijd in de Tagab-vallei kreeg Massoud tot veler verbazing plotseling steun van de door Iran gesteunde shi'itische Hezb-i-Wahdat, die tot dan als een bondgenoot van Hekmatyar werd beschouwd. “We waren vijanden, nu hebben we vrede gesloten, dat is de traditie in Afghanistan”, luidde het laconieke commentaar van een van de shi'itische leiders.

Afghanistan is inderdaad sterker dan ooit in de greep van wisselende allianties. De ene keer verloopt de strijd langs grenzen van religie, de volgende keer bepalen etnische factoren het conflict. Je vriend van gisteren kan je vandaag bombarderen om je morgen met tranen van ontroering om de hals te vallen, waarna een plechtig gemeenschappelijk gebed tot Allah volgt of, beter nog, een gezamenlijke pelgrimstocht naar Mekka.

Toch vallen er enkele constanten aan te wijzen in deze oorlog. Hekmatyar en Massoud zijn en blijven vijanden van elkaar. Elke Afghaan weet dat een akkoord tussen de twee leiders van de militair machtigste groepen slechts een vodje papier is. Daarvoor is de wederzijdse haat van beide mannen, die elkaar al sinds de jaren zeventig dwarszitten, te diep. De overeenkomsten die ze met elkaar hebben gesloten werden dan ook onveranderlijk binnen de kortste keren gevolgd door een nieuwe reeks felle gevechten.

Een ander vast gegeven is dat Hekmatyar, die niets meer of minder dan de totale heerschappij over Afghanistan ambieert, door vrijwel alle andere factieleiders wordt gewantrouwd. Deze omstandigheid heeft ertoe geleid dat Hekmatyar, hoewel formeel inmiddels al negen maanden premier, sinds het aanvaarden van zijn ambt nog nooit een voet heeft durven zetten in Kabul. Vanuit zijn bolwerk in het gehucht Charasyab, 25 kilometer ten zuiden van Kabul, probeert hij de schijn op te houden dat hij het land bestuurt. Elke week is er kabinetsberaad, waarbij de ministers van de andere partijen zich per auto naar het gehucht begeven.

Veel te besturen valt er niet. De regering heeft geen geld en haar zeggenschap reikt nauwelijks verder dan de buitenwijken van Kabul. In de provincie maken lokale krijgsheren de dienst uit, die zich weinig tot niets aan de centrale regering in Kabul gelegen laten liggen. De lokale potentaten houden de wind er stevig onder. Sinds de val van het communistische regime blijft de strijd dan ook grotendeels beperkt tot Kabul en omgeving.

In het noordoosten zwaait Massoud al jaren de scepter en hij heeft daar een tamelijk doeltreffende eigen bestuur ingevoerd. In het noorden met als centrum Mazar-i-Sharif staat de heerschappij van de Oezbeek Dostam niet ter discussie, terwijl in het westen de Tadzjiek Ismail Khan de lakens uitdeelt vanuit de stad Herat. In het oosten en zuiden is het bestuur in handen van Pathaanse coalities. Vooral in het oosten is Hekmatyar invloedrijk. Het schrale centrum van het land ten slotte is in handen van de shi'itische Hazara's.

Aarzelend probeert men buiten de hoofdstad na vijftien jaar oorlog en burgeroorlog het normale leven te hervatten. Geen gemakkelijke opgave, mede omdat de internationale gemeenschap niet erg warm loopt voor hulp aan een land dat wordt geleid door lieden die de strijdbijl maar niet willen begraven.

Hoewel Afghanistan een eeuwenoude traditie kent van vendetta's, is duidelijk dat de overgrote meerderheid van de bevolking de strijd meer dan beu is. Ze hebben echter weinig in te brengen tegen de mannen met de wapens, veelal jonge mannen die niet van plan zijn om de bevoorrechte positie die ze tijdens de oorlog hebben verworven zomaar op te geven.

Het frustrerende voor de naar vrede snakkende bevolking is dat de strijd nog lang kan voortduren. Het is immers onwaarschijnlijk dat in het versnipperde Afghanistan een van de partijen de overhand over alle anderen krijgt en er is sinds de Koude Oorlog een bijna onuitputtelijke voorraad wapens beschikbaar.