Reserves na Tsjechoslowaakse boedelscheiding

PRAAG, 29 DEC. Een jaar na de scheiding van de Tsjechoslowaakse federale staat in twee zelfstandige delen, de Tsjechische en de Slowaakse republiek, blijkt dat weinig verwachtingen en veel bange voorgevoelens van Tsjechen en Slowaken zijn bewaarheid.

De overspannen ideeën aan Slowaakse kant dat met het einde van de Tsjechische "bevoogding' een periode zou aanbreken waarin Slowakije eindelijk de kans zou krijgen economisch op te bloeien en de vruchten van zijn eigen arbeid te plukken, zijn op een bittere teleurstelling uitgelopen. De voorspelling van de Slowaakse premier Vladimr Meciar dat de Slowaakse kroon aan het eind van 1993 convertibel zou zijn is, zoals zoveel beloften van de premier, een slag in de lucht gebleken.

Anderzijds kunnen de Tsjechen, hoezeer de scheiding velen een jaar geleden ook een emotionele kater heeft opgeleverd, tevreden zijn. Ze hebben een stabiele regering die internationaal aanzien geniet, wat onder meer blijkt uit een niet-permanente zetel voor de Tsjechische republiek in de Veiligheidsraad, een lage werkloosheid, successen in de strijd tegen de inflatie en een (langzaam) stijgende welvaart.

In een jaar tijd zijn de twee volkeren, die in deze eeuw 74 jaar lang in één staatsverband hebben samengeleefd en de eeuwen daarvoor vooral op cultureel en spiritueel gebied in nauw contact met elkaar stonden, grondig uit elkaar gegroeid. Terwijl het vroeger volstrekt normaal en geaccepteerd was dat een Slowaak in Praag Slowaaks sprak met een Tsjech, die hem vervolgens in het Tsjechisch antwoordde, wordt nu een zekere reserve merkbaar tussen de gebruikers van de twee zeer verwante talen.

“Mensen in Praag kijken je vaak vreemd aan als je Slowaaks spreekt”, zegt een 22-jarige Slowaakse. “Ik spreek met mensen die ik niet ken daarom tegenwoordig liever maar Tsjechisch.” Omgekeerd moeten Tsjechen er rekening mee houden in de Slowaakse hoofdstad Bratislava weinig voorkomend te worden behandeld, vooral wanneer ze te maken hebben met overheidsinstellingen.

Dat is een gevolg van de anti-Tsjechische propaganda van de regering-Meciar, wiens ideologie gebaseerd is op het eenvoudige principe dat wie niet voor Meciar - of zijn regeringspartij HZDS - is, een vijand van Slowakije is. Iedereen die vorig jaar vraagtekens zette bij de deling van de federatie - en daartoe behoorden ook veel Tsjechen - is verdacht. Diezelfde ideologie betekent ook dat ongeveer zestig procent van de Slowaakse bevolking als “anti-Slowaaks” moet worden beschouwd: bij een recente opiniepeiling verklaarde een dergelijk percentage van de ondervraagden dat zij, gesteld voor de vraag of zij op dat ogenblik voor splitsing van een Tsjechoslowaakse federatie zou zijn, daar negatief op zou antwoorden. Eerder dit jaar schommelde het percentage nog om de vijftig.

Maar aan de beantwoording van die vraag zijn de Slowaken, evenals de Tsjechen, nooit toegekomen. De splitsing van de federatie was immers een onvermijdelijk gevolg van de uitslag van de verkiezingen van vorig jaar juni, toen in Tsjechië de Burgerlijk-Democratische Partij (ODS) van Václav Klaus, een pragmatische monetarist, de meeste stemmen vergaarde, terwijl in Slowakije de HZDS van de nationalistische demagoog Vladimr Meciar het premierschap veroverde.

Vanaf dat moment was de federatie ten dode opgeschreven. Want hoezeer ook Václav Havel, die de vorig jaar zomer niet als federale president werd herkozen, probeerde de scheiding en later zijn eigen Tsjechische presidentschap bevestigd te krijgen in een referendum, daar is het nooit van gekomen. Evenmin als in Slowakije. Met de verkiezingsuitslag was de teerling geworpen en stevenden de twee regeringen af op de onafwendbare scheiding van de federatie, die op 1 januari 1993 een feit werd.

Pag.5: Een jaar na de zelfstandigheid: Slowaken een illusie armer, Tsjechen halen opgelucht adem; Tsjechië en Slowakije verder uit elkaar

De ontwikkelingen in de republieken Tsjechië en Slowakije in het afgelopen jaar weerspiegelen exact het dilemma waar de politici na de verkiezingen van 1992 voor stonden: Tsjechië heeft het programma voor herstructurering van de economie met verdubbelde kracht voortgezet, is verder gegaan met de privatisering, heeft initiatieven ontwikkeld om de buitenlandse handel en investeringen te stimuleren, kortom, is flink op weg het schoolvoorbeeld te worden voor leerboeken over de overgang van een bevelseconomie naar een markteconomie.

Daarbij werd het niet langer gehinderd door de populistische beloftes die de Slowaakse premier tijdens de verkiezingscampagne had gedaan en die uiteindelijk hebben geresulteerd in het ontbreken van een duidelijk economisch programma. Want de privatisering in Slowakije staat op een laag pitje en zal, als ze in het huidige tempo voortgaat, op z'n minst vijf jaar in beslag nemen.

Ten minste even groot zijn de verschillen in de binnenlandse politiek. In Tsjechië weet Klaus op vrij arrogante, maar wel acceptabele wijze een vier-partijencoalitie op de been te houden. Er zijn problemen, bijvoorbeeld over de teruggave van het bezit van de Kerk, er zijn schandalen, maar de tegenstellingen nemen geen exorbitante vormen aan. Zelfs over de regelmatig weerkerende strubbelingen tussen premier en president, zoals onlangs naar aanleiding van de ontvangst van Salman Rushdie door Havel - ontstaan geen onoverkomelijke conflicten.

In Slowakije kan Meciar zich, na het ontslag van verscheidene ministers en het vertrek van een aantal afgevaardigden uit de HZDS, echter maar nauwelijks handhaven aan het hoofd van een coalitieregering die elk moment weer uit elkaar dreigt te vallen.

De meningsverschillen in de Slowaakse politiek nemen vaak zodanig groteske vormen aan dat het moeilijk is het land serieus te nemen: de politici lijken meer bezig te zijn met zichzelf en met het voor zichzelf veilig stellen van de meest winstgevende posities, dan met het besturen van een land. Het gevolg is dat de HZDS in de opiniepeilingen niet langer op de eerste plaats staat. Daarop is de SLD gekomen, de partij van "democratisch links', een partij die in de oppositie is, maar die die tamelijk halfhartig voert om op gezette tijden een graantje te kunnen meepikken uit de HZDS-regeringsruif. Vervroegde verkiezingen, die enige helderheid in de verziekte politieke situatie in Slowakije zouden kunnen brengen, zal Meciar echter tot alle prijs trachten te vermijden.

En zo eindigt voor Tsjechen en Slowaken het eerste jaar van hun zelfstandigheid: veel Slowaken zijn een illusie armer, veel Tsjechen halen opgelucht adem. Het grootste deel van de conflicten over de boedelscheiding van de federale staat is uit de wereld, de grensovergangen aan de belangrijkste wegen zijn echte grensovergangen geworden, waar je niet meer wordt doorgewuifd, maar waar je papieren worden gecontroleerd. Tsjechië en Slowakije gaan hun eigen weg, verder uit elkaar, dat is zeker.

De Tsjechen hadden voor 1994 een sluitende overheidsbegroting, de Slowaken een tekort van veertien miljard kronen (ongeveer 840 miljoen gulden). In Tsjechië werd per hoofd van de bevolking voor ongeveer veertig dollar geïnvesteerd door het buitenland, in Slowakije was dat de helft. De Tsjechen verwachten eind volgend jaar hun kroon, die het afgelopen jaar alleen maar harder is geworden, volledig convertibel te maken. De waarde van de Slowaakse kroon is het afgelopen jaar met ten minste tien procent verminderd.