Rellen illustreren wrevel burger tegen de gevestigde politiek; Onrust in provincie verstoort droom Argentijnse president

BUENOS AIRES, 29 DEC. Terwijl de Argentijnse president Menem in Rome door de paus in audiëntie werd ontvangen, brak in de verre provinciestad Santiago del Estero de hel los. Een woedende massa bestormde en plunderde ruim een week geleden de provinciale regeringszetel, het paleis van justitie en het parlementsgebouw, uit frustratie over de corruptie en het wanbeheer in een van de armste provincies van het land. Menems dromen over herverkiezing en het opstuwen van zijn land in de vaart der volkeren werden verstoord door een realiteit die hij liever negeert.

Enkele dagen eerder was er nog geen wolkje aan de lucht. Toen immers werd het definitieve akkoord over een wijziging van de grondwet getekend dat de zittende president de mogelijkheid geeft herkozen te worden. “Wanneer God me blijft steunen, maak ik een goede kans”, straalde Menem. De reactie van oud-president Raúl Alfonsn, leider van de "radicale' oppositiepartij UCR en mede-ondertekenaar van het akkoord, was afgemeten: “We zijn hier niet bijeen om verkiezingsprognoses te doen, maar om te trachten het land te redden.” Menem lachte in zijn vuistje.

Ruim een maand van koortsachtige onderhandelingen tussen de regerende peronisten en de radicalen ging aan het uitgebreide akkoord over de nieuwe constitutie vooraf. Conditio sine qua non voor de parlementaire steun van de UCR aan het hervormingsproject was een wijziging in de samenstelling van het Hooggerechtshof. Nadat de onafhankelijkheid van het hof dit najaar in het geding was gekomen, eisten de radicalen het vertrek van enkele rechters en inspraak in de nieuwe benoemingen.

Officieel maakte deze kwestie geen deel uit van de onderhandelingen met de oppositie. Voor de regering - die zelf ook belang heeft bij het principe van "politieke benoemingen' in het hoogste rechtsorgaan - was het niet eenvoudig de magistraten tot opstappen te bewegen. Toen de tijd begon te dringen spraken regeringsfunctionarissen over een “daad van vaderlandsliefde” die van enkele rechters verwacht werd. Antonio Boggiano, president van het Hof, werd alvast een ambassadeurspost bij het Vaticaan in het vooruitzicht gesteld, waarop Rome echter per omgaande liet weten geen prijs te stellen op de komst van een rechter die de geur van corruptie afscheidde.

Uiteindelijk bleek Boggiano, een protégé van minister van economie Domingo Cavallo, slechts bereid te zijn het presidentschap op te geven. Dat deed hij, maar hij behield zijn zetel. Vervolgens gaven drie rechters te kennen hun functie te willen neerleggen. Een van hen wordt reeds genoemd als de toekomstige minister van justitie. Het Huis van Afgevaardigden heeft inmiddels de herziening goedgekeurd. De Senaat deed dat vannacht. Op 20 maart kiezen de Argentijnen een grondwetgevende vergadering, zo liet Menem gisteren weten in een vraaggesprek met de krant La Nación.

Alfonsn, die veel Argentijnen nog altijd sterk identificeren met de hyperinflatie van 1989, verzekerde zich door zijn koerswijziging opnieuw van een hoofdrol. In stilte hoopt hij zelf op het presidentschap. Om zijn manoeuvre geloofwaardig te maken beloofde hij de regeringspartij tot concessies te dwingen, waardoor de hegemonie van de president doorbroken zou worden. De radicalen, verzwakt door een reeks povere verkiezingsresultaten en in de wetenschap dat een meerderheid van de bevolking achter het akkoord stond, lieten hierop hun verzet tegen de grondwetswijziging varen.

Achteraf heerst bij veel partijleden de indruk dat zij zich ongewild voor het zegekarretje van Menem hebben laten spannen. De concrete inbreng van de UCR in het uiteindelijke akkoord is betrekkelijk gering. Zo kan de door de UCR voorgestelde jefe de Gabinete - een soort eerste minister naar Frans voorbeeld die enige taken van de president zou overnemen - door de president naar believen ontslagen worden, terwijl zijn bevoegdheden sterk beperkt zijn. De president behoudt ruime mogelijkheden om per decreet te regeren. En zelfs de door de radicalen geforceerde stoelendans in het Hooggerechtshof heeft niet het gewenste resultaat opgeleverd: slechts een van de nieuw te benoemen rechters is geen overtuigd menemist. De UCR verkeert inmiddels in een zware identiteitscricis omtrent haar rol als oppositiepartij en tracht krampachtig een interne breuk te voorkomen.

Hoewel uit opinieonderzoeken blijkt dat het overgrote deel van de Argentijnen de democratie beschouwt als de beste staatsvorm, heeft ruim tachtig procent geen enkel of weinig vertrouwen in de huidige politieke partijen, noch in de rechterlijke macht. De onlusten in Santiago del Estero illustreren hoe diep het wantrouwen in politici en justitie in delen van de bevolking is geworteld. De sfeer in Santiago del Estero, een achtergebleven provincie met een kleine 700.000 inwoners, was al enkele maanden gespannen. De vlam sloeg in de pan toen extra bezuinigingen werden aangekondigd, terwijl de ambtenaren al minstens drie maanden op hun salaris wachtten. Bij de uitbarsting vielen ruim honderd gewonden en werden huizen van in het tumult gevluchte politici aangevallen en geplunderd. Inmiddels hebben federale troepen en een vanuit Buenos Aires geleide interventie in het provinciale bestuur de rust doen weerkeren en zijn de loonbetalingen hervat.

De chronische problemen waar Santiago del Estero onder lijdt, evenals bijvoorbeeld de provincies Tucumán, Jujuy en La Rioja, kunnen echter slechts ten dele aan Cavallo's bezuinigingsdrift worden geweten, maar worden mede veroorzaakt door het gebrek aan economische activiteit van de provincies zelf, financieel wanbeheer en een geïnstitutionaliseerde corruptie. Bijna zeventig procent van de bevolking is niet in staat om in zijn basisbehoeften te voorzien.

De massale werkloosheid wordt vermomd door een kolossaal en onbetaalbaar ambtenarenapparaat in stand te houden. De ambtenarensalarissen vertegenwoordigen negentig procent van het totaal aan loonbetalingen in Santiago del Estero en het begrotingstekort bedraagt maandelijks zo'n 14 miljoen peso (= dollar). De voortdurende stroom overheidsgeld die vanuit Buenos Aires richting provincie vloeit, komt terecht bij een feodaal heersend bestuur, dat hier geheel naar eigen inzicht over beschikt. Waar de gemiddelde ambtenaar voor 250 pesos op de loonlijst staat, verdienden enkele rechters 18.000 pesos per maand en behoorden de salarissen van parlementsleden tot de hoogste van het land.

Cavallo zelf had een dag voor de uitbarsting op een bijeenkomst met ondernemers zijn zorg over de verhouding tussen staat en provincies uitgesproken. Zijn boodschap was duidelijk: wanneer de provincies geen haast maken met het op orde stellen van hun economie en blijven volharden in hun politieke onwil om een eind te maken aan de volledige financiële afhankelijkheid van de Staat, wordt het welslagen van zijn Plan Economico ernstig in gevaar gebracht. Menem steunde zijn sleutelminister. Maar het bestaan van een grote groep Argentijnen aan wie de effecten van het "economische mirakel' volledig voorbijgaan kan onmogelijk langer ontkend worden. Het verzet tegen de afwezigheid van een sociaal beleid, de corruptie en het falen van de regering om een reële oplossing voor de werkloosheid te vinden is groeiende. Menem dient er rekening mee te houden dat niet iedereen in 1994 in dezelfde mate geobsedeerd zal worden door zijn herverkiezing. Sommige landgenoten hebben gewoon honger.