Nieuwe moorden in Algerije; FIS roept op tot voortzetting "jihad'

ALGIERS, 29 DEC. In Algerije zijn vandaag een Belgische vrouw en haar Algerijnse echtgenoot vermoord aangetroffen. Gisteren werd opnieuw een intellectueel vermoord, de 18de sinds maart. Naar wordt aangenomen zijn moslim-extremisten voor beide moorden verantwoordelijk. Het clandestiene fundamentalistische leiderschap binnen Algerije wees tegelijk elke dialoog met de autoriteiten af en riep het gewapende verzet tegen de regering op zijn “heilige oorlog” voort te zetten: “want God heeft de overwinning beloofd aan de Natie van de Heilige Oorlog en het Paradijs aan de martelaren van de Heilige Oorlog”.

De jongste slachtoffers werden gevonden in de Kabylische plaats Bouira, aldus een mededeling van de veiligheidsdiensten. Moslim-extremisten hebben in september buitenlanders als doelwit gekozen, naast vertegenwoordigers van het gezag en wereldlijke intellectuelen. Op 1 december liep een ultimatum van moslim-extremisten aan alle buitenlanders af om Algerije te verlaten, op straffe van “een plotselinge dood”. Sindsdien zijn er nu in totaal zeventien buitenlanders vermoord. Talloze buitenlanders hebben inmiddels Algerije verlaten.

De vermoorde intellectueel is de dichter en schrijver Youssef Sebti, die met doorgesneden keel werd gevonden in een boerderij bij het Agronomisch Instituut in het oosten van Algiers, waar hij doceerde. Sebti (46) maakte deel uit van een groep surrealistische dichters die was gevormd rondom de zelf in 1973 in Algiers vermoorde Jean Senac. Sebti schreef culturele kronieken voor kranten in Algiers.

In een communiqué dat was getekend door Abderrazak Radjam, hoofd van het informatiebureau van het verboden Front van Islamitische Redding (FIS), verwierpen de fundamentalisten het regeringsaanbod tot een dialoog om een oplossing te vinden voor de huidige crisis in Algerije. Het communiqué bevatte een waarschuwing aan fundamentalistische persoonlijkheden die geneigd zouden zijn deel te nemen aan de dialoog, die voor eind volgende maand op het programma staat, gevolgd door een drie-jarige periode van normalisering van de situatie. De dialoog werd in het communiqué beschreven als een poging van de regering “de oppositie ertoe te brengen met haar het vaandel van de onderdrukking te dragen, met het doel het front tegen het FIS en de Mujahedeen (het islamitisch gewapend verzet) te verbreden”. “Door deel te nemen aan de macht wordt de oppositie onderdeel van het systeem en doelwit van de Mujahedeen”, waarschuwde het communiqué.

Het gewapend verzet had eerder al laten weten “elke dialoog, elk bestand en elke verzoening” met de autoriteiten van de hand te wijzen, en voorstanders van de dialoog geïnformeerd dat zij “de ergste dood zouden vinden”. Op zijn beurt had het FIS-leiderschap in ballingschap, in de persoon van Rabah Kébir in Duitsland, vijf voorwaarden aan deelneming aan de dialoog gesteld. Deze voorwaarden, waaronder vrijlating van FIS-kopstukken en intrekking van alle wetten en regels die sinds het regeringsoptreden tegen het FIS rond de jaarwisseling van 1991/92 zijn afgekondigd, kwamen volgens bronnen in Algiers echter ook neer op een afwijzing van de dialoog. (Reuter, AP, AFP)