Nalatigheid

Natuurlijk heb ik overwogen om in te grijpen, om één muis, die op het punt stond in de verdronken uiterwaard onder te gaan, bij me te steken en verderop weer weg te zetten. Dat had zijn kansen misschien verdubbeld, van 0,1 tot 0,2 procent.

Ik spot daar niet mee. Ik hou zelf ook van zulke verhalen, en dan schiet me meteen de reiziger te binnen, die in China op de markt een gekooid uiltje koopt en zich speciaal buiten de stad begeeft om hem vrij te laten. Dat hoort iedereen toch het liefst, dat je ook geluk kunt hebben.

Maar een gekooid uiltje lijkt me makkelijker dan een natte muis.

Ik heb gewoon de goede reflexen niet. Dan bedoel ik nog niet eens dat ik zou misgrijpen, zou loslaten en weer misgrijpen, zou moeten worstelen om het arme dier te pakken te krijgen. Nee, ik bedoel de impuls die hieraan vooraf behoort te gaan, die bedoeld is om je in beweging te zetten. Bij mij roept die impuls: niet doen, blijf af, bemoei je er niet mee. Ook al vanwege het hardnekkige besef van een wereld die me te machtig is. Ik wil de verantwoording niet.

Ik zet weleens een kikker of een jong vogeltje aan de kant, maar alleen als het echt niet anders kan en nooit zonder huiver. Mijn handen vinden heel gauw dingen eng. Dat zal wel komen door de manier waarop ik zindelijk ben gemaakt. Ja, laten we mijn moeder de schuld geven.