Limburg heeft geleerd van aardbeving; De provincie wilde eerst het particulier initiatief verijdelen

Bij de afwikkeling van de schade die vorig jaar werd veroorzaakt door de aardbeving in Roermond heeft het particulier initiatief een prominente rol gespeeld. Na de overstroming wordt weer gedacht aan het "Roermond-model'.

ROERMOND, 29 DEC. “De afhandeling van de schade door de watersnood kan vlug, betrouwbaar en creatief gebeuren. Je mag de mensen niet tot de vastenavond in de rommel laten zitten. Dat hoeft ook niet.” Dit zegt T. Hoofwijk uit St. Odiliënberg, voorzitter van de stichting die de gevolgen van de aardbeving van 13 april 1992 in Limburg afhandelde.

De provincie Limburg probeerde vorig jaar aanvankelijk het opbloeien van het Middenlimburgse particulier initiatief voor de afhandeling van de aardbevingsschade te verijdelen, maar lijkt nu bij de afhandeling van de schade door het overstromen van de Maas wel de weg van Hoofwijk cum suis te willen opgaan. Daar wordt nu immers gesproken van het Roermond-model.

Volgens een woordvoerder van de provincie wordt gewerkt aan de oprichting van een commissie van onafhankelijke deskundigen die in overleg met het Rampenfonds de normen voor schadeloosstelling gaat vaststellen. Aanstaande maandag worden in de getroffen Limburgse Maasgemeenten vijftig taxateurs op pad gestuurd. De provincie heeft een “klemmend beroep” gedaan op de Bond van Verzekeraars om schade-experts die nodig zijn voor de registratie en taxatie van de schade aan particulieren voor hun rekening te nemen.

De Stichting Rampenfonds Aardbeving Limburg (SRAL), waarin naast de middenstander Hoofwijk ook vertegenwoordigers zaten van het bedrijfsleven, de bankwereld en de overheid, handelde in een paar maanden tijd ruim zevenduizend schademeldingen af, waarvan er vijfduizend werden gehonoreerd. De Stichting handelt nu nog de schade af in de categorie cultureel erfgoed. Daaronder worden begrepen beschadigde kerken, kloosters en monumenten, zoals de Munsterkerk in Roermond. In totaal beschikte de stichting over een bedrag van 38,5 miljoen gulden, waarvan 11 miljoen werd uitgekeerd aan particulieren. De 38,5 miljoen gulden waren onder meer bijeengebracht door het Verbond van Verzekeraars (10 miljoen gulden), het rijk (19,5 miljoen gulden) en het Rampenfonds (2,5 miljoen gulden).

De stichting vergoedde alleen schades boven de vijfduizend gulden. Schade aan interieurs werd niet vergoed, omdat men, zoals Hoofwijk zegt, wilde voorkomen dat er te hoge taxatiekosten zouden worden gemaakt. Volgens Hoofwijk kost een taxateur al vlug 1.200 tot 1.500 gulden per dag. Bovendien, zo oordeelde de stichting, konden particulieren zich in die gevallen richten tot de sociale dienst. De rekeningen werden betaald na controle van de gemeenten of de opgegeven en gedeclareerde herstelwerkzaamheden ook inderdaad waren verricht. De betaling geschiedde volgens Hoofwijk binnen tien dagen.

In het jaarverslag dat de stichting een jaar na de aardbeving uitgaf, loofde minister Dales (binnenlandse zaken) in een voorwoord het Roermond-model. Ook de provincie was opgetogen over de aanpak. Hoofwijk: “We hebben veel complimenten gehad, ook van gedupeerden, hoewel je natuurlijk niet iedereen optimaal tevreden kunt stellen.”

Hoofwijk heeft kritiek op de deze week uitgedeelde schaderegistratieformulieren. Hierop wordt ook gevraagd de schade aan auto's op te geven, wat volgens hem niet nodig is. “Schade aan auto's wordt door de autoverzekering gedekt. Bovendien schep je op die manier te hoge verwachtingen, want dan zullen mensen ook gaan vragen om vergoeding van schade aan bijvoorbeeld hun caravans.”

“Mijn advies is: stel een stichtingsbestuur samen dat niet knikkebuigend staat tegenover welke partij dan ook en dat bestaat uit mensen met een gezond stel hersens die er voor zorgen dat de gedupeerden zo rechtvaardig en zo snel mogelijk worden geholpen. Dit alles natuurlijk onder openbare controle.” Hoofwijk realiseert zich dat de watersnood van een andere orde is dan de aardbeving. Gisteren zei een woordvoerder van de provincie dat de schade al loopt “in de richting van de 200 miljoen gulden”. Hoofwijk zegt uit betrouwbare bron te hebben vernomen dat rekening wordt gehouden met 300 miljoen gulden.

Het Limburgse Tweede-Kamerlid J. van Rey (VVD) zegt dat het kabinet bij de afhandeling van de schade door de watersnood een “dubbele verantwoordelijkheid” draagt. “De overheid heeft niks gedaan met het voorstel van 8 januari van dit jaar van de brandassuradeuren om ter dekking van dit soort schade een pool op te richten. Daarvoor waren ze bereid fiscaal te gaan reserveren tot een bedrag van 50 miljoen gulden, op voorwaarde dat de overheid het zogenoemde Bindend Besluit, dat verzekeraars verbiedt dit soort schades te dekken, zou opheffen. Waren CDA en PvdA niet zo afhoudend geweest toen ik in juni erop aandrong de verzekeraars zo snel mogelijk dergelijke poolvorming toe te staan, dan had men nu 50 miljoen gulden gehad als vertrekbasis”, aldus Van Rey.

De verzekeraars wezen overigens in hun bereidverklaring op een groot aantal belemmeringen. Zo is de capaciteit van de individuele verzekeringsondernemingen beperkt in verhouding tot de schadebedragen waarmee in geval van aardbevings- of overstromingscalamiteit rekening moet worden gehouden. Ook wezen ze op “het niet aanwezig zijn van een breed draagvlak onder consumenten om zich facultatief tegen deze risico's te verzekeren”.