Japan in ban van geruchten over lagere belastingen

TOKIO, 29 DEC. Krijgt de Japanse werknemer binnenkort nu wel of niet belastingverlaging? In Japan gonst het al dagenlang van de tegenstrijdige geruchten. De ene krant meldt dat premier Morihiro Hosokawa in zijn televisietoespraak op nieuwjaarsdag met een stoutmoedig gebaar de Japanse belastingbetaler royaal tegemoet zal komen. De andere krant schrijft dat het Japanse coalitiekabinet nog steeds hopeloos is verdeeld.

De premier zelf zou een verlaging voorstaan, die in totaal zes tot zeven biljoen yen (zo'n honderd miljard gulden) bedraagt. De financiering zou moeten gebeuren door de uitgifte van korte-termijn-staatsobligaties die snel worden afgelost. Het zou vooral gaan om verlaging van de inkomstenbelasting voor de midden-inkomens. Half januari zou de maatregel bij het parlement worden ingediend. De verlaging zou met terugwerkende kracht op 1 januari 1994 ingaan. Doel is om de Japanse werknemer tot meer consumptieve bestedingen aan te sporen. Tenslotte is wel tachtig procent van de Japanse economie afhankelijk van binnenlandse bestedingen.

Dat het kabinet nog steeds niet heeft kunnen besluiten over de belastingverlaging komt door de socialisten. Die verzetten zich met hand en tand tegen verhoging van de BTW als structurele financieringsbron voor de verlaging van de inkomstenbelasting. Sinds Japan in 1989 de BTW invoerde (slechts drie procent) hebben de socialisten deze belasting tot anathema verklaard. Als oppositiepartij sponnen ze er vier jaar geleden garen bij. Als regeringspartij houden ze almaar de besluitvorming tegen.

Japan kent hoge directe belastingen (zoals de inkomstenbelasting) en lage indirecte belastingen (zoals de BTW). Voorstanders van verhoging van de BTW betogen dat een meer evenwichtige verhouding de fiscale lasten eerlijker spreidt over de consumenten. De bulk komt dan niet langer hoofdzakelijk terecht op de schouders van de werknemers. Ouden van dagen betalen dan mee aan de 'vergrijzing' van de bevolking, die van alle 24 OESO-landen het snelst voortschrijdt in Japan.

Om de socialisten te paaien, zou Hosokawa verhoging van de BTW (tot mogelijk zeven procent) apart aan de orde willen stellen: in het kader van de onevenwichtige verhouding tussen directe en indirecte belastingen, zeg maar de belastingstructuur. Daarbij zou de snel verouderende bevolking en de daarmee gepaard gaande stijging van uitgaven voor ouderdomsvoorzieningen een belangrijke rol moeten spelen. Die tactiek maakt mogelijk dat de verhoging van de BTW pas later wordt ingevoerd.

Een andere coalitiepartij, de Vernieuwingspartij van Tsutomu Hata en Ichiro Ozawa, niet de grootste maar wel de meest invloedrijke regeringspartij, zou hiervan niet zijn gediend. Met steun van het machtige ministerie van financiën zou zij pleiten voor het meteen bij wet vastleggen van de verhoging van de BTW. Die zou dan weliswaar later mogen ingaan, maar op een vooraf afgesproken tijdstip. Hosokawa zou daarover minder duidelijk zijn.

Wat het debat extra gecompliceerd maakt is de politieke hervorming, die nog steeds de goedkeuring behoeft van het Hogerhuis. De socialisten houden ook op dit punt grote reserves. Daarbij zijn ze in eigen huis verdeeld.

De verdeeldheid in het kabinet wordt door de LDP, de grootste oppositiepartij, genadeloos uitgebuit. Zij traineert met succes de parlementaire behandeling van de politieke hervorming. Door voortdurend prioriteit te eisen voor de economie, weet zij de politieke impasse muurvast te maken. De gisteren bekendgeworden stijging van de werkloosheid tot 2,8 procent (van de beroepsbevolking), het hoogste cijfer in zes jaar, verschafte de LDP nieuwe argumenten. Hosokawa's gebrek aan politieke behendigheid wreekt zich. Diens populariteit tuimelt. Afgelopen vrijdag hield hij een persconferentie waarop hij grootscheepse maatregelen aankondigde voor de economie, zonder te zeggen welke. Waarschijnlijk zal de premier dat op nieuwjaarsdag weer moeten doen ten overstaan van heel televisiekijkend Japan.